Toevallig hadden we het net over Tuindorp

06-02-2022 Wonen Han van der Horst


COLUMN - Een paar dagen terug schreef Kor Kegel een fors stuk over het Tuindorpse wijkbestuur. Dat heeft een forse uitbreiding genoten en een roemruchte voorzitter gekregen: voormalig wethouder Chris Zijdeveld. 

Zijdeveld woont al een jaar of veertig in Tuindorp. Hij is een goede keuze, die met eigen ogen heeft gezien hoe de wijk zich de afgelopen decennia ontwikkelde. 

Toevallig hadden wij het in onze vergadering van het Comité Open Monumentendagen over Tuindorp. Het thema voor dit jaar is Duurzaamheid en hergebruik en dat soort dingen. Dat maakt Tuindorp een belangrijk monument.

In 1941 werd het grootste gedeelte van de gemeente Kethel en Spaland bij Schiedam gevoegd, terwijl het noorden tussen de spoorlijn en veer aan de Kandelaar door Rotterdam werd geannexeerd. De Ketellappers vonden dat dit nu echt iets was wat je van de moffen kon verwachten en dat dit na de bevrijding wel zou worden rechtgetrokken. 

Dat gebeurde niet. Onder de borden met Kethel kwam te staan 'Gem. Schiedam'. Daar bleef het een paar jaar bij. Toen werden er boeren langs de Schiedamseweg onteigend voor woningbouw. Dat werd het noordelijke gedeelte van Tuindorp. Dit oudste stuk is nog steeds herkenbaar aan de grijze gevels van de rijtjeshuizen. Zij zijn geconstrueerd volgens het systeem van de architect Frans Welschen. Hij vond een manier uit het gemalen puin van gebombardeerde steden – bijvoorbeeld Rotterdam – samen te persen tot grote platen. Daarmee kon je huizen bouwen. In de eerste armoedige jaren na de bevrijding was dat een uitkomst. Geen mens dacht toen nog in termen van hergebruik. Men had het meer over noodmaatregelen. Wij kijken in onze tijd met andere ogen naar zulke zaken. Die Frans Welschen is een lichtend voorbeeld, nu we in het kader van de strijd tegen de opwarming van de aarde en het bederf van de atmosfeer erger alleen kunnen voorkomen door zoveel mogelijk grondstoffen opnieuw te gebruiken. Dat oudste deel van Tuindorp staat er nog steeds. Er is blijkbaar ook nog robuust gebouwd.

Mijn ouders hadden er vrienden in de jaren vijftig. Ik mocht achterop de fiets mee als ze op bezoek gingen bij tante Käthe. Zij was een schippersdochter en hoe haar man heette – ik weet het niet meer. Ik was jaloers want ze hadden een tuin. De kinderen hadden een eigen stukje gekregen. Dat was ook mijn verlangen, maar helaas: het duurde tot 1995 voor ik eindelijk zelf de beschikking kreeg over een tuin en dat ervaar ik nu eerder als een last.

Hoe noemden Schiedammers Tuindorp? Ze noemden dat afgelegen. De inwoners moesten zeker twintig minuten door de polder fietsen tot ze de bebouwde kom van Schiedam hadden bereikt op de Damlaan bij het Hermes-terrein. Dan kon je met je jaloerse kop en je inwoning bij de schoonouders toch nog een beetje schamper doen over die huisjes van samengeperst puin ergens ver weg van de bewoonde wereld.

Maar nu is Tuindorp een belangrijk en waardevol monument. Wees er zuinig op.



Gerelateerd