Rechter verbiedt sluiting Pas Op

30-08-2019 Nieuws Redactie


SCHIEDAM - Het stadsbestuur moet afzien van tijdelijke sluiting van coffeeshop Pas Op. Dat stelt de voorzieningenrechter in Rotterdam, die deze week uitspraak deed in een geschil tussen de gemeente en de coffeeshopeigenaar.

In mei schortte de rechter de voorgenomen sluiting het verkooppunt van wiet op de hoek Nieuwe Haven/ Hoofdstraat op. Burgemeester Cor Lamers had daartoe besloten omdat in Pas Op een minderjarige in maart tot twee keer toe een aankoop had kunnen doen. De burgemeester had het pand in eerste instantie op 10 april voor drie maanden willen sluiten. De rechter droeg hem op een nieuw besluit te nemen, op het door coffeeshopeigenaar Bart Bergen ingediende bezwaar tegen het sluitingsvoornemen. Zie dit artikel.

Nadien adviseerde de Bezwaarschriftencommissie. Schiedam, in casu de burgemeester hield daarna vast aan zijn eerste besluit de coffeeshop voor drie maanden te sluiten en schreef voor dat de zaak met ingang van afgelopen woensdag de deuren dicht moest houden. Hierop ging Bergen in beroep.

Het ging in het beroep om verschillende zaken. Het feit dat de besluiten van Lamers zijn gebaseert op het Coffeeshopbeleid Schiedam 2014-2018 - volgens Bergen verouderde regels - ziet de rechter niet als een probleem. Ook het ingebrachte punt dat in Amsterdam heel anders wordt omgegaan met een overtreding als die door Pas Op begaan, is volgens de rechter niet van belang, omdat de burgemeester van Schiedam een eigen afweging maakt.

Wel belangrijk is volgens de rechter het feit dat sluting van een inrichting gezien worden als een herstelsanctie, 'bedoeld om - kort gezegd - de openbare orde in een gebied te herstellen'. "Bij de huidige argumentatie van verweerder (de gemeente Schiedam -red.) om tot sluiting over te gaan lijkt - in ieder geval overwegend - sprake te zijn van een punitieve sanctie met als doel speciale en generale preventie." Dan gaat het dus om straffen, en niet om voorkomen van ordeverstoring.

De voorzieningenrechter stelt verder dat 'het algemeen belang', onvoldoende rechtvaardiging biedt voor sluiting van de coffeeshop. "Dit algemeen belang, kennelijk bestaande uit het voorkomen van precedentwerking en het afgeven van een signaal naar de maatschappij dat verweerder verkoop van softdrugs aan minderjarigen niet accepteert, kan in redelijkheid niet opwegen tegen de belangen van eiseres en haar medewerkers." De rechter weegt daarin naar eigen zeggen mee dat de coffeeshop al zeventien jaar bestaat, 'al jaren een onberispelijke bedrijfsvoering voert en dat zich (sic!) voorafgaand aan het onderhavige incident nooit eerder incidenten hebben plaatsgevonden." Verder staat voor de rechter vast dat Bergen, nog voor Schiedam tegen hem een bestuurlijke maatregel nam, maatregelen trof om nieuwe incidenten uit te sluiten. "ID-scanner, aanplakbiljetten en het van iedere bezoeker controleren van de identiteit", noemt de rechter concreet. Daarmee is herhaling volgens de rechter 'geminimaliseerd'. Schiedam en Lamers hadden kunnen zien dat Bergen 'zeer serieus' met de verboden verkoop is omgegaan, aldus de uitspraak.

Daarmee wist Bergen de rechter te overtuigen van de grote (financiële) gevolgen van sluiting 'of dat nu voor drie maanden is of voor zes maanden'. Schiedam had beargumenteerd dat het goede gedrag van de eigenaar al was meegenomen in het besluit niet zes maar drie maanden sluiting op te leggen. "Daarbij nog meegenomen het feit dat niet gebleken is van incidenten na 5 maart 2019 of van omstandigheden rond de inrichting die een sluiting alsnog noodzakelijk zouden maken, maakt dit dat verweerder, gelet op de specifieke omstandigheden van dit geval, aanleiding had moeten zien om gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid en te volstaan met het opleggen van een waarschuwing." Aldus de voorzieningenrechter in zijn uitspraak.

Gerelateerd