Herinneringen gaan korter mee dan spullen

22-08-2021 Uit Redactie


SCHIEDAM - Er kan niet meer gekeken worden in het Kijkdepot. Vandaag was de expositie- annex onderzoeksruimte voor de artikelen in de historische collectie van de stad in de Havenkerk voor het laatst geopend. 

Ook voor de zeventig vrijwilligers die de ‘beroeps’ van het Stedelijk Museum Schiedam de afgelopen vijf maanden bijstonden met het in kaart brengen van de ruim vijfduizend items die in drie ‘bekkies’ onder handen werden genomen, kunnen aan hun welverdiende vakantie beginnen. 

Voor Merel van der Vaart, conservator Stadsgeschiedenis bij het stedelijk, is dat een van de belangrijkste vruchten van de inspanningen tijdens het Kijkdepot: de Schiedammers bekendmaken met de spullen die hun stadsgeschiedenis vorm gaven. Dat is gelukt, zo zegt zij. Honderden mensen kwamen hun licht opsteken, ‘en het was mooi om te zien hoe iedereen bij andere voorwerpen aansloeg’. Een herinnering uit een vroege jeugd, iets waar opa altijd over sprak, een stuk gereedschap die men zelf nog in handen had gehad, een herinnering aan een dierbaar moment. 

De afgelopen periode waren met de name de spullen uit het dagelijks leven te zien. Dagelijks werd er zowel gesproken met bezoekers als onderzoek gedaan in literatuur en systemen. Een van de mooiste vondsten vindt Van der Vaart een duidelijk intensief gebruikt groen stoeltje. “We hebben mooiere stoelen hier”, wijst zij naar een setje stoelen dat uit een monumentaal pand of uit een directiekamer kan komen (zie een van de foto's hieronder). Maar het groene stoeltje is voor haar bijzonderder. “Het enige wat we wisten is dat we het ergens in de jaren 70 gekregen hadden vanuit de sociale werkplaats.” Het ging al lang mee. En pas gisteren of eergisteren liep er iemand binnen die meende dat het stoeltje inderdaad was gebruikt in een soort vakopleiding die al bijna een eeuw geleden werd opgericht om kinderen met een leerachterstand een beroep te leren. Een initiatief van de Vereniging Zwakzinnigenzorg. “Schiedam liep daarin voorop”, weet Van der Vaart. Er werd een foto gevonden van die school - met het stoeltje - en er werden weer mensen op die foto herkend. 

In een vorige periode afgelopen zomer werden de artikelen uit het werkende leven in kaart gebracht ('en een heel groot deel was jeneverindustrie'), als ook de spullen van overheid en schutterij. De gevelstenen bleven in depot.

Een andere mooie vond was volgens Van der Vaart een soort portefeuille, een eenvoudige leren map zo groot als een flinke agenda. Bijzonder was de naam erop, Pieter Sagwijn, en vooral intrigerend de plaatsnaam Constantinopel en het jaar 1754 erop. Ook nog afgelopen dagen vond een vrijwilliger terug dat er inderdaad een scheepstimmerman Pieter Sagwijn in die tijd leefde en dat die naam opduikt in stukken die gebruikt zijn bij de verzekering van een scheepslading, nadat daar in de haven van Smyrna, het huidige Izmir in Turkije, schade aan was geconstateerd. “Misschien was dit wil een bedankje, want het ligt niet voor de hand dat een timmerman met een portefeuille met zijn naam erin liep.” Van der Vaart wil nog contact opnemen met een Amsterdams museum waar eenzelfde portefeuille is, met een andere naam maar hetzelfde jaartal en ook Constantinopel. 

Zo zal het bij een groot deel van de duizenden artikelen gaan: er moet nog over worden doorgezocht. Dat zal voorlopig nog maar op kleine schaal gebeuren, want de omstandigheden van een beschikbare Havenkerk en een gesloten Stedelijk Museum maakten dat nu het moment was om het Kijkdepot te organiseren. Na vandaag gaan veel spullen weer terug naar het Haagse depot. En misschien wel net zo ‘slim’ opgeborgen als het voorheen was, dat betekent vooral zo weinig mogelijk ruimte innemend. 

Maar er is een groot verschil. De voorwerpen kregen allemaal - ‘ja, dat is gelukt!’ -  een label: geel, oranje of rood. De gele labels betekenen dat de onderzoekers er het predicaat ‘houden’ aan hebben gehangen. Het zijn artikelen die in Schiedam thuishoren, dat ze misschien niet van de meest artistieke laat staan antiquaire waarde zijn, maar wel dat ze iets zeggen over de geschiedenis van de stad en zijn bewoners. ‘Oranje’ betekent dat er nog verder moet worden onderzocht. De rode labels, Van der Vaart schat dat zo’n twaalf procent van de artikelen dat etiket kregen, betekenen dat de spullen kunnen worden afgestoten. Niet te linken aan Schiedam, of misschien wel erg dubbel. Zoals de ‘klap’ van de nachtwakers, waar er wel twintig van in collectie zijn. Uiteraard spraken bezoekers van het Kijkdepot hun interesse uit om spullen in gebruik te nemen - het Anthonisgilde bijvoorbeeld, om het verhaal dat hij vertelt over de zakkendragers nog meer kracht bij te zetten - maar dat zal moeten wachten tot B&W van de stad zich over het afstoten hebben uitgesproken. “Tenslotte zijn deze spullen van de stad, van ieder van ons.” 

En de spullen zijn mooi en doen soms terugdenken aan vergeten herinneringen, maar nog meer dan de spullen zijn het de verhalen waar de conservator Stadsgeschiedenis op uit is. Zo kan een wiegje waar een Schiedamse al als kind naar stond te kijken bij De Ooievaar en die ze zelf maar wat graag aanschafte toen ze zelf moeder werd, ook een plaats krijgen in Schiedams historische collectie. Gewoon ook vanwege de verhalen eromheen. "Want spullen blijken een langere levensduur te hebben dat de herinneringen, de verhalen die ze betekenis geven."

PS. Dit artikel is na eerste plaatsing op enkele punten aangepast.

Bekijk de foto's



Gerelateerd