Over boa´s met een hoofddoekje

20-12-2021 Politiek Han van der Horst


COLUMN - De Schiedamse  gemeenteraad heeft net als de Tweede Kamer een motie aangenomen tegen het toevoegen van religieuze of anderszins levensbeschouwelijke elementen aan het uniform van een boa. In Schiedam was deze zaak aangezwengeld door Seyda Dokgoz van Denk, zelf draagster van een ingenieus geknoopte sjaal om hoofd en nek. Het kwam haar partij op een politieke nederlaag te staan maar daarmee is de discussie nog lang niet afgelopen. Dat komt mede door de manier waarop Karin de Vries, fractievoorzitter van het AOV, reageerde. Zij zei tijdens de behandeling van de motie dat zij aan het uniform van een boa niet wilde zien welke levensbeschouwing zo´n functionaris aanhing. Als voorbeeld noemde zij een hakenkruis. Daarmee was het huis meteen te klein, Dogukan Ergin, fractievoorzitter van Denk, eist excuses voor de vergelijking van het hoofddoekje met het hakenkruis. Mevrouw de Vries vindt haar voorbeeld achteraf ongelukkig gekozen maar biedt geen verontschuldigingen  an. Ze wilde immers helemaal geen vergelijking trekken. Ze probeerde met een extreem voorbeeld aan te tonen wat je in huis haalt. 

Dit soort kwesties roepen heftige emoties op. Daarom is het een goed ding wat afstand te nemen en de zaak van het hoofddoekje (waarmee Denk het keppeltje altijd in één adem noemt) rustig te bekijken.

Artikel 1 van de grondwet verbiedt discriminatie. Iedereen in het koninkrijk der Nederlanden wordt onder gelijke omstandigheden gelijk behandeld. Uit hoofde daarvan gelden voor alle boa´s dezelfde voorschriften met betrekking tot het uniform. 

Veel mensen denken dat Nederland een scheiding kent van kerk en staat, zoals in Frankrijk. Dat is niet het geval. We kennen hier geen staatskerk zoals in Groot-Brittannië, de Scandinavische landen of Iran, maar toch bestaan er tal van banden tussen de overheid en de geloofsgemeenschappen. Het duidelijkste voorbeeld is de grootschalige financiering van religieus gekruid onderwijs. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontvingen bedienaren des geloofs een wedde. Dat is niet afschaft maar voor veel geld afgekocht. Kerkgenootschappen genieten nog steeds bijzondere voorrechten zoals in deze Coronatijd afdoende is gebleken. Je zou eerder kunnen zeggen dat de staat neutraal is. Anders gezegd: de overheid heeft alle godsdiensten even lief. 

Er bestaan twee manieren om deze onzijdigheid tot uiting te brengen: je kunt ambtenaren in functie verbieden voor het publiek zichtbare tekenen van hun levensovertuiging te dragen. Je kunt dat ook toestaan. In dat laatste geval blijkt de neutraliteit uit de diversiteit in de manieren waarop ambtenaren van hun levensbeschouwelijke keuze getuigenis afleggen.

Nu zijn uniformdragers een bijzonder geval. Vrijwel altijd maakt handhaven deel uit van hun takenpakket. Ze zien er op toe dat iedereen handelt volgens de geldende wetten en voorschriften. Ze kunnen dwang uitoefenen en bestraffing inleiden als iemand dat niet doet. Zij spelen met andere woorden een normerende rol. Zij hebben daarbij uitsluitend te maken met de wet- en regelgeving van de staat.

Is het een goed idee als zulke geüniformeerde ambtenaren tekenen dragen die blijk geven van hun levensovertuiging? Bijvoorbeeld een borstkruis, een hoofddoekje, een beeltenis van de aartsengel Michael met zijn zwaard, de swastika van de hindoes? Of niemand mag het. Of de keuze is vrij. In het laatste geval zijn boa´s bezig met permanente communicatie. Zij laten zien: zo denk ik over de rol van mens en opperwezen in de kosmos. Zij moeten dan niet verbaasd staan als iemand daarop terugcommuniceert en begint over het verhaal achter het hoofddoekje, het kruis, de swastika. Dat kost tijd en leidt af van het onderwerp dat de boa eigenlijk aan de orde wilde stellen, namelijk het schuine oversteken, het onjuist plaatsen van afval of het niet aanhouden van de anderhalve meter. Daar mogen boa´s dan niet over zeuren. Zij zijn begonnen, de burger niet. Je hoort dat tegenwoordig wel vaker: keuzes hebben consequenties. 

Nawoord: En het hakenkruis van de nazi´s? Dat is het symbool van een politieke partij. In een democratie concurreren politieke partijen om een machtspositie in de staat. Van ambtenaren wordt verwacht dat zij loyaal de wetten en het beleid uitvoeren zoals die in een democratisch proces van debatteren, geven en nemen tot stand zijn gekomen. Daarom is het geen goed idee als boa´s partijsymbolen dragen. Ze horen in de uitvoering van hun taken boven de politieke partijen te staan.



Gerelateerd