Goed dat de raad het Schiedamse slavernijverleden serieus neemt | Schiedam24

Goed dat de raad het Schiedamse slavernijverleden serieus neemt

05-07-2018 Politiek Han van der Horst

Het slavenmonument in Rotterdam; foto: gemeente Schiedam

COLUMN - Het is jammer dat Denk er op de raadsvergadering van afgelopen dinsdag niet voor heeft gekozen om beide door die partij ingediende moties over het Schiedamse slavernijverleden aan te houden. Ze deed dat wel met haar verzoek om een historisch onderzoek te doen naar wat onze stad daarmee te maken had – aanhouden - maar stond er tegelijkertijd op om een spijtbetuiging over dat verleden in stemming te brengen. Die werd nu door een raadsmeerderheid verworpen. Dat is niet zo erg, met name voor Schiedammers wier voorouders in slavernij leefden. Laat mij dit uitleggen.

Een betuiging van spijt en berouw is niet niks. Dat hoort geen gratuit gebaar te zijn, iets wat je tussen neus en lippen even doet omdat het nu eenmaal tot de goede toon behoort. En daarna gaan we met zijn allen over tot de orde van de dag. Dat was het effect geweest van zo´n spijtbetuiging. Die zou immers aan het onderzoek naar de rol van Schiedam en Schiedammers bij de slavernij vooraf gaan. De raad had dan berouw gehad over een verleden dat haar niet bekend is. Dan kun je beter even wachten tot je werkelijk weet waar je het over hebt.

Het was dan ook een uitstekende suggestie van de burgemeester om aan onze archivaris Laurens Priester te vragen een presentatie te geven aan de raad (en daarmee aan de hele stedelijke gemeenschap) over wat er al bekend is over dit thema. Daaruit zullen zeker allerlei lacunes naar voren komen en dat zijn dan bijvoorbeeld evenzovele onderwerpen voor bachelor- en masterscripties van universitaire studenten. Het moment van spijtbetuigingen is gekomen als we met zijn allen weten waarover wij spijt moeten betuigen. Dan heeft zo´n gebaar kracht.

Een ding zal het betoog van Laurens Priesters zeker naar voren brengen. Dat kun je nu al met zekerheid voorspellen. Het was heel passend dat de burgemeester heeft meegedaan aan de Keti Kotiplechtigheid in Rotterdam. Dat moet een blijvende traditie worden in Schiedam.

Tegelijk is duidelijk geworden dat Schiedammers van een paar eeuwen her niet alleen daders konden zijn maar ook slachtoffers. Terecht stelde Andreas Rose het lot van Cornelis Stout aan de orde, een Schiedammer die op de slavenmarkt terechtkwam nadat zijn schip was genomen door Algerijnse zeerovers onder Ottomaanse vlag (zie hier meer). Aan de hele raad ontging de ironie van dit geval: Strout was onderweg naar de slavenkolonie Suriname waar hij als blanke zeer waarschijnlijk slaven in zijn bezit had gekregen. Hoe dan ook, wat Stout en lotgenoten overkwam maakt net zo goed deel uit van het Schiedamse slavernijverleden. En het verdient net zo goed aandacht als meer nauwkeurig onderzoek naar de rol van de jenever of de betrokkenheid van Schiedamse families bij plantages in het Caribisch gebied.

Hier is bijvoorbeeld een overzicht van de documenten over de plantage Spieringshoek aan de Commewijne. Dit is een heel korte levensbeschrijving van Daniel Pichot, in Suriname geboren Schiedams notabel, die een grote carrière maakte bij de marine. Wij lezen dat hij een rol speelde bij het neerslaan van de opstand in Berbice. Dat was niet zomaar een rebellie. Dat was een der grootste uitingen van slavenverzet uit de Nederlandse geschiedenis (zie hier). Tegelijkertijd zijn de opstandige slaven en hun leiders nationale helden in Suriname´s buurland Guyana, want daar is Berbice te vinden. De dag waarop de opstand begon – 23 februari – is er tegenwoordig de nationale feestdag. Op het Plein van de revolutie in de hoofdstad Georgetown staat een groot standbeeld voor de belangrijkste leider Cuffy.

Verbasterd komt de streeknaam nog voor in de Nederlandse uitdrukking 'naar de barrebiesjes gaan'.

Kortom er is in de archieven en de historische literatuur genoeg over de connectie van onze stad met slavernij in al haar soorten en maten te vinden, dat voor de tegenwoordige Schiedammers buitengewoon interessant is en de moeite waard. Zeker nu de belangstelling voor de lokale geschiedenis zal stijgen naarmate we dichter bij het 750-jarig jubileum komen. Het is goed dat het college en de raad er nu al blijk van hebben gegeven dit thema serieus te nemen.

Gerelateerd
Reacties