Provincie wil meer info over kans op ramp in Schieveste

06-01-2021 Nieuws Kor Kegel

Achter station Schiedam-Centrum mag wel detailhandel komen die bij een station past, maar niet onbeperkt, zegt de provincie


SCHIEDAM – De provincie Zuid-Holland vindt dat de gemeente Schiedam te weinig informatie verstrekt over het ‘groepsrisico’ wanneer op de locatie Schieveste tenminste 3000 en maximaal 3500 woningen zijn gebouwd. 

Het ontwerp-bestemmingsplan voor Schieveste schiet op dit punt tekort, zegt Klaas Spannenburg namens het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Hij is hoofd van het provinciale bureau Beoordeling. 

Dit bureau heeft het ontwerp-bestemmingsplan voor Schieveste beoordeeld. De provincie had de gemeente Schiedam in een eerder stadium al verzocht om het groepsrisico in geval van een ramp op Schieveste beter te omschrijven, maar dat heeft de gemeente nagelaten. Toch vindt de provincie dat een verantwoording moet worden opgenomen wanneer de Schiedamse gemeenteraad eenmaal het bestemmingsplan vaststelt. Daarom heeft de provincie een zienswijze tegen het ontwerpplan ingediend. 

Volgens TNO is een groepsrisicoverantwoording wettelijk verplicht. Het gaat om een belangenafweging tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Ter voorbereiding op rampenbestrijding moet duidelijk zijn wat de risico’s zijn in stedelijke verdichting. Het is dus niet onbelangrijk. De provincie hecht er grote waarde aan dat de gemeente het groepsrisico expliciet betrekt in het bestemmingsplan, zeker wanneer er in plaats van 3000 woningen nog eens 500 bij komen en Schieveste dichtbevolkt raakt. 

Spannenburg vindt het niet voldoende dat de gemeente Schiedam aangeeft dat de maximale inspanning om het groepsrisico te beheersen voldoende is om zowel de 3000 direct bestemde woningen mogelijk te maken als de extra 500 woningen middels een wijzigingsbevoegdheid. Het moet nader onderbouwd worden.  

De provincie heeft meer kritiek op het ontwerp voor Schieveste. De gemeente heeft weliswaar ingespeeld op het detailhandelsbeleid van de provincie door in het bestemmingsplan op te nemen dat er op Schieveste detailhandel mag komen die gerelateerd is aan wat er rond station Schiedam-Centrum wenselijk zou kunnen zijn, maar de provincie stelt daaraan een limiet en dat wordt door de gemeente genegeerd. 

Ook dat had de provincie al eerder bij de gemeente aangekaart. Bij een station mag kleinschalige detailhandel worden toegevoegd met een assortiment passend bij een station, maar het gaat dan slechts om een paar vestigingen en met een beperkte omvang per vestiging. Het richtsnoer is tweehonderd vierkante meter. In het ontwerp-bestemmingsplan voor Schieveste legt de gemeente echter in het geheel geen beperkingen op aan de omvang en het aantal vestigingen. Om juridische redenen moet de gemeente Schiedam hier duidelijker over zijn.  

En dan is er nog een kwestie over het kantooroppervlak dat op Schieveste gerealiseerd kan worden. De Metropoolregio RotterdamDen Haag (MRDH) heeft in de regionale kantoorvisie opgenomen dat er op Schieveste 22.750 vierkante meter kantoor kan komen, maar in het ontwerp meldt Schiedam een oppervlak van 35.600 vierkante meter. Omdat er een risico is dat er bij de bouw van te veel kantoren de leegstand in Zuid-Holland toeneemt, is het door Schiedam genoemde aantal alleen verantwoord als elders in de Rotterdamse en Haagse regio’s een locatie voor kantoorontwikkeling wordt geschrapt – maar zo ver is het nog niet.  

De provincie heeft een aantal instrumenten om bestemmingsplannen van gemeenten te toetsen. Dat zijn de Wet ruimtelijke ordening, de Omgevingsvisie Zuid-Holland, het provinciale programma Ruimte en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het ontwerp voor Schieveste is op voornoemde punten in strijd met de provinciale belangen. Burgemeester en wethouders van Schiedam krijgen dan ook het klemmende verzoek om ‘Schieveste’ alsnog aan te passen.