Spoelingschuit

08-07-2021 Uit Han van der Horst

De spoelingschuit is van de week opgeladen voor restauratie; foto: Ellen Weber


COLUMN - Wethouder Duncan Ruseler heeft de petitie in ontvangst genomen waarmee zeshonderd Schiedammers hem vroegen de oude spoelingschuit te redden die bij molen De Palmboom op het droge ligt. Dat is nog geen reden om die petitie niet alsnog te tekenen. Dat kan hier.
 
Wethouder Ruseler komt, zoals zijn achternaam ons leert, uit een oude zeer Schiedamse familie. Hij heeft dan ook van huis uit kennis over de betekenis van de spoelingschuit meegekregen. Spoeling was, zoals we allen weten, wat onderin de ketel overbleef, na het eerste distillaat van het beslag. In het Jenevermuseum kun je precies zien hoe dat gaat. Dit was uitstekend geschikt als veevoer, zodat een keer per week talloze boeren in speciale schuiten naar de stad kwamen om de spoeling op te halen. Opa Van der Horst woonde toen op het adres Prinsensteeg 1, schuin naast het Zakkendragershuisje, waar zijn moeder café De Blauwe Druiventros dreef. Hij herinnerde zich op hoge leeftijd nog hoe ontzettend de boeren konden vloeken als zij elkaars schuiten vast voeren in de Nieuwe Sluis, wat steevast gebeurde.

Rondom Schiedam vond je veel boerenbedrijven waar varkens en ook koeien met spoeling werden vetgemest. Een van hen was boer Meijer die tegenover de Overschiesedwarsstraat aan de Schie woonde, temidden van grazige weiden. Het is zijn spoelingschuit die nu door Duncan Ruseler gered moet worden. Lidwien Meijer van de Historische Vereniging, dochter van deze spoelingboer, was dan ook aanwezig bij het aanbieden van de petitie.

Wat die varkens betreft: eigenlijk mocht het niet volgens mij, maar ze werden ook middenin de stad gemest. Mijn opa ging na zijn trouwen op de Westmolenstraat in een benedenhuis wonen. Hij kreeg elk jaar van zijn werkgever, de nog steeds bestaande distilleerderij Herman Jansen, een big die hij voor de slacht opfokte. Helft van het vlees voor hem, helft voor de baas. Aan deze bijverdienste kwam een einde, toen hij een bovenhuis betrok op het adres Vlaardingerdijk 15b. Daar was geen ruimte voor een varken. Ik herinner mij nog uit de jaren vijftig dat de benedenbuurman zijn achtertuin wel degelijk had herschapen in een reusachtige ren waar fazanten en ander bijzonder pluimvee de buurt opschrikten met hun gekrijs. In die tijd hadden veel mensen ook een geit, die ze regelmatig aan een paal op het talud van de Vlaardingerdijk zetten, zodat deze zich te goed kon doen aan het gras. Wij kinderen gingen die beesten dan aaien met het risico een beetje op de horens te worden genomen.

Die tijden zijn al lang voorbij. Ik denk dat het niet eens meer zou mogen, een geit in de tuin, aan de dijk of op het grasveld achter de flat zetten. Bestemmingsplan en zo. Toch is dat geen winst maar verlies.

Hoe dan ook, die spoelingschuit is een wezenlijk icoon van Schiedam. Die verdient restauratie en misschien kan hij zelfs weer in gebruik worden genomen voor het een of het ander. Ik heb er het volste vertrouwen in dat Duncan Ruseler een mooie oplossing vindt. Dat is hij aan zijn eer als Schiedammer verplicht.



Gerelateerd