Je wordt gezien op Schravenlant

30-04-2019 Onderwijs Redactie


SCHIEDAM – Schravenlant bestaat honderdvijftig jaar. Dat wordt gevierd met een uitgebreid programma, uitgesmeerd over het schooljaar. Op 13 april was er een grote reünie van oud-leerlingen en oud-docenten.

Zo'n zevenhonderd gasten kwamen er zodoende over de vloer van de school waar sommigen van hen nog nooit geweest waren. Het huidige schoolgebouw staat sinds 2013, een wonder van duurzaamheid en 'craddle to craddle-denken' (waarbij alle materialen zo worden ingezet dat ze weer te herbruiken zijn en dus nooit tot afval verworden), legt Robertine Kalisvaart van de jubileumcommissie uit: een automatisch ventilatiesysteem (de ramen gaan beter niet open, maar het klaslokaal zal ook bij moeilijke examens geen zweethok worden), geen lichtknoppen in ruimtes en lokalen, wc's op hemelwater, hergebruik van materialen, isolerend mos op het dak en zelfs in het gebouw en zonnepanelen natuurlijk. De grote opgang naar de hoger gelegen lokalen vormt een natuurlijke 'arena' en verblijfsruimte.

Die ruimte is dezer dagen bijzonder aangekleed, onder meer door het Schiedamse archief, met foto's uit vervlogen tijden. Met bijvoorbeeld foto's van de schoolgebouwen die de anderhalve eeuweling – in Schiedam schijnen maar twee instellingen langer te bestaan: het Stedelijk Gymnasium en Koninklijk Schiedams Mannenkoor Orpheus – 'waarom hebben wij het predicaat koninklijk nog niet?', vroegen medewerkers zich gisteren af – in zijn bestaan 'versleet'.

Veel bezoekers van de reünie kregen les in het gebouw van voor het huidige. Het vond weinig waardering, zo valt te beluisteren, in de herinnering valt zelfs de associatie 'barak'. Een enkeling onder de reünisten herinnert zich nog de oude hbs, in de stad, waar nu het theater te vinden is en die tot 1967 dienstdeed. Een statig maar wat somber gebouw, naar verluidt ook waar de Schiedamse hbs begon.

Jan Willem Verkaik, decaan voor het VWO en zeer betrokken op geschiedenis in het algemeen, en die van Schiedam en zijn school in het bijzonder, weet te vertellen dat de school officieel op 3 mei 1869 begon, met 21 leerlingen en tien docenten. Verkaik heeft een 'plak' van een kastanje op zijn werkkamer staan, gered toen de reusachtige boom werd omgehaald – en in delen verkocht om geld bij elkaar te brengen voor Serious Request, in 2014. Meer dan honderd jaar stond de boom uit te kijken op Proveniershuis, Broersvest en ruïne, in zijn ouderdom ook nog op het theater, maar eerder op de hogere burgerschool. Precies, dat statige, andere zeggen sombere gebouw, waarnaast op oude foto's nog een kastanje is te zien.

“Iedere plaats van een zekere omvang moest zo'n hbs hebben, zo was in die jaren (1869-red.) landelijk besloten”, vertelt Verkaik. Er was behoefte – denk aan de economische ontwikkeling – aan mensen die praktisch op een hoog niveau uit de voeten konden, in de handel of de (aansturing van de) haven; gymnasiasten – de enigen tot dan die een vorm van algemeen vormend onderwijs genoten – waren daar niet per se beter voor uitgerust. Zo ontstond overal in Nederland de hogere burgerschool, hbs.

Pas in 1884 achtte de stad de vrouwen klaar voor het volgen van dergelijk onderwijs. “Een jaar eerder had de raad die revolutie nog weggestemd.” Als gemeentelijke school ging de gemeenteraad hier toen over. Naar verluidt omdat een van de raadsleden een dochter had die klaar was voor het voortgezet onderwijs, sloeg het pleit om; in 1884 begonnen zeven meisjes op de hbs. Het duurde lang voor zij er volledig bij hoorden: in 1899 was volgens een opgave nog slechts één procent van de leerlingen vrouwen. Leraressen lieten nog langer op zich wachten. In jaren vijftig kreeg ook een middelbare meisjesschool onderdak bij de hbs.

In 1945 maakte Reinier Oort zijn opwachting als rector van de Schiedamse hbs. Hij bleef twintig jaar. Van 1947 tot 1952 doorliep ook zijn zoon Frans de opleiding. En Frans Oort was op de reünie. Oort is een van de succesvolle 'kinderen' van de Schiedamse hbs. Hij schopte het tot 'prof. dr.', als wiskundige aan de universiteiten van Amsterdam en Utrecht. Oort herinnert zich nog hoe zijn vader het zo regelde dat hij als rector alle eerste klassen – 'dat waren er meestal vier' – les gaf, 'om de leerlingen te leren kennen'. Wiskunde was ook zijn vak. Pa Oort draaide er als rector zijn hand niet voor om om bij ziekte van collega's een les over te nemen. Liefst ging het dan over astronomie of het tweetallig stelsel.

Dat gaat vandaag de dag toch wel wat anders, vertelt Jan van Beveren, sinds 2012 rector van de school. Alhoewel: Reinier Oort had ooit van doen met een leerling van een lagere school, waarvan hij dacht dat die toelatingsexamen moest doen op de hbs. Naar hij dacht wenend stond hij na de test in zijn elleboog te huilen, misschien wel tegen de beroemde kastanje. “Vol compassie wendde hij zich tot de jongen”, aldus zoon Frans. “Waarop de jongen antwoordde: 31, 32, 33, ik kom.”

Die compassie met de kinderen is van alle tijden. Soms klinkt dat als de zorgen van een oude(re), zoals in het geval van Frans Oort. Het gaat er volgens hem om dat je feeling houdt met wat kinderen drijft. “Weet je dat kinderen tegenwoordig drie- tot vijfhonderd appjes per dag krijgen?” Dat is om even stil van te worden.... een dagvulling. Als kinderen zich zo druk maken over het contact met anderen via de telefoon, wat blijft er dan nog voor ruimte voor andere zaken?

Conclusie: “De leescultuur bestaat niet meer.” Dat kun je als docent, rector, wiskundeprof of maatschappij frustrerend vinden, maar je moet mee, als school. Zonder natuurlijk je nuchter verstand achter te laten. “We gaan nu veel vaker over op klassikaal lezen”, vertelt Van Beveren. Zijn leerlingen worden geacht een boek bij zich te hebben. Op de derde verdieping van het nieuwe Schravenlant is een 'chill-leeshoek' ingericht. “Als er een uur uitvalt kunnen ze daar terecht.”

Je moet mee, als school, in de vaart der volkeren. In een tijd waarin op allerlei gebied veel meer dan voorheen en steeds meer een beroep op de tieners wordt gedaan. Basis blijft volgens beide heren het antwoord op de vraag: hoe krijg je ingewikkelde materie begrijpelijk uitgelegd. “Dat moet de drive zijn van een leraar, die je mee moet geven aan de kinderen: dat je met puur denkwerk verder komt”, aldus Oort. Om de leerlingen die stap te kunnen laten zetten, moet je ze ook helpen met de ontwikkeling van hun eigenwaarde. “Ze helpen zelfstandig te worden.” Maar ook begrijpen en begrijpelijk maken waarom dingen moeilijk zijn. “Daarvoor moet je naast ze gaan staan.”

Afijn, dat zijn de idealen van een leraar, op Schravenlant. Daar is het streven dagelijks naar gericht, vandaar het motto van de school: je wordt gezien. Als het goed is mogen alle zevenhonderd leerlingen hiervan verzekerd zijn.

Bekijk de foto's
Gerelateerd
Bedrijven Alle bedrijven »



Vacatures Alle vacatures »
Altijd Up-to-date