Carasso verlaat een museum dat staat waar alleen dat museum kan staan

04-10-2020 Uit Ted Konings


SCHIEDAM – Schiedam is een plek voor pioniers. Dat vindt Deirdre Carasso, tot dit weekend directeur van het Stedelijk Museum Schiedam. Ook zij voelde zich een pionier in Schiedam.

“Schiedam is een stad voor mensen die het leuk vinden als er nog wat te doen valt. Als iets niet af is.” De ervaring die zij de afgelopen vier jaar in de stad opdeed leerde haar zelf dat zij ook zo’n pionier is. En daarom stapt ze op.

Huh? Voelt Carasso zich dan niet thuis, tussen gelijkgestemden? “Jawel. Ik heb hier en in mijn functie allemaal mensen ontmoet die iets voor de stad doen. En ik doe vrolijk mee. En ik ben woonachtig in Utrecht.” Raar. Haar ervaringen in Schiedam brachten haar op gedachten. “Ik raakte door mijn werk in Schiedam geïnspireerd over Utrecht. Ik woon er al tien jaar, maar ken er vrijwel niemand. Tijdens de Coronacrisis werd dat gevoel sterker. Dat ik nu in Utrecht ga werken heeft niets met reistijd te maken, maar alles met het feit dat ik iets voor mijn eigen omgeving wil doen.”

Het kan verkeren. Als meisje geboren in Abcoude was Amsterdam haar natuurlijke habitat; ze ging er naar de middelbare school. “Ik voel me geen Amsterdammer. Ik ben in Rotterdam gaan wonen toen ik voor museum Boijmans-Van Beuningen ging werken. Ik was er meteen thuis. Ik ben van de regio gaan houden, die past me als persoon veel beter. Juist omdat het niet af is.” Zo ook Schiedam dus. “Wat dat betreft zou de stad best iets meer zelfvertrouwen mogen hebben.”

Om het verhaal af te maken: later verhuisde Carasso voor de liefde naar Utrecht. Daar geniet ze van de natuur in de directe omgeving, waarvan zij de afgelopen weken ook het nodige zag. En vast over een tijd nog meer – dat thuisvoelen -, als ze zich in Utrecht, in en namens de bibliotheek van de stad, heeft gemanifesteerd zoals ze zich in Schiedam heeft.

In die ruim vier jaar maakte ze grote indruk. Ze – Schiedammers hebben er niet zo veel mee om een ontwikkeling of prestatie aan één iemand toe te schrijven, vanaf de maan zijn we immers allemaal even groot – haalde het museum uit het slop. Het kan niet anders gezegd: ze wist de staf van het museum te enthousiasmeren, nieuwe mensen aan te trekken, vrijwilligers aan het museum te binden en de stad ervan te overtuigen dat er tussen de muren van het Sint Jacobs Gasthuis echt iets aan het veranderen was. En wat dat dan was? Misschien dat het belangrijkste nog wel was: het museum schudde het imago van elitaire kunsttempel van zich af; het opende zich naar de stad, die al veel langer en vaker er blijk van had gegeven dit wel zeer graag te willen. De persoon van Carasso, als ‘pionier’ die ging waar nog niets was, die mensen opzocht en echt contact legde, die haar betrokkenheid bij de beeldende kunst en de rol die al het moois dat zij in het museum kon laten zien in mensenlevens overbracht op de omgeving, die persoon was daarvoor doorslaggevend. “Het is voor het museum goed als er een gezicht is”, zegt ze er zelf over. En dat het belangrijk is menselijk te zijn.

Het project Vaandels en Verhalen (in de zomer van 2017) noemt zij als favoriete project van haar tijd in Schiedam. “Ik heb zo ongelofelijk veel bewondering voor al die mensen die de stad dragen en maken”, vertelt ze nu. “Soms tegen de klippen op.” Tijdens het project waarin alle organisaties en verenigingen van de stad werden uitgenodigd om zichzelf uit te drukken op een vaandel, kwamen veel van die mensen naar voren. “Het was zo fantastisch om al die mensen die zo veel goeds doen voor de stad, bij elkaar te zien.” (Zie voor een impressie hier.)

Die dragers van de stad zijn niet alleen de dragende krachten van de verenigingen; ze zitten soms ook gewoon op de bankjes van de raadsleden en wethouders in de Aleidazaal. “Ik heb waardering voor de lokale politiek gekregen. Dan zit ik daar, tot tranen geroerd, op de publieke tribune. Er wordt wel gepraat met elkaar en geluisterd naar elkaar. Het is niet op zo veel plekken waar dat gebeurt, door mensen met allerlei achtergronden. Dat zit toch maar in eendracht bij elkaar.” In een adem door betuigt Carasso ook haar sympathie voor de lokale journalistiek, die op moet tekenen wat er wordt gezegd, wat er gebeurt.

“Het is heel belangrijk dat we elkaars verhalen kennen.” Dat gebeurt volgens Carasso in de journalistiek en dat gebeurt ook in het in museum. Maar ook in de bibliotheek, het theater, het wijkcentrum. Daarom ook het belangrijke idee dat haar door de jaren heen heeft begeleid op haar weg om het museum vooruit te brengen: “Ik wilde een museum dat alleen daar kan staan waar het staat.” Nergens anders dus, bedoelt ze. “Een museum dat zich laat inspireren door de stad.” Dat is wat een stad nodig heeft. En dat is wat er in Schiedam dus anders uitziet dan in Rotterdam of Utrecht. “Vergeet niet: het wordt met publiek geld gefinancierd! Het is belangrijk dat het er is voor de stad.”

Met dat in het achterhoofd – of juist prominent voor ogen – was het project Vaandels en Verhalen zo belangrijk. “Het museum moest gaan samenwerken met de stad. Dan ga je kijken of mensen mee willen doen.” En dat was het geval: 65 verenigingen uit de stad deden mee. “Die haalden de eindstreep.” Er vielen er ook onderweg af. “Want het was heel wat. Je moest er heel wat voor doen, al die avonden achter de naaimachine zitten.” Vaak gezamenlijk, in het Stedelijk Museum Schiedam. “Mensen willen graag hun verhaal delen. En ze zijn ook in elkaar geïnteresseerd. We hebben vier avonden samen gegeten. Ieder stelde zich voor. Dat waren zulke prachtige avonden.” Het was toen dat Carasso zich realiseerde welke kracht er in de stad schuilt.

Toen kwamen de kwaliteiten van Schiedam boven. “Het leuke van Schiedam is dat het eigenlijk een wereldstad is en een groot dorp. Die combinatie maakt dat je elkaar relatief snel weet te vinden.” En elkaar dan ook nog iets te melden hebt.

Typisch Carasso was de manier waarop zij de pers haalde als de directeur waarmee je makkelijk in contact kwam als je maar even op de ruit van haar werkkamer in de Hoogstraat klopte (zie hieronder). “En dat gebeurde heel vaak… Meerdere keren op een dag. Vergaderingen zette ik er voor stil.” Die gesprekken, die ontmoetingen – en die ging soms over wat mensen van het museum vonden, maar net zo goed zaken waarover ze hun hart wilden luchten – die voorzagen Carasso in de loop der tijd van nieuwe perspectieven en nieuwe ideeën.” Het maakte dat zij niet de kunst centraal zette, maar de mensen. “Kunst en geschiedenis zijn hele goeie manieren om verhalen te delen. Mensen met elkaar in contact te brengen.”

Een speerpunt was het verschaffen van een podium aan de stad, in het museum. En ook andersom, in een wisselwerking meestal. Met scholieren, of al buikdansend. Of met Schiespoor, de modeltreinvereniging. “Honderdtwintig kinderen van de basisschool hebben met een kunstenaar dat modeltreinlandschap gebouwd. De droom van de vereniging was om een jeugdafdeling op te zetten en dat zijn ze daarna ook gaan doen. Zij waren supertrots op het festijn.” En Carasso niet minder. “Dat gebeurt er als je de stad een podium geeft. Mensen zien dat je ze serieus neemt. Het laat zien: jij bent ook het museum, het museum is ook van jou!”

Een hoogtepuntje voor een terugkijkende Carasso is ‘Rothko en ik' (maart 2019-maart 2020). “Dat was nog nooit ergens ter wereld gedaan: alleen naar zo’n topstuk kijken.” Het was een idee van Sjarel Ex, directeur van Boijmans. “Wij zijn de enige niet-Rotterdamse buren die bij de sluiting van dat museum werk mochten laten zien.”

En ook aan Sticky Business (najaar 2017) zijn de herinneringen de Schiedamse museumdirecteur dierbaar. “Toen zijn heel veel Schiedammers voor het eerst naar het museum gekomen. Stadsdichter Yvette vertelde dat zij toen voor het eerst in jaren zijn geweest en dat sindsdien haar dochter alle tentoonstellingen heeft gezien.”

Persoonlijk trots op hoe het uitpakte is Carasso over Modest Fashion (najaar 2019-voorjaar 2020). Ook hier weer: “Je neemt iets van de straat, geeft het een podium en je maakt het bijzonder. En je stelt ook vragen.” In dit geval bracht de tentoonstelling het gesprek op gang over bedekkende kleding. “Wat betekent het eigenlijk voor jou? En voor andere gelovige vrouwen, en niet gelovige vrouwen?” Daar kwamen zo veel verhalen bij elkaar. “Dat ontroerde me, wat daar tussen mensen gebeurde. Het had heel makkelijk een polariserend verhaal kunnen worden, maar dat is niet gebeurd.”

Tuurlijk, je maakt het nooit alle bijna tachtigduizend Schiedammers naar de zin. “En je hoort best vaak: dat kan hier niet, dat werkt hier niet. Ik heb me wel steeds voorgenomen om het gewoon eerst te proberen. Misschien is het zo en kan het niet, maar dat weet je pas echt als je het geprobeerd hebt.”

Ja, natuurlijk is het jammer dat ze weggaat nu het museum wordt verbouwd en er niet bij zal zijn als het hopelijk in nieuwe glorie zal heropenen. De renovatie moet het Jacobs Gasthuis weer gezond maken voor de toekomst. De klimaatinstallaties die worden geïnstalleerd zijn nodig voor een echt professionele museale bedrijfsvoering. “In het museum moet de goede temperatuur en luchtvochtigheid heersen, anders kun je er geen kwetsbare kunstwerken tentoonstellen.” Een bij-effect van het van het plafond afhalen van alle bestaande installaties is dat het gebouw ook een betere verlichting krijgt. “En geen herrie meer zal genereren met zijn installaties. En nieuwe trappenhuizen krijgt. Dat is ook heel fijn, want zo wordt het museum beter toegankelijk.”

Carasso maakt het niet meer mee. Er is meer dat ze niet meer meemaakt: de ontwikkeling van het museumplein. “Dat is nu wat grauw. We zijn doende met de selectie van een kunstenaar die er een ontwerp voor maakt. Niet voor een beeldje, maar voor een echte ingreep. Zodat het plein smoel krijgt en een echte ontmoetingsplek wordt.”

Dat is het Stedelijk Museum Schiedam meer en meer geworden. “Mensen komen overal vandaan.” Carasso laat niet onvermeld dat het bezoekersaantal de afgelopen jaren is verdubbeld, naar 72.000 afgelopen jaar. Ruim dertig procent van de bezoekers zijn Schiedammers. Maar de landelijke functie is ook belangrijk. “Schiedam komt met het museum elke week positief in het nieuws.” In recensies, op tv, door prijzen te winnen.

En dat laat Deirdre allemaal achter zich. “Maar het is niet dat ik wegga; ik ga ergens naartoe.” Dat is het gevoel dat nu overheerst. “En er schuilt nog steeds een archivaris in me; ik hou van bibliotheken. Daarom: het klopt helemaal dat ik nu naar Utrecht ga.”

Namens Schiedam zegt deze verhalenverteller: dank je Deirdre.


Gevraagd naar welke foto zij het best vond passen bij dit verhaal zei ze: "Deze!" Doelend op de foto hierboven. Het gaat om een moment ten tijde van Modest Fasthion; dialoog tussen deelnemers.

Maar uiteraard willen we Deirdre ook nog even in beeld brengen. Mis de foto (gemaakt door Mieke Lindeman) hieronder daarom niet.

Bekijk de foto's


Gerelateerd