Synthesizerpionier Martin Agterberg maakte van Soundhouse een succes

24-01-2021 Uit Kor Kegel


SCHIEDAM – Soundhouse: zelden een mooiere naam van een bedrijf gezien. De studio van Martin Agterberg is al vijftig jaar een begrip in de wijde regio. Soundhouse. Het zegt precies wat het is.

Ook een mooie naam: Da Capo. Het is de naam van de vrijstaande woning aan de Polderweg 14 in het dorpje De Waal op Texel. Zeven jaar geleden verhuisde Martin Agterberg met zijn vrouw Lisa van Schiedam naar het Waddeneiland. Ze hadden er een wijds uitzicht over de weilanden en uiteraard had Martin hier ook weer een studio, achterin de tuin.

Da Capo. Het is een term uit de muziek die ‘vanaf het begin’ betekent. In de notenbalk beduidt D.C. dat je alles vanaf het begin nog eens moet spelen. Herhaling. Herhaling is de kracht van de reclame. Martin Agterberg is met reclame uitermate succesvol geworden. Hij maakte jingles en commercials die heel Nederland kende, voor merken als Omo, Blue Band, Biotex en Calvé. En een hele reeks meer. Studo Soundhouse was zoals gezegd een begrip. Da capo.

Twee weken geleden kwam Martin Agterberg op Texel te overlijden, vijf dagen voordat hij 77 jaar zou worden. Die onverwachtse mededeling kwam bij talloze Schiedammers hard aan, maar ook op Texel waar hij goed ingeburgerd was geraakt onder meer door er als muzikant op te treden zoals in bar-dancing De J’elleboog in Den Burg.

Met muziek maken was zijn loopbaan ooit begonnen. Al op zijn veertiende was hij een aardige rock & roll-gitarist, maar hij vond dat er meer moest zijn dan steeds diezelfde akkoorden en hij ging pianolessen nemen en muziektheorie bestuderen. Dat vertaalde hij naar de gitaar en hij werd een gepassioneerd muzikant.

In de jaren zestig was hij zanger, gitarist en toetsenist in een naamloze popgroep met Fred de Groot als drummer, Han Schotel als basgitarist en Kees de Bloois als gitarist en saxofonist. Ze speelden in cafés en nachtclubs. Ook Kees zong, maar er was behoefte aan een leadzanger en dat werd Eddy Ouwens uit Rotterdam. De groep noemde zich The Eddysons en bracht een paar singles uit, waarvan het door Dick Bakker geschreven ‘Ups and downs’ in 1968 een hit werd. Het jaar daarna stapte Eddy Ouwens uit de groep en gingen de overige leden verder als Purple Pillow. De groep veranderde de naam in 1970 in Jumbo en in 1973 in Circus. In die tijd speelt Kees de Bloois ook in de Dordtse groep Cosmis Dealer. Met Kees maakt Martin Agterberg eind jaren zeventig deel uit van The Hudson. Ook speelde hij in de P.M. Dance Band en Fronkensma, waarin hij Fred de Groot en Han Schotel weer tegenkwam.

Naast gitaar, piano en hobo ging Martin zich ook toeleggen op de synthesizer. Volgens de website Discogs was hij een synthesizerpionier; hij ontdekte als een der eersten de oneindige mogelijkheden van computermuziek. Dat kwam hem uitstekend van pas toen hij de reclamewereld in rolde. Hij kwam bij Lintas, een groot reclamebureau van Unilever. En hij richtte Soundhouse op, aan de Singel.

Een van de nummers die hij opnam met de Korg Polysix had de titel ‘Schiedam’, nog altijd op Youtube te beluisteren. Het nummer komt ook voor op de langspeelplaat ‘The flyer’, een bijzondere lp met prachtige melodielijnen met bijna klassieke harmonieën. In 1984 komt ‘Synshine’ uit waarop Martin een heel arsenaal aan synthesizers gebruikt, met een tekst die beschrijft hoe grenzeloos de mogelijkheden van deze instrumenten zijn.

Eddy Ouwens prijst hem als muzikant die gitaar, piano, hammondorgel, mellotron en hobo als de allerbeste speelde en zich als eerste met de ontdekking van de synthesizer bezighield. Doordat Martin met knowhow, vakmanschap en passie commercials ontwikkelde, werd zijn audiovisuele bedrijf Soundhouse een grote naam in de reclamewereld. Hij werkte zelfs met het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Soundhouse was in een volgende fase gevestigd aan de Westerkade, in de voormalige branderij De Olyfboom, een groot pand waar hij verschillende studio’s bouwde.

Janet van Huisstede kende hem al sinds haar periode bij Unilever. De samenwerking bleef. “Ik heb met Martin onder meer gewerkt aan de dvd die ik voor de Stadsvisie 2030 heb gemaakt. Hij heeft ook een prachtige cd gemaakt voor mijn vijftigste verjaardag.”

Dat was een liefhebberij van Martin: muzikale cadeautjes voor vrienden en vriendinnen maken.

Toen hij na vele jaren van enthousiast werken (een bekende opdrachtgever: Bram Ladage) een koper voor De Olyfboom vond, besloot Martin kalmer aan te gaan doen en verhuisde hij met Lisa naar Texel waar ze al vaak met vakantie waren geweest en waar hij het gevoel uit zijn jeugd terugkreeg. “Toen ik klein was, woonden we aan de rand van Schiedam en daar waren ook landerijen en weilanden waar ik als jongetje ging spelen. Dat is allemaal verdwenen, de natuur is daar heel ver te zoeken. Op de fiets moet je een uur trappen, wil je een weiland met een koe tegenkomen. Van hieruit” (De Waal) “zie ik in de verte de duinen en als ik achter de vleugel zit, komen de schaapjes voorbij gelopen. Dat is toch uniek, zo inspirerend. Ik blijf het prachtig vinden.”

Op Texel bleef hij componeren, maar niet in opdracht. Op Texel-Plaza sprak hij van een ontlading: “Ik zit propvol met allemaal ideeën en ben daar nu al zo’n vier jaar mee bezig. Het is hele filmische muziek. Vroeger heb ik een paar synthesizer-lp’s gemaakt, allemaal werkjes van zo’n drie minuten. Nu zit ik zit met stukken van negen minuten. Misschien dat ik er ook nog beeld bij wil maken. De combinatie van beeld en geluid is fantastisch. Als je het geluid bij een film weghaalt, hou je weinig over. Ik heb in de reclame al een paar keer meegemaakt dat een tv-commercial door de klant was afgekeurd. Toen vroeg het reclamebureau of ik er nog wat aan kon doen. Met de juiste muziek werd de commercial toch nog geaccepteerd. Dat is de kracht van de muziek.”

Martin wilde luisteraars gelukkig maken met de andere werelden waar je door muziek in terechtkomt. “Muziek kan dingen oproepen die met beeld of woorden heel moeilijk te bereiken zijn”, zei hij. Daarom vond hij eigenlijk dat iedereen een muziekinstrument zou moeten leren bespelen. “Dan word je vanzelf een beetje nederig. De wereld zou er een stuk beter van worden. Muziek is zoiets oneindigs, daar raak je niet op uitgekeken.”

Da Capo.


Gerelateerd