Ik moet denken aan mevrouw Krikke-Hein

30-08-2020 Politiek Han van der Horst

De promenade langs de Wilhelminahaven, van de Gorzen naar Zwembad Zuid


COLUMN - De laatste dagen moet ik steeds aan mevrouw Tiny Krikke-Hein denken. Aan haar ogen, aan haar immer gepoetste brilletje. En haar felheid. Ze vond me geloof ik niet zo´n aanwinst voor de Partij van de Arbeid, waarvan ik toen lid was. Daarvoor rook ik teveel naar nieuw links en anarchisme. Mevrouw Krikke-Hein had weinig op met jongelui die overal het hoogste woord voerden en dachten dat ze de wijsheid in pacht hadden. Zulke wijsheid kwam pas met de jaren, had ze zelf ervaren. Gelukkig wist ze haar mond goed te roeren als stokebranden zoals ik de sfeer op de ledenvergadering probeerden te bepalen.

Die vonden plaats in zaal Irene op de Nieuwe Haven, waar nu de Jehovah´s getuigen hun bijeenkomsten houden. Wij waren ook wel een beetje Jehovah´s getuigen, maar dan van de revolutie. Wij babyboomers. Mevrouw Krikke-Hein behoorde tot een generatie die het zo rond 1970 door toedoen van mijn leeftijdgenoten hard te verduren kreeg. Wij vonden dat het allemaal te langzaam ging, te braaf en te gematigd. We wilden actie, inspraak en medezeggenschap. Wij waren meer van het soort André van der Louw, die op 1 mei als burgemeester de rode vlag van het stadhuis op de Coolsingel lieten wapperen. Ik weet niet wat mevrouw Krikke-Hein ervan dacht maar ik vermoed dat ze het een domme provocatie vond waar je onnodig vijanden mee maakte.

Besef ik nu.

We waren als partijgenoten nogal van het jij-en het jouwen want de tijd van U, mijnheer en mevrouw was voorbij. Toch heb ik het niemand van mijn soort het ooit zien wagen haar met Tiny of met je of jij aan te spreken. Zij was U en mevrouw.

Het wereldbeeld van mevrouw Krikke-Hein was gevormd door de economische crisis van de jaren dertig en de daarop volgende Duitse bezetting. Ze maakte dat allemaal mee in de Gorzen, waar ze net zo onverbiddelijk in thuis hoorde als in de rode familie.

Na de bevrijding waren het mensen van haar leeftijd die in de gemeente Schiedam de toon aangaven. Net als in de rest van Nederland trouwens. Zij namen de wederopbouw ter hand. Mevrouw Krikke-Hein hield zich als lid van de PvdA en als uitvloeisel daarvan ook in de gemeenteraad bezig met de emancipatie van de Gorzen. En wel in praktische zin. Zij zette zich in voor woningverbetering en de middenstand in de wijk. De grauwsluier van de armoede moest voor altijd uit de buurt verdwijnen. In de rest van Schiedam keek men op de Gorzenezen neer. Daar tegen kwam mevrouw Krikke-Hein met felheid op. Zij begreep dat de wijkbewoners dan zelf ook moesten veranderen: zij hadden recht op sport, spel en cultuur. Ze moesten de eigengereidheid van de Gorzenees overwinnen, het platte Schiedams en het onverschillige achter zich laten. Mevrouw Krikke-Hein vond de naam Gorzen voor haar wijk denigrerend. ‘Schiedam-Zuid’ moest het worden. Dat klonk netter en beschaafder. Je had in die tijd ook lui die de Hoogstraat wilden omdopen tot City Boulevard.

Mevrouw Krikke-Hein streed niet voor niets. Ze zag hoe door noeste arbeid de grauwheid van crisis en bezetting eerst plaats maakten voor een bescheiden welvaart en later voor de consumptiemaatschappij. Ze maakte mee, dat in de straten van de Gorzen de auto´s zich aan een rijden. Dat was de droom van de nieuwe PvdA-leider Den Uijl: alle arbeiders een auto. Ze speelde een wezenlijke rol bij de totstandkoming van het nieuwe zwembad aan de Westfrankelandsedijk. Dat zwembad heette uiteraard niet het Gorzenbad. Dat heette Zwembad Zuid.

Op haar tachtigste was mevrouw Krikke-Hein nog een felle tante. Daarna verdween zij langzaam naar de achtergrond. Wij babyboomers hebben haar nooit de waardering gegeven die zij verdiende.

Daarom ben ik er een groot voorstander van dat in het getijdenpark langs de Wilhelminahaven behalve een Paula Kooperpad ook een Tiny Krikke-Heinpad komt. Als het zwembad dan geheel is vernieuwd en uitgebreid met een multifunctioneel sportcentrum, kunnen we dat noemen naar de man die altijd de ziel daarvan is geweest: kastelein Jan Crama. Daar zit ook een mooie cadans in: Jan Crama Bad. Dat klinkt veel lekkerder dan Zwembad Zuid.

En mevrouw Krikke-Hein had het geweldig gevonden als er in haar tijd al een Nelson Mandela Promenade was gekomen. Ze wilde immers altijd dat haar wijk boven het kleinsteedse en het alledaagse werd uit getrokken. Voor minder ging ze niet, die ouwe taainagel van het socialisme, zoals haar generatiegenoot Meijer Sluijzer van de Vara het zou formuleren.



Gerelateerd