Bij het overlijden van Maarten Biesheuvel

02-08-2020 Uit Han van der Horst

Maarten Biesheuvel op zijn tachtigste verjaardag in de Korenbeurs in Schiedam; foto: Jan van der Ploeg


COLUMN - Maarten Biesheuvel en ik zijn allebei in het westen van Schiedam geboren, misschien een minuut of acht fietsen van elkaar. Toch ben ik hem pas verleden jaar voor het eerst tegengekomen: op het verjaardagsfeest dat de Schiedamse bibliotheek voor hem in de Korenbeurs had georganiseerd.

Schiedammers vormden de hoofdmoot van het publiek, maar bewonderaars waren van heinde en verre gekomen, tot en met de schrijver Pieter Waterdrinker, die in Sint-Petersburg woont. Hij was broos, Biesheuvel. In de pauze sprak ik hem aan. Ik zei dat ik vroeger altijd zijn columns las in Centrum, het maandblad van het Academisch Ziekenhuis in Leiden, waar hij toen bibliothecaris was. Ik nam dit magazine voor mijn werk door. Zodra ze er lucht van kregen, kwamen collega’s aan mijn bureau staan om het stuk van Biesheuvel te lezen. Hij keek me met grote schrikogen aan. “Dank U wel”, fluisterde hij.

Het is geen wonder dat Biesheuvel en ik als kinderen van de jaren vijftig elkaar nooit tegen het lijf liepen. Om te beginnen was hij een stuk ouder. Wij werden door de grote jongens niet bekeken. Dat weet ik nog wel. Deden ze het toch, dan was het om ons weg te jagen.

Dan had je de verzuiling. Biesheuvel groeide op in een ontzettend protestants nest. Hij ging naar de christelijke school en daarna naar het Groen van Prinsterer in Vlaardingen. Dat was vanzelfsprekend. Even vanzelfsprekend was mijn Werdegang. Als katholiek kwam ik om te beginnen terecht op de kleuterschool van de nonnetjes aan de Westvest, waar ik onder het semi-sadistisch bewind viel van juffrouw Greta. Later volgden de Sint Jozefschool en het Sint Franciscus College in Rotterdam. We zijn elkaar ongetwijfeld op straat wel eens gepasseerd, maar dat steeds zonder ons bewust te zijn van elkaars bestaan.

Zo kwam het dat ik net als u het geestelijk universum van Maarten Biesheuvel uitsluitend leerde kennen door zijn verhalen. Je hoeft maar een alinea of wat te lezen om te beseffen dat we hier met een zeer groot schrijverschap te maken hebben, dat zich nooit heeft laten verslaan door zijn getroebleerde geest. Biesheuvels bundels zijn niet tijdgebonden. Ze verouderen nooit. Ze zullen over een eeuw nog lezers in hun ziel treffen. Dat hun wereld er dan heel anders zal uitzien als de onze, doet er niet toe. Ik voorspel dat niet. Ik zie dat. U ook, als u het werk van Biesheuvel ter hand neemt.

U merkt dan nog iets. Alles wat hij in zijn lange leven publiceerde, is doortrokken van een bepaald gevoel. Ik heb lang gezocht naar een geschikte omschrijving daarvoor. Het is mededogen. Mededogen kenmerkt het werk van Maarten Biesheuvel.

Hij moet maar gauw een gedenkteken krijgen. Dat is Schiedam wel aan deze grote zoon verschuldigd, ook al ging hij al een jaar of zestig terug de kant van Leiden op. Biesheuvel is van ons en dat zal hij blijven.



Gerelateerd