Niet meer kunnen zien, voelen en verlangen; Schiedam zonder speelgoedwinkel

17-03-2019 Winkelen Han van der Horst

COLUMN - Mireille Verwaijen-Faaij kan zich een Schiedam zonder speelgoedwinkel niet voorstellen. Toch gaat dat binnen een paar weken gebeuren als de nieuwe Portugese eigenaars het filiaal van Intertoys in de Nieuwe Passage sluiten, waar zij twintig jaar haar beste krachten aan gegeven heeft. Het is zuur. Het voelt onrechtvaardig aan. Het is ook gek dat die Portugezen geen enkel perspectief zien voor een zaak die in een gemeente met tegen de tachtigduizend inwoners geen enkele concurrent heeft. Of het moet de Action zijn, maar dan kunnen ze net zo goed in héél Nederland meteen het hoofd in de schoot leggen.

Hoe dan ook, de tijden zijn wel veranderd. In mijn jonge jaren telde Schiedam een heel stel speelgoedwinkels, die ik allemaal kende want ik was regelmatig voor hun etalages te vinden met mijn neus tegen het glas.

Alleen de binnenstad al. Rechtgeaarde Nieuwlandse schooiertjes troffen op een expeditie langs de schatkamers van het speelgoed op de Dam al Elshof aan, een goed gesorteerd familiebedrijf. Daarna liep je door, de Hoogstraat op waar op de hoek met de Zwaansteeg zich magazijn de Ooievaar bevond, bij oudere Schiedammers beter bekend als Leusen Engelen. Ze verkochten daar ook kinderwagens en babyartikelen, maar het assortiment speelgoed was groot. Achter het glas van de smalle etalage op de Zwaansteeg prijkten de stoommachines van het Duitse merk Wilesco. Wij waren thuis maar gewone mensen zodat een duur exemplaar van 37,50 gulden er niet in zat. Toch: als ik heel lief was, zou een kleiner model zonder toeters en bellen maar met een fluit die als veiligheidsventiel fungeerde, misschien wel haalbaar zijn als verjaardagscadeau. Dat ding kostte 16,50, een heel bedrag maar voor mijn ouders niet echt onbereikbaar. En inderdaad, ik kreeg dat apparaat. Het had een liggende ketel die op een zogenaamd gemetseld muurtje rustte. Je stookte de stoommachine met witte tabletjes, die je óók bij de Ooievaar kon krijgen. De zuiger liep vast in de cilinder als je niet regelmatig oliede. Het vliegwiel draaide razendsnel en de machine maakte nauwelijks geluid. Ik was al acht, maar ik mocht er toch alleen maar mee spelen als mijn vader erbij zat. We waren overvoorzichtig bij ons thuis. Ze zouden ook niks in huis halen als het niet van Holland Electro of Philips was.

Na Leusen Engelen volgde voorbij het museum Bokhorst en na de hol van de Lange Achterweg Prins. Bij Prins hadden ze elektrische treinen van Märklin en Trix. De goedkoopste kostte F. 27,50. Dan had je geen trafo (transformator) die in het stopcontact kon, maar een kistje waar batterijen in moesten. Dat vond ik niks. Als de batterijen op waren, kon de trein niet rijden. Maar goed, het was toch allemaal een hersenspinsel. Een elektrische trein zat er niet in. Die kwam pas toen mijn kleine broertje oud genoeg was om met zo´n spectaculair stuk speelgoed om te gaan. Dat was in de jaren zestig toen de arbeiders wat beter in hun slappe was zaten. Mijn broertje kreeg meteen een Märklin met een trafo en door dat geschenk is zijn belangstelling voor elektronica gevestigd. Nu is hij onderzoeker bij Broadcom. U kent dat bedrijf niet, maar er zitten een heleboel ingewikkelde chips van dat merk in uw I-phone.

Een paar deuren verderop kreeg je Bram Noordijk, wat altijd uitgesproken werd als Bramnoordíjk met de klemtoon op de laatste lettergreep. Daarna placht ik mijn schreden nog naar de Hema te richten waar ze een afdeling speelgoed hadden die in de weken voor Sinterklaas in omvang verdubbelde en direct na dat feest werd gehalveerd om zo plaats te maken voor de kerstballen en de pieken en de kaarsen. Daar had ik geen belangstelling voor.

Is daarmee het panorama aan Schiedamse speelgoedwinkels volledig? Nee, op de Singel ter hoogte van de Oosterstraat was ook nog een zaak. En in Nieuwland zelf op het Wibautplein, dat toen een fraaie en luxueus geachte winkelgalerij kende. Achter die etalage heeft een jaar of twintig nog een tijdje de Islamitische Universiteit van Europa gezeteld, waaruit bleek dat de tijden drastisch veranderd waren. Toen de Nolenslaan verrees begon Prins aan het einde een filiaal met twee verdiepingen. Ik las dit met voldoening in het Nieuwe Dagblad, het enige katholieke blad met een stadspagina; eindelijk werd Schiedam een serieuze gemeente waar ze speelgoedwinkels hadden met een boven.

Vandaag vraag ik me af hoe al die kleine zelfstandige ondernemers aan een boterham kwamen in een stad vol concurrenten en klanten met een heel dunne portemonnee, vergeleken met tegenwoordig. Dat moet toch heel erg sappelen en ploeteren zijn geweest om het hoofd boven water te houden. Ik heb groot respect voor de werkkracht, de ijver en de hoop die deze mensen bezield heeft. Zij verdienen ons aller respect, zeker nu Intertoys zijn laatste maand ingaat. Mijn lief leest dit mee en zegt: wat een verlies voor die kinderen, vooral omdat ze niet meer kunnen zien, voelen en verlangen. Geen website van een internetwinkel kan tegen de magie van een etalage of een toonbank op.

Wie weet vergeet ik nog winkels in de Gorzen of het Westen. Het zou leuk zijn als lezers van dit stukje met aanvullingen of verbeteringen kwamen. Een ding tenslotte: de 1001 Bazar op het Broersveld tel ik niet mee. Dat was meer een spelletjes- en puzzelzaak waarbij deze artikelen deels een dekmantel waren voor de vieze boekjes die er ook verkrijgbaar waren.



Gerelateerd