Wat Rutte zegt -en gemeente doet- voelt Stadhuis in knip

18-04-2021 Uit Redactie

Ontspannen werkoverleg van de mannen van Brasserie Stadhuis: chefkok Martin Strik, Vincent van Ardenne en Jeroen Zeeman


SCHIEDAM – Het idee is dit: in Den Haag worden de besluiten genomen – of niet – en die hebben dan concrete gevolgen in het land, ook in Schiedam. Toch verbaast het Vincent van Ardenne dat wat Mark Rutte zegt direct zo merkbaar is in zijn omzet.

Van Ardenne runt samen met Jeroen Zeeman sinds zo’n 7,5 jaar Brasserie Stadhuis. Ook hebben de twee café Sjiek. Beide horecagelegenheden zijn sinds 14 oktober dicht.

En toen lekte ineens uit het kabinetsberaad dat de horeca in Nederland op 21 april open zou gaan. Dat betekende dat de telefoon ging in het Stadhuis. “De reserveringen stroomden binnen”, aldus Van Ardenne. Toen daarna bleek dat er van versoepelingen in het Coronaregime nog geen sprake kon zijn, bleek die interesse niets waard. Wel leerde het de horeca-ondernemers dat hun aanwezigheid wordt gewaardeerd en dat er werk aan de winkel is als zij de deuren daadwerkelijk weer open mogen doen. Of het terras.

Zo golft de gang van zaken in de brasserie mee op de grillen van Den Haag. Na het uitlekken van het nieuws over heropening van de horeca op 21 april gebeurde er ook nog iets anders: de bestellingen om af te halen droogden op. “Alsof mensen dachten: dat eten of drinken we liever op het terras.” Sinds duidelijk werd dat het toch 28 april of later wordt dat dat kan gebeuren, nemen de bestellingen weer wat toe, aldus Van Ardenne.

Hij weet: er is een categorie mensen die bewust bestelt om de horeca in het algemeen, en Brasserie Stadhuis in het bijzonder, te steunen. “Er is een meneer die dagelijks koffie kwam drinken, zijn krantje kwam lezen en een uitsmijter eten. Die zei, toen hij niet meer kon komen, dat hij dagelijks het bedrag dat hij hier uitgaf ging overmaken.” Hetgeen geschiedde. Toch neemt die hartverwarmende steun wel af. “We zetten nu nog maar de helft om van wat we tijdens de eerste lockdown verkochten.”

Daarom zijn de mannen van het Stadhuis blij dat zij met de gemeente Schiedam afspraken hebben kunnen maken over de huur van het pand, allicht eigendom van de stad. Na ‘enig handjeklap’ is eruit gekomen dat de brasserie vijftig procent korting op de huur krijgt. Dat maakt een mooi verschil, aldus Van Ardenne. “Tegelijk is het het beleid van de overheid dat ons treft. Maar we moeten wel huur betalen…?”

Nou ja, het is maar hoe je het bekijkt. Zonder de interventies van met name de rijksoverheid was het Stadhuis, net als de meeste collega’s, allang op de fles gegaan, zo weet ook Van Ardenne. Het is een goeie zaak dat de overheid een veelheid aan regelingen heeft opgetuigd. Zeventig procent vergoeding van de loonkosten via de NOW (Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud), de eenmalige bedrage van vierduizend euro via de TOGS (Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren) en de TVL (de tegemoetkoming vaste lasten) waarin kosten worden gecompenseerd. Het maakt dat de twee horeca-ondernemers hun twintig man-vrouw in dienst hebben kunnen aanhouden. “We zijn heel tevreden dat we iedereen binnenboord hebben kunnen houden.” Op de oproepkrachten na dan, maar die hebben volgens Van Ardenne elders werk gevonden: bij de GGD en in de bezorging onder meer. Hij heeft recent ook al collega’s gesproken die hem vroegen of hij geen mensen beschikbaar had, want ondernemen betekent vooruitzien en als de horeca straks weer open gaat, zijn de mensen nodig die de afgelopen tijd hun werk in de horeca zijn verloren.

Overigens: “Zelf komen Jeroen en ik in aanmerking voor geen enkele regeling. Wij hebben geen inkomen.”

Toch betekent de financiële steun die het Stadhuis en andere horecabedrijven ontvangen nog lang niet dat die het ook in de nabije toekomst gaan redden. Alles hangt af van timing van versoepelingen en hoe partijen zich gaan gedragen, aldus Van Ardenne. Hij vreest voor een grote uitval aan bedrijven, spannend wordt het in ieder geval. “Uitbetaling van het vakantiegeld staat voor de deur, bijvoorbeeld.” Verder zijn de banken in eerste instantie coulant geweest. “Onze Rabobank heeft in de eerste ronde van de lockdown niets geïncasseerd.” Andere banken hebben een vergelijkbare betalingsstop op aflossingen aangehouden. “Maar in de tweede ronde doen ze dat niet.” En wat te denken van de uitgestelde belastingbetalingen. “Iedereen gokt er nu een beetje op dat coulance in acht zal worden genomen, dat er wellicht ook belasting wordt kwijtgescholden.” Maar zeker is dat nog allerminst.

Wat dat betreft vertellen de mannen van het Stadhuis graag over de huurverlaging die zij zijn overeengekomen. In eerste instantie was het idee daarover niet te veel naar buiten te brengen. “Maar misschien brengt het andere pandeigenaren wel op ideeën.” Zoals Heineken, dat tijdens de eerste lockdown geen huur berekende aan de uitbaters van zijn panden en daarmee het voorbeeld zette voor andere brouwerijen. Chapeau, vindt Van Ardenne. Nu hijzelf minder huur hoeft te betalen, kan hij ook de huur die hijzelf berekent aan de uitbaters van 1714 aan de Lange Haven, het voormalige Prego, matigen.

Terugkijkend op het overheidsbeleid ten tijde van de pandemie voelt het volgens Vincent van Ardenne toch alsof de horeca is geslachtofferd. Enerzijds een logische keus, maar andere sectoren konden wel door. “Kijk naar de bouwsector, en de winkels.” Toch is het volgens hem ook goed dat die bedrijven open zijn (gebleven). “Dat helpt ook andere sectoren, want voor iedere sector die dicht moet, maakt de overheid kosten en die pot is ook eindig.” Maar ja, als je dan winkeliers hoort klagen dat zij twee maanden dicht moesten…

Afijn, alles staat of valt met wat er de komende weken gebeurt. Bij het Stadhuis horen ze liever vandaag dan morgen van de regering met een duidelijk plan hoe de zaken zullen worden aangepakt. “Eindelijk vroeg ook Robèr Willemsen van Koninklijke Horeca Nederland op tv van de week om een datum en een draaiboek.” Want dat is wat er ontbreekt. Ook al realiseert Van Ardenne zich dat er veel onzekere factoren zijn: de meivakantie, de ramadan. “We zitten nu eigenlijk nog met de piek van Pasen. Mensen kruipen toch bij elkaar.”

Hoe de gang van zaken zich vertaalt in maatregelen en versoepelingen? “Nu is nog niets duidelijk: of er alleen terrassen opengaan, of meer.” Of weer dezelfde beperkingen gelden als eerder, zodat alleen huisgenoten of maximaal twee bekenden samen aan een tafeltje mogen zitten. “De anderhalve meter zullen we voorlopig niet kwijtraken”, aldus Van Ardenne. Dat betekent dat er in het Stadhuis hoe dan ook in plaats van zeventig gasten nog maar dertig kunnen worden ontvangen.

Dat laat nog een vraag aan de gemeente, vindt Van Ardenne: “Onze huurprijs is gebaseerd op een mogelijke omzet. Maar die omzet gaan we wellicht het komende jaar niet halen.” Dat zou een nieuwe huurverlaging volgens hem wel billijken. “We zijn erover in gesprek.” Maar praten kost tijd en een formeel onderzoekje naar hoeveel mensen er onder de nieuwe regels in de brasserie kunnen worden ontvangen vergt ook zo even zeventienhonderd euro. “Tsja, op het stadhuis zullen ze vast onze plattegrond wel hebben, maar toch...”

Duidelijkheid is nodig om aan de slag te kunnen gaan. Wil je gasten kunnen ontvangen, dan moet je ook wat op tafel kunnen zetten. “De onduidelijkheid zorgt voor veel gedoe: hoe koop je in? Toen de 21ste werd genoemd als openingsdatum gaf dat ook direct moeilijkheden. “Heel de horeca ging inkopen.” Maar boeren hebben bepaalde zaken niet verbouwd, kreeft is er niet gevangen, er was immers geen vraag vanuit de horeca. “Maken we een dinerkaart of volstaat een lunchkaart?”

Van Ardenne heeft leergeld betaald in de zomer, toen in een paar maanden tijd de horeca en ook Brasserie Stadhuis een groot deel van de verloren omzet uit de eerste lockdown wist goed te maken. Met dank aan het mooie weer, maar ook aan de eet- en drinklust van de klandizie, die genoot van het mooie weer en niet naar het buitenland of vakantie ging, dus tijd en geld overhield. “Toen was zelfs de frisdrank en icetea snel op. De producenten hadden met dergelijke tht-spullen ook afgeschaald.” Witbier, ook zo iets, snel op en bijna niet te koop. Sindsdien hebben de mannen van het Stadhuis al verschillende keren een voorraadje opgebouwd, met witbier, met wijn. “Dat kunnen we als het nodig is altijd nog zelf opdrinken.”



Gerelateerd