In sommige gevallen mag en moet men liegen

22-08-2021 Uit Han van der Horst

B&W wil aan de exploitanten van de ooit zo katholieke Havenkerk toestaan in de Lange haven een enorm ponton te leggen; foto's: archief


COLUMN - B&W wil aan de exploitanten van de ooit zo katholieke Havenkerk toestaan in de Lange haven een enorm ponton te leggen.

Daarop komt dan een terras. En ook nog eentje op de kade. Het is de bedoeling dat over een paar maanden 'diverse kleinschalige evenementen' kunnen worden georganiseerd. Zouden dat congresjes zijn of ook bruiloften en partijen? Hoe dan ook, deze nieuwe ontwikkeling maakt bij me wakker wat ik als kind over geloofsvervolging leerde.

Zulke vervolging kwam op school uitgebreid aan de orde als wij in de kathechismus toe waren aan de vragen over het liegen. Dit was uiteraard over het algemeen een zware zonde, maar niet altijd. In sommige gevallen, zo leerden wij, mag en moet men liegen. Dit was het geval als vervolgers van ons ware geloof de hand wilden leggen op bezittingen of lidmaten van de kerk. Het was juist een plicht van elke katholiek zulke dienaren van de duivel op een dwaalspoor te brengen.

Heel wat heiligen hadden liever de heftigste martelingen doorstaan dan hun geloofsgenoten te verraden. Volgens mij is ons toen ook het verhaal verteld over pater Janos Brenner uit Hongarije. Eind 1957 ging hij een stervende de H. Teerspijze brengen alsmede het Sacrament der Zieken. Wat dat zijn, doet er hier even niet toe. Op weg werd hij overvallen door communisten, die hem 32 messteken toebrachten. De volgende dag vond men zijn lijk. Hij hield de H. Communie nog in de hand geklemd. Er schijnt tegenwoordig op de plek van het gewelddadige incident een kapelletje te staan. U kunt daar de bebloede superplie van pater Brenner bekijken. Wat een superplie is, doet er hier even niet toe.

Tot dit soort dingen waren de vervolgers van het ware geloof dus in staat. Dat deden ze. Het waren wrede moordenaars. En over het algemeen ook communisten, want we zaten in het hartje van de Koude Oorlog. Achter het IJzeren Gordijn, vertelde de broeder, was de Zwijgende Kerk. Deze hield zich staande dankzij de hulp van Jezus en uiteraard Maria, ondanks alle vervolging. Toen ik een jaar of vijf was, raakte ik zo in paniek, dat mijn ouders met mij de kerk uit moesten vluchten. Niet de Havenkerk, maar de Frankelandsekerk waar ze bij wijze van uitzondering de zondagsmis bijwoonden. Deken Reijnen, bijgenaamd de Dik, predikte tegen het communisme. Hij vertelde hoe ze op paarden naar de kerk galoppeerden. Voor mijn geestesoog zag ik ze de Oranjebrug over galopperen. “De kerk moet branden. De kerk moet branden”, gilde mijnheer de deken. Ik nam dat serieus en vandaar die paniek.

Zo raak je in je verhaal steeds verder van het pad af. Communisten maakten niet alleen priesters dood, zij wilden niet alleen onze kerken in brand steken, zij waren – en dat was even erg – ook spotters. Zij maakten onze Una Sancta – wat dat is, doet er hier nu even niet toe – belachelijk en stalden hun paarden onder de heiligenbeelden. Ook hielden zij er drinkgelagen en zij bedreven ontucht op de altaren. Wat dat is, weet u zonder meer, maar dat deed er destijds voor ons kinderen juist niet toe.

En dit is precies wat er met de Havenkerk staat te gebeuren. Straks klinkt feestgedruis onder de gewelven. Dan staan ze tegen de pilaren geleund te zoenen, want met de ontucht op de altaren zal het wel meevallen gezien de scherpte waarmee onze boa’s de commercialisering van liefkozingen tegengaan.

Alles wat de vervolgers van het geloof wilden, is gerealiseerd. Ze hoefden er niet eens iets voor te doen. Niet het communisme maar de commercie won.


Gerelateerd