Raad van State stelt Lamers in gelijk bij sluiting coffeeshop

27-08-2020 Nieuws Kor Kegel


SCHIEDAM - De Raad van State heeft gisteren uitgesproken dat burgemeester Cor Lamers vorig jaar terecht tot drie maanden sluiting van coffeeshop Pas Op besloten heeft.

Tot sluiting kwam het niet, omdat Pas Op in beroep ging bij de rechtbank Rotterdam, die de burgemeester in het ongelijk stelde. Vervolgens ging de burgemeester in hoger beroep bij de Raad van State. Nu het hoogste orgaan uitspraak heeft gedaan, gaat Lamers niet op zijn strepen staan, maar toont hij zich bereid om binnenkort in overleg te treden met de exploitant van Pas Op om te bezien of – gezien de tijd die inmiddels verstreken is – een daadwerkelijke sluiting van drie maanden ‘nog nodig en gewenst’ is.

Staatsraad mr. Jacques van Eck stelde de burgemeester op alle aangedragen punten in het gelijk.

Het begon allemaal toen de moeder van een minderjarige Schiedammer op woensdag 6 maart vorig jaar melding deed dat in de coffeeshop ‘meerdere keren’ softdrugs waren verkocht aan haar kind. Zij meldde dat bij het Team Toezicht en Handhaving. De toezichthouders vroegen bij Pas Op de camerabeelden op en daaruit bleek inderdaad dat de minderjarige op zondag 3 en dinsdag 5 maart toegang had gekregen en dat hem drugs waren verkocht zonder dat zijn identiteit werd gecontroleerd. Op grond hiervan besloot burgemeester Lamers op vrijdag 5 april om bestuursdwang te gelasten en Pas Op voor drie maanden te sluiten. De burgemeester vond het een ernstige en herhaalde overtreding en wilde verdere herhaling voorkomen.

De exploitant maakte bezwaar, maar Lamers verklaarde dat op dinsdag 16 juli vorig jaar ongegrond. De sluiting zou woensdag 28 augustus moeten ingaan. De voorzieningenrechter van de Rotterdame rechtbank stak daar echter een stokje voor. Deze besloot net twee dagen ervoor, op maandag 26 augustus, om het door Pas Op ingestelde beroep gegrond te verklaren. Volgens de coffeeshop was sprake van een incident en heeft zij direct maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de burgemeester het bij een waarschuwing had moeten laten.

De burgemeester stelde hoger beroep in. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op maandag 22 juni van dit jaar. De burgemeester had op grond van het Schiedamse coffeeshopbeleid ook kunnen besluiten om Pas Op zes maanden te sluiten, maar hij had die termijn bekort omdat de exploitant direct maatregelen nam om herhaling te voorkomen. Vanaf dar moment werd van iedere bezoeker het identiteitsbewijs gecontroleerd en werden er aanplakbiljetten geplaatst. Bovendien hadden zich bij de coffeeshop op de hoek van Hoofdstraat en Nieuwe Haven nooit problemen voorgedaan en dat speelde ook mee in het besluit van Lamers om de sluiting te bekorten tot drie maanden.

Waar de Rotterdamse rechtbank van oordeel was geweest dat de sluiting van drie maanden punitief was (een leed toevoegende sanctie, want met grote financiële gevolgen voor de medewerkers van de coffeeshop en hun gezinnen), vindt de Raad van State dat het om een herstelsanctie ging, gericht op herhaling van de overtreding te voorkomen. De burgemeester voerde aan dat hij niet de loop uit de zaak heeft willen halen. Maar de verkoop aan minderjarigen is een ernstige overtreding en er waren twee verkoopsters en een portier bij betrokken. Lamers’ betoog slaagt, stelt staatsraad Van Eck. Het hoger beroep is gegrond.

Als de exploitant de maatregelen met controle van ID-gegevens eerder al had genomen, hadden de overtredingen zich niet voorgedaan, voegt de Raad van State er nog aan toe.


Gerelateerd