'Vijf redenen waarom je Schiedam moet bezoeken'

04-01-2019 Uit Ingezonden

INGEZONDEN – Eigenlijk zijn we allemaal wandelaars, zegt Vera Heda. Onder de naam Vera Wandelt houdt zij een blog bij met wandelverhalen.

“In de beginjaren wandelde ik wat fanatieker. Zo liep ik de Nijmeegse vierdaagse en diverse langeafstandsroutes en streekpaden. Nu vind ik het wandelen leuk, maar vind ik het ook leuk om het te combineren met andere hobby’s zoals fotograferen en museumbezoek.”

“Een aantal keer bezocht ik Schiedam en nog altijd vind ik de Jeneverstad een verrassend leuke stad. In het nieuwe jaar bracht ik samen met mijn moeder een bezoek aan Schiedam en ontdekte weer veel nieuwe plekken.

Er zijn diverse redenen waarom ik de stad zo graag bezoek. De stad is bekend vanwege de molens en de jeneverdistilleerderijen. Vanaf het station wandelden we langs de Schiedamse Schie, waar een groot complex aan lag. We wandelden onder de poort door en kwamen in het Proveniershuis uit 1756-1761. Het huis aan de Schie is ontworpen door stadsarchitect Arij van Bol’Es en vroeger woonden hier proveniers, die zich eenmalig inkochten.

In de binnentuin heerste een serene rust. In de verte zagen we een oranje kat, die schrok door een vrolijke hond die eraan kwam rennen. De olijke viervoeter groette ons ook even en ging daarna richting het poezenbeest. De man met de kleine pincher was geen bewoner, maar ging zijn zus bezoeken, die in één van de kleine huisjes woonde. We maakten een kleine rondgang in de verborgen tuin. Achter in de tuin zit sinds 2016 het restaurant de Provenier.

Bij een haventje kwamen we al de eerste molen, De Kameel, tegen. De molen spiegelde fraai in het water. We liepen over een bruggetje langs het water. Ooit stonden er twintig molens in Schiedam, die mout maalden voor de jeneverstokerijen. We liepen langs de oude panden van de jeneverindustrie.

Tijdens onze wandeling passeerden we diverse molens. We kwamen langs molen De Vrijheid, molen De Nieuwe Palmboom, molen De Noord en molen De Drie Koornbloemen. Bij de laatste, molen De Walvisch, konden we naar binnen.

We waren één van de eerste bezoekers. Het apparaatje voor het scannen van de Museumkaart moest nog opgestart worden.

Op de begane grond was de museumwinkel. Je kon er allerlei soorten meel, gemalen door molen De Vrijheid kopen. We gingen langs de pakken met pannenkoekmeel, tarwemeel, speltmeel en oliebollenmeel, die vanwege het nieuwe jaar in de aanbieding was. Met een trap kwamen we op de eerste verdieping van de molen, waar we door het molenraam naar buiten konden kijken.

Op de volgende verdieping werd een film op de muren van de molen vertoond. De filmvertoning ging over de geschiedenis van de Schiedamse molens en de jeneverindustrie. Het verhaal werd verteld door een vader met zijn dochtertje en de bijrol was voor een molenkat.

Met een smalle trap kwamen we op de één na laatste verdieping. Voor mensen met hoogtevrees is deze beklimming niet echt weggelegd. Met een smalle ladder kwam ik op de etage waar een kleine molen stond. Met een nog smallere trap steeg ik naar de hoogte waar vroeger werd gemaald. Hier kon je ook naar buiten, waar je een prachtig uitzicht had over de stad. De planken waren nat, zodat ik bij de ingang van de deur de buitenwereld gade sloeg.

Mijn moeder had inmiddels al haar moed verzameld en was ook naar boven geklommen. Een molenaar ging de wieken van de molen stellen om de wieken te laten draaien. Wij gingen weer naar binnen en lieten de molenaar zijn gang gaan.

Achterstevoren gingen we stapje voor stapje de ladders naar beneden. Dat was behoorlijk peentjes zweten. Met knikkende knieën stonden we uiteindelijk weer op de begane grond.

Vlakbij molen De Walvisch lag het Stedelijk Museum Schiedam. We wandelden de Appelmarktbrug over en ik maakte een aantal fraaie kiekjes van de oude schepen die lagen aan de kade van de Lange Haven.

Voor het neoclassicistische gebouw met de kolossale zuilen van de Italiaanse architect Jan Giudici stond een enorme kerstboom. In het pand van het museum Schiedam zaten voor 1940 de bejaarden van het Sint Jacobs Gasthuis.

We kwamen in de imposante hal waar aan de zijkanten lange tafels waren gedekt voor een kerstmaal. Midden stond een tafel met allerlei lekkernijen. Je kon een bord samenstellen en bij de balie afrekenen voor de prijs dat je het waard vond.

We scanden onze Museumkaarten en kregen een sticker die we zichtbaar moesten dragen. We namen één van de 'fortune cookies' die ook op de tafel stonden. Mijn moeder vond het koekje zo lekker dat ze het met wens en al opat.

We bezochten eerst de overzichtstentoonstelling van de Nederlandse kunstschilder Corneille, Guillaume Beverloo. Als lid van de kunstenaarsgroep Cobra maakte hij onder andere abstracte schilderijen met kleur en figuraties met maskers, vrouwen, vogels en katten.

In vele zalen waren zijn werken per periode op een esthetische wijze tentoongesteld. Ik vond zijn kleurrijke schilderijen uit de periode van 1952-1965 het mooist. Vele van zijn werken ook gebruikt ter illustratie van servies en stropdassen.

Op de bovenverdieping op zolder was een expositie van kunstenaar Gijs Assman. Er stonden rijen aan collages opgesteld, die Gijs maakte voor zijn geliefde elke dag dat ze niet samen waren. Het waren duizenden liefdesbetuigingen.

Aan de andere kant van het museum was een tentoonstelling Familie. Zo hing er een rij foto’s van een viering van een jongetje dat een meter hoog was. Op verschillende blokken waren familieverhalen van Schiedammers beschreven.

Daarnaast was er een heuse kapsalon nagebouwd. Tijdens de expositie kunnen bezoekers hun haar laten knippen. Manon van Hoeckel richt een kapsalon in waar je eens per week terecht kan in het weekend in ruil voor een mooi verhaal. Onder de haarkappen kon je plaatsnemen en naar een familieverhaal luisteren.

Op de zolderverdieping was een fototentoonstelling Ma, met foto’s van de moeder van Hugo Borst die aan Alzheimer leed. Zijn moeder overleed vorig jaar.

Na het cultuursnuiven waren we toe aan wat lekkers. We streken neer bij chocolaterie De Bonte Koe, die was gevestigd in één van de oude jeneverpanden aan de Lange Haven. Sinds 1992 zit De Bonte Koek Chocolade in Schiedam en heeft daarnaast een vestiging in Rotterdam en sinds kort ook een winkel in Den Haag.

Het was nog rustig in de zaak en we gingen aan één van de tafels zitten in het lunchroomgedeelte. We bestelden warme chocolade met slagroom. Bij onze grote beker warme chocomelk met een toef slagroom kregen we ook nog een chocolade lepel. Ik had sinds tijden niet zulke lekkere warme chocolade gedronken en het was niet te vergelijken met de opgewarmde Chocomel die je vaak krijgt.

We wandelden de Lange Haven af en maakten nog een stop bij de Bibliotheek Korenbeurs. In de oude Korenbeurs werd vroeger onder andere moutwijn voor de jeneverproductie verhandeld. Ook dit pand is net als het gebouw van het Stedelijk Museum Schiedam ontworpen door de architect Giudici. We gingen het pand met de glazen overkapping binnen. De meeste tafeltjes van lunchroom De Beurs, die is tevens gehuisvest in de bibliotheek, waren bezet.

Aan de zijkanten van het gebouw stonden kasten vol boeken. In het midden onder de glazen kap stond een immense tafel met een lamp van, hoe toepasselijk, jeneverglazen. Het leek net een kas van een botanische tuin met de grote planten die om de leestafel heen stonden. Alle stoelen waren bezet met bezoekers die een tijdschrift of een boek lazen. We namen plaats op één van de zitjes naast de tafel en zochten een tijdschrift uit in één van de bakken."

Wie het weblog met de foto's van Vera wil bekijken kan terecht op deze pagina.

En oh ja, die vijf redenen? De vijf van Vera zijn:
1. Dwaal door het hofje van het Proveniershuis
2. Wandel langs de jenevermolens en bezoek museummolen De Walvisch
3. Bezoek het Stedelijk Museum Schiedam
4. Drink warme chocolademelk met chocoladelepel bij De Bonte Koe Chocolade
5. Bezoek de bibliotheek en lees een boek of een tijdschrift

Ps. Dit artikel is na eerste plaatsing aangevuld

Gerelateerd