Schiedam Corneillestad

23-09-2018 Uit Han van der Horst

COLUMN - Ik dacht: er zullen best wel de nodige mensen afkomen op de opening van de Corneille-tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Het is tenslotte een bekende kunstenaar, al maakte hij lang niet zoveel furore als zijn tijdgenoot en geestverwant uit de Cobra-groep Karel Appel. Maar de toch ruime aula was mutjevol. Museumdirecteur Deirdre Carasso stuurde medewerkers naar achteren om bij de ingang te zeggen dat je via de trap naar beneden ook binnen kon komen. Via de zijingangen vielen er nog wel een paar mensen in te persen.

Corneille (Kraai) is de schildersnaam van Guillaume Beverloo (1922-2010). Er zit een hardnekkig verhaal in mijn kop dat hij een tijdje op de Singel heeft gewoond, hij of Lucebert maar dat kan niet kloppen. Wellicht was het Constant, ook zo´n Cobrakunstenaar.

Corneille leidde het leven van een typische twintigste eeuwse kunstenaar. Eerst werd hij verguisd en uitgelachen. Later pas kwam de waardering, getuige bijvoorbeeld het feit dat zijn werk werd aangekocht door het Centre Pompidou, een van de allerbelangrijkste musea ter wereld.

Wat heeft Corneille dan met Schiedam te maken? En waarom stelden zoveel bezitters van een zijner werken dat zo graag in bruikleen aan het Stedelijk Museum af? En hoe kwam het dat zoveel verzamelaars van traditionele kunst uit andere werelddelen hun pronkstukken voor de tentoonstelling ter beschikking stelden? Dat komt omdat Schiedam als in de jaren vijftig de grote betekenis van Corneille inzag. Er zaten toen een paar liefhebbers in Schiedam, van wie professor Sanders, de drukker Goos Verweij en de conservator van het Stedelijk Museum Daan Schwagerman de belangrijkste waren. Zij zorgden ervoor dat er niet alleen Appels maar ook Corneilles werden aangekocht door het Stedelijk Museum. Het was toen nog heel uitzonderlijk dat een man als Corneille zo serieus werd genomen.

Bij de opening van de overzichtstentoonstelling dankte Deirdre Carasso dan ook de vooruitziende gemeentebestuurders van de jaren vijftig voor het feit dat zij zo´n goed oog hadden voor het waardevolle en het werkelijk vernieuwende in de kunst. Zij zei het er niet bij, maar je kon het boven het opeengeperste publiek in gouden letters lezen als je er de verbeeldingskracht voor had: laten de bestuurders van de eenentwintigste eeuw daar een voorbeeld aan nemen.

Corneille was een wereldreiziger. Hij dronk de schoonheid van vreemde en verre landschappen in, net zoals de dingen die de mensen aan de andere kant van de wereld maakten. Die zie je terug in zijn eigen werk, dat niettemin van grote originaliteit getuigt. Er was geen sprake van navolging, wel van inspiratie. Van visite hield Corneille overigens niet. Hij bepaalde zelf wel met wie hij omging. En hij sprak door zijn werk.

En nu zet die tentoonstelling Schiedam op de kaart. Corneille heeft over de hele wereld bewonderaars en vereerders. Carasso heeft voor hen een bedevaartsoord ingericht. Het is aan de ondernemers in de binnenstad en de city-marketeers van de gemeente om er voor te zorgen dat die bezoekers in onze stad meer bekijken dan Corneille alleen.

De voorzetten zijn gegeven. Nu is het een kwestie van inkoppen.

Gerelateerd
Reacties