Rovershol

29-10-2018 Uit Han van der Horst

Foto: Peter Farla

COLUMN - Vrijdagavond liep ik door de binnenstad en stelde vast dat in de Grote Kerk een Oktoberfest plaatsvond. Voor de hoofdingang stonden allerlei voertuigen die kennelijk iets met het geluid te maken hadden. De entree tot Gods voornaamste woning in Schiedam bedroeg 19 euro vijftig en dat hadden wij er niet voor over.

Toch was het misschien wel aardig om te zien hoe het bier vloeide, hoe de Schiedammers Beiers gedrag nabootsten en hoe de voetjes niet van de vloer gingen maar van de grafstenen, want er liggen heel wat deftige Schiedammers onder de plavuizen van de Grote Kerk. Mensen van geld lieten zich niet in de tuin – het Oude Kerkhof – ter aarde bestellen maar binnen onder de bogen en in de buurt van de preekstoel waar een enorme statenbijbel pronkte.

Wat zouden de dominees van vroeger gedacht hebben als zij wisten dat er nu een Oktoberfest gehouden werd, omdat zonder zulke evenementen het middeleeuwse gebouw niet in stand gehouden kon worden? Je kunt je voorstellen wat zij zouden preken: “Dit is het huis van mijn vader en gij hebt er een rovershol van gemaakt. Stel je voor, waar eens Liduina bad tot Onze Lieve Vrouwe van Schiedam wordt nu het bier getapt en maken jonge lieden elkaar ongegeneerd het hof.”

Aan de andere kant: als ze daar een uitvoering geven van de Carmina Burana, dan vindt iedereen dat een waardig gebruik van een middeleeuws godshuis. Toch zingt men dan middeleeuwse teksten van twijfelachtig zeer geseksualiseerd allooi. En in de middeleeuwen strekte het carnaval zich ook uit tot de eredienst zelf. Men stookte oude zolen in het wierookvat, men begoot de bisschop met water, met droeg de mis van achteren naar voren voor en men zong schuine liederen. Dat moest kunnen, vond men in die dagen.

Dan kan een Oktoberfest nu ook wel.

Gerelateerd
Reacties