De opvolging van Deirdre Carasso

26-07-2020 Uit Han van der Horst

Een groot aantal Schiedamse organisaties maakten een kleine drie jaar geleden als onderdeel van de tentoonstelling Vaandels & Verhalen een vaandel; ze deden mee aan een vaandelparade door de stad die eindigde op het plein van het Stedelijk Museum Schiedam; foto: SMS/Kim van Dee


COLUMN - Heel Schiedam is van de week bezig geweest met het feliciteren van Deirdre Carasso die een stevige carrièrestap heeft gemaakt: zij wordt directeur van de Utrechtse bibliotheek. Dat is een heel wat grotere en complexere organisatie dan het Stedelijk Museum. Tegelijkertijd betreurt iedereen haar vertrek: ze heeft tenslotte in vierenhalf jaar grote daden gesteld. Het museum is zowel landelijk als stedelijk stevig op de kaart gezet. De Schiedammers beschouwen het monumentale gebouw op de Hoogstraat niet langer als een tempel waar gewone mensen niets te zoeken hebben.

Tegenwoordig zijn tentoonstellingen vaak coproducties met organisaties of mensen van buiten het museum. Carasso heeft die omslag tot stand gebracht zonder dat er concessies zijn gedaan aan de kwaliteit: de kunst moest niet wijken voor verdienstelijk haakwerk. Deirdre Carasso is in Schiedam geen moment op haar hurken gaan zitten. Wat zij heeft gedaan, is volksverheffing zoals het hoort.

En nou gaat ze weg.

Je zou denken dat wie haar opvolgt, in een gespreid bedje komt. Niets is minder waar. Om te beginnen is dat gebouw op de Hoogstraat een wormstekig paleis. Het moet twee jaar dicht voor een diepgaande en alles omvattende restauratie omdat men een kleine twintig jaar geleden dacht de boel voor een prikkie op te kunnen knappen. Schiedam wordt nu geconfronteerd met de betekenis van het gezegde ‘goedkoop is duurkoop’. We gaan vanwege de Corona arme tijden tegemoet en het geklaag over de hoge kosten van het museum voor zo´n kleine stad als de onze – sinds de komst van Deirdre Carasso verstomd – zal ongetwijfeld weer hoog oplaaien.

De nieuwe directeur moet daarop een welsprekend antwoord vinden. Tegelijkertijd dient deze – zien jullie hoe ik in het midden weet te laten of het een vrouw dan wel een man moet zijn of een wezen daar tussenin? – tegelijkertijd dient deze ervoor te zorgen, dat het Stedelijk Museum op de kaart blijft stáán, zowel landelijk als lokaal. Dat valt niet mee als de tent op slot is en vanwege het hinderlijke timmeren, zagen en boren alleen maar geluidsoverlast voortbrengt. De staf zal met haar tentoonstellingen moeten uitwijken naar andere plekken waar wel ruimte is.

In principe is dat geen probleem: er staan genoeg winkelpanden leeg in de stad. Eigenaars zijn wellicht blij ruimte te mogen bieden voor een pop up expositie. Dan komen er tenminste tijdelijk nog een páár centen binnen. Wie Deirdre Carasso opvolgt, zal de ambitie moeten hebben om de héle stad tot museum te maken. Anders wordt het niets.

Dat vereist een bijzondere karakterstructuur. Je moet aardig zijn en vasthoudend. In de Schiedamse omstandigheden is het bovendien van wezenlijk belang dat ‘doe gewoon, dan doe je gek genoeg’ je tweede natuur is, juist als je óngewone dingen tot stand wil brengen, want dit is een stad waar het ‘ja maar’ iedereen in de mond bestorven ligt. Daarnaast is het onontbeerlijk dat je in staat bent voor een dubbeltje een plaats op de eerste rang te krijgen. Het is hier immers voor kunst en cultuur geen vetpot. Groot voordeel: als de hele stad in principe deel uitmaakt van het museum, dan worden nog meer Schiedammers over de drempel getrokken. Dan staat er een grote schare fans klaar als de tempel op de Hoogstraat over een paar jaar zijn deuren weer kan openen.

Maar je moet van goeden huize komen, om dat allemaal voor elkaar te krijgen. Gelukkig zijn zulke mensen in Nederland best te vinden: er loopt genoeg jong talent rond op zoek naar een kans om onder lastige omstandigheden de sporen te verdienen. Je bent ze dan uiteraard net als Deirdre Carasso na een jaar of vier weer kwijt omdat zij graziger weiden gevonden hebben, maar dat is het lot van een museum als het onze.



Gerelateerd