Rechter vernietigt herplantingsplan A4

30-11-2019 Nieuws Redactie

Zo groenzag het dijklichaam voor de A4 eruit voor de bomen werden gekapt


SCHIEDAM – De Rotterdamse rechter heeft het beroep van stichting Batavier, Milieudefensie en de Bomenridders tegen het herplantingsplan voor de A4, gegrond verklaard.

Een jarenlange strijd tussen de organisaties en de gemeente Schiedam wordt daarmee in het voordeel van de eersten beslecht, zo oordeelt ook John Witjes, voorzitter van Batavier. “Ook al stelt de rechtbank niet zonder meer dat er boom door een boom vervangen moet worden, het herplantingsplan wordt veel verworpen.”

In totaal 3532 bomen werden er volgens de vergunning gekapt voor de aanleg van de A4. Die vergunning werd afgegeven door de gemeente aan Rijkswaterstaat. In de vergunning was een herplantplicht opgenomen. Die stelde dat er ‘één op één’ herplant moest worden, ‘zoveel mogelijk op en rond het toekomstige tunneldak en Rijkswegtracé en in de her in te richten oren van het Kethelplein’.

Rijkswaterstaat maakte hiertoe een inrichtingsplan. De soorten bomen die gebruikt worden bij de herplant/compensatie werden daarin nader bepaald. Toen bleek dat in plaats van bomen ‘veren’ werden herplant, kleine plantjes zonder stam, riepen de milieuorganisaties de gemeente al in 2014 op om handhavend op te treden. De gemeente Schiedam wees deze verzoeken af in februari 2015. Een bezwaar daarop van de organisaties werd in augustus van dat jaar ongegrond verklaard.

De gang naar de rechter die daarop volgde is met de uitspreek nu beslecht. De rechtbank stelt dat met het enkel planten van veren, niet is voldaan aan de één op één compensatieplicht. “Zoals verweerder (de gemeente, red.) in het bestreden besluit heeft opgemerkt, zullen de veren – dat zijn volgens het normaal spraakgebruik jonge planten van sommige bomen (Van Dale, groot woordenboek der Nederlandse taal) – ten minste moeten aanslaan om te voldoen aan de compensatieplicht.”

En dat blijkt niet gebeurt. De planten groeien onvoldoende, het gebied biedt volgens de organisaties een treurige aanblik.

De gemeente stelde op de zitting dat de veren die de eerste drie jaar na aanplant niet aanslaan, worden vervangen. Dit zou zijn neergelegd in werkafspraken.

De rechter stelt nu dat ‘anders dan zoals ter zitting is gebleken tegenwoordig gebruikelijk is, in de omgevingsvergunning van 24 november 2011 geen uitdrukkelijke instandhoudingsverplichting voor de herplant is opgenomen’. De gemeente (verweerder) stelde ter zitting dat hierover met Rijkswaterstaat wel afspraken zijn gemaakt. “Verder heeft verweerder zich ter zitting op het standpunt gesteld dat er op den duur een beheerfase aanbreekt, waardoor er uiteindelijk minder volwassen bomen blijven staan dan het aantal bomen dat op grond van de omgevingsvergunningen is gekapt. De rechtbank is van oordeel dat uit deze standpunten van verweerder volgt dat de één op één compensatie een niet nader gespecificeerde vervangings- en instandhoudingsverplichting voor de herplant inhoudt. Gesteld noch gebleken is dat deze verplichting bij het beplantingsplan, dat bij het primaire besluit is goedgekeurd en bij het bestreden besluit in stand is gehouden, is gespecificeerd en in acht genomen. Aldus is de één op één compensatie onvoldoende bij het bestreden besluit geborgd. Naar het oordeel van de rechtbank berust het bestreden besluit hierdoor niet op een deugdelijke motivering.”

De rechter staat daarmee dat het beroep gegrond is. “Het bestreden besluit is in strijd met artikel 7:12 van de Awb en wordt daarom vernietigd.” De rechter kan niet overzien of dit betekent dat herstel op korte termijn mogelijk is. “De rechtbank zal verweerder daarom opdragen om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.”

 

Gerelateerd