Kanon in de Havenkerk

07-07-2021 Uit Han van der Horst


COLUMN - Momenteel is een van de leukste uitjes in Schiedam een bezoek aan de Havenkerk. Nog gratis toegang ook. Daar staan honderden stukken opgesteld uit de historische collectie van het Stedelijk Museum, rijp en groen door elkaar. Die verzameling is voornamelijk tot stand gekomen door schenkingen van nette Schiedammers die zo hoopten de cultuur te steunen. Je hoeft echter maar een paar stappen op de tentoonstelling te zetten of je merkt dat heel wat stadgenoten destijds alles naar het museum brachten wat zij op hun rommelzolder vonden. Het verschil met een kringloopcentrum is niet overal even groot. Aan de andere kant kun je prachtige vuurwapens bewonderen die destijds werden gebruikt door de krijgshaftige leden van de schutterij. En ook mooie poppen, destijds gemaakt en aangekleed door de wezen van de Lange Achterweg.

Van een aantal voorwerpen weet het museum niet waartoe ze dienden. Ook is er veel onzekerheid over de herkomst. Daarvoor wordt de medewerking van het publiek ingeroepen.

Het museum wil afstand doen van stukken die eigenlijk niet in het depot thuishoren. Alles wat met het branders- en distillateursbedrijf te maken heeft, gaat naar het Jenevermuseum. Objecten van buiten Schiedam kunnen wellicht naar een oudheidkamer in de plaats van herkomst.

Dan zijn er de twijfelgevallen. Zo’n twijfelgeval is een heus kanon waarvan niet zeker is of het ooit in Schiedam dienst heeft gedaan.

Toch moet dat kanon blijven. Ik heb daar een persoonlijke reden voor. 62 Of 63 jaar geleden ging ik voor het eerst van mijn leven naar het museum omdat ik gehoord had dat daar kanonnen vertoond werden. Die wilde ik als negen- of tienjarige graag zien. Ik betaalde dus het dubbeltje entree en betrad de heilige hallen van het Sint Jacbobs Gasthuis. In die tijd bestreek het Stedelijk Museum alleen maar de vleugel aan de kant van waar later een tijd juwelier Van Es zat. Aan de andere kant tegenover het Monopole huisde de padvinderij.

De kanonnetjes waren opgesteld in een uithoek: de brede gang tussen de benedenzaal en de kapel. Ook prijkte daar het exemplaar dat ik dezer dagen in de Havenkerk tegenkwam. De deur naar de kapel zelf zat op slot. Die was niet toegankelijk voor het publiek.

Om bij de kanonnen te komen moest ik dus een grote zaal door en wat daar aan de muur hing, verbijsterde me: grote kleurrijke schilderijen waarvan het leek of kinderen ze hadden gemaakt. Ik was vooraf getroffen door een doek met de titel 'De Wilde Jongen'. De naam van de schilder stond er in kleine lettertjes bij: Karel Appel. Ik vond het maar vreemd.

Gelukkig bleek er iemand te zijn van het museum zelf. Hij droeg een uniform waardoor hij een beetje op een conducteur van de RET leek, maar dan zonder geldblik en kaartjesboek. Ik overwon mijn schroom en vroeg hoe je zo’n kanon afschoot. Hij hield een heel verhaal over het aanstampen van buskruit en hoe daar dan eerst een stuk poetskatoen op moest en daarna de kogel. Goed aanstampen en dan met een tondeldoos de lont aansteken. En boem! Ik herinner het me nog haarscherp. Daarna stelde ik de vriendelijke man een vraag over het schilderij De Wilde Jongen. Hij zei: “Als je iets heel duidelijk wilt maken, dan kun je dat het beste doen op de manier van kleine kinderen”. Ik zei netjes 'dank u wel' en ging tevreden naar buiten. Ik nam het niet aan, dat van die kleine kinderen. Op de zondagse visites bij opa en oma riepen mijn ooms om strijd: “Dat kan mijn kleine zussie ook!”, als de moderne kunst ter sprake kwam. Dat deed toen haast iedereen. Ik moest nog wat volwassener worden voor ik achteraf die meneer van het museum begreep.

En vanwege die herinneringen moet dat kanon in Schiedam blijven. Punt uit. Geen compromis.

Zie ook dit artikel.



Gerelateerd