Politiek was voor Jo Ouwens-Muller: mensen opzoeken en met ze praten

09-09-2020 Nieuws Kor Kegel

Jo woonde tientallen jaren centraal in Schiedam. Dan kon ze snel in alle wijken zijn. Foto: Rob Siegerist

Ze heeft Schiedam zien verpauperen, spanningen zien ontstaan tussen bevolkingsgroepen. Ze zag steeds meer huizen waar voor alle ramen de gordijnen dicht bleven. Ze dacht: hoe krijgen we het gemeenschapsgevoel weer terug? Jo Ouwens-Muller, een generatie geleden bekend van de Schiedamse gemeenteraad en de vrouwenstrijd, droeg nog tot op hoge leeftijd bij aan een beter begrip tussen de culturen.

Ze ging met de christelijke vrouwenbeweging Passage naar de moskee aan de Dr. Schaepmansingel. Ze praatte met moslims, hindoes en atheïsten over Kerstmis als lichtfeest, geboorte van het licht. Ze had een ontzaglijk netwerk, kwam in alle wijkcentra en bracht autochtonen en allochtonen met elkaar in contact. “Omdat het er bij inburgeren niet om gaat dat je binnen een jaar Nederlands schrijft, maar dat je elkaar ontmoet en práát, want praten is de beste oefening om elkaar te leren begrijpen”, zei ze.
Jo Ouwens-Muller was een uitzonderlijk gedreven vrouw. Haar op de tanden, maar met een missie. Ze verkondigde gemeenschapszin. Dagelijks.  

In 1952 kwamen ze vanuit Zuid-Beijerland naar Schiedam; in 1950 waren André Ouwens en Jo Muller getrouwd. Hij was onderhoudsmonteur bij De Wit in de Bakkersstraat in Schiedam, een bedrijf dat bestaande gebouwen onderheide. “Bij het ouwe woningbureau stond je uren in de rij en kwam je nooit aan de beurt, maar gelukkig konden we inwonen boven een hengelsportartikelenzaak aan het Broersveld, tegenover banketbakkerij Kester”, vertelde ze in 2009.
Ze blikte terug op haar leven. André en Jo kregen kinderen, Koenraad in 1953 en Hans in 1957, en verhuisden naar een piepklein huisje in de Tollensstraat in Schiedam-West, waarna ze via woningruil met de familie Sino al snel in de Gorzen terechtkwamen: de Lekstraat nabij de Buitensluis, tegenover Rinus Bijl, de bekende ijsboer van de RMI. Het huisje stond scheef, veertig centimeter uit het lood. De kinderen vonden de Gorzen lijken op het dorp waar opa en oma Muller woonden.
“Het is een hele overgang geweest van een dorp in de Hoeksche Waard naar een stad die we niet kenden”, vertelde Jo. “Ik gebruikte die jaren om veel te vragen en zo leerde ik de sociaalmaatschappelijke omstandigheden in Schiedam goed kennen. Dat is mij later goed van pas gekomen. Mijn man gaf me die vrijheid en hij stimuleerde me ook. Ik was dat helemaal niet gewend, want al was mijn vader een vurig socialist, mijn moeder had geen stem in het kapittel en zette de koffie.”  

In 1963 kwam ze terecht bij de leesgroep van Geesje Bos in de IJsselmondesestraat, waar ze het latere PvdA-raadslid Tiny Krikke-Hein leerde kennen. Het werd een langdurige vriendschap. Mevrouw Krikke overleed op vrijdag 7 november 2008 op 95-jarige leeftijd, maar kort daarvoor was ze nog op de tachtigste verjaardag van Jo Ouwens geweest.
“In die leesgroep ging de wereld voor mij open”, herinnerde Jo zich. “Ik hoorde vrouwen praten over dingen waarvan ik dacht dat alleen mannen het daarover hadden. Eindelijk kon ik mijn leeshonger stillen. Lezen is niks doen, vond mijn moeder. Vrouwenhanden en paardentanden moeten altijd gaan, zei ze. Werken, niet lezen! Er gold in de leesgroep één restrictie: je mocht je breiwerk niet meenemen…”  

Jo Ouwens maakte ten volle het tijdperk van de emancipatie mee, het feminisme. “Ik heb in die leesgroep en later in het vormingswerk voor vrouwen mijn eigenwaarde ontdekt. Het heeft me sterk gemaakt. Ik kan meer dan mij feitelijk is voorgehouden, merkte ik.”
Ze nam deel aan een vrouwencabaret in de Rooie Koffer in de Tuinlaan. En ze ging naar vergaderingen van de Partij van de Arbeid in Schiedam. Met Tiny Krikke-Hein en anderen voerden ze actie voor de bouw van zwembad Zuid. “Er kwamen gemeenteraadsverkiezingen aan en toen was het nog zo dat er veertig namen op de kandidatenlijst moesten. Mijn man zei: durf! Ik zei: je weet wel wat je zegt, hè? Dan ben ik veel avonden weg. André zei: je bent sterker dan je denkt, doe het!”
Ze bofte, vond ze. Ze wist van veel andere vrouwen dat zij thuis bepaald niet gestimuleerd werden om maatschappelijk actief te worden. Ze kwam niet meteen in de gemeenteraad, maar er was veel verloop in de PvdA-fractie en in 1973 werd ze raadslid. “Ik kreeg meteen een stapel begrotingsboeken mee en dacht: sapperloot, wat moet ik hier nu mee? Ik stopte ze in mijn tas en ging thuis lezen. En toen zag ik frappante gegevens. Ik ging de scholen af en kreeg toestemming om de leerlingen te laten zien: kijk eens wat het kost als jullie wat stuk maken in jullie school of op het schoolplein. Daar moeten jullie ouders via de belasting aan meebetalen!” 
“Ik weet niet of ik ook maar één jongere van het vandalisme heb afgehouden. Die pretentie had ik heus niet. Maar dát was voor mij politiek: met mensen praten, ze bewust maken. Ik zat niet in de gemeenteraad om te vergaderen of om moties in te dienen. Politiek was voor mij: dóen! Ik wilde ons beleid in begrijpelijke taal uitleggen. Ik had geen zin om in rokerige zaaltjes te kissebissen. Politiek bedrijven ze in Den Haag maar, dacht ik. Hier in Schiedam heb je er vrijwillig voor gekozen om dienstbaar aan de samenleving te zijn.”

Ze zette zich in voor de cursus Vrouwen Oriënteren zich in de Samenleving (VOS), waardoor veel andere vrouwen ook politiek actief werden – soms met echtscheiding tot gevolg.

Toch dankte Jo een opvallend wapenfeit aan vergaderen en moties indienen. Ze kreeg het voor elkaar om onderzoek naar baarmoederhalskanker naar Schiedam te halen. Dat vond de politiek tot die tijd te duur, maar het lukte Jo, met steun van de Kethelse huisarts Ruurd van der Veer, die een goede vriend werd en bij wie ze nog heeft gewerkt in zijn abortuskliniek in Den Haag. Dankzij de gemeenteraad leerde ze ook Bente en Chris Zijdeveld kennen, wat ze tot het laatst beschouwde als een groot voorrecht: “Zij zijn mijn beste vrienden geworden.”  

“Ik heb in de gemeenteraad meer geleerd dan menig universiteit mij had kunnen aandragen”, zei ze. Geen feitelijke kennis en wetenschap, maar hoe mensen met elkaar kunnen omgaan. In de periode van 1973 tot 1980 maakte ze in de PvdA-fractie de grootste ruzies mee. “Het werd gaandeweg erger. De jonge, aanstormende generatie maakte het de oude garde onmogelijk. Elke steen die ik aandroeg werd onmiddellijk afgekeurd. Daarom stokte ik. Dat was in 1980. Ik kreeg enorm veel reacties: wat hebt u gedaan? Weet u wel dat ik op u gestemd heb? Tot op de dag van vandaag kom ik in Schiedam vrouwen tegen die zeggen: met jou is het begonnen, ik ben je eeuwig dankbaar.”  

Ze werd mede-oprichter van de Patiëntenbelangenvereniging Schiedam. Ze had haar eigen klachtenbureau in de gezondheidszorg kunnen beginnen, zo veel was er te doen.

In 2001 overleed André. “Ik was mijn maatje en mijn belangrijkste raadgever kwijt. Ik heb mijn eigen kansen moeten creëren, maar ik had een man die het begreep en me stimuleerde. In die raadsperiode kreeg ik de meeste kritiek van buurvrouwen. Ik was veel van huis en ze keken of mijn was wel wit was.”
Tot ze noodgedwongen naar De Meerpaal in Vlaardingen-Holy verhuisde, stond op het naambordje in het trappenhuis aan de Mgr. Nolenslaan nog altijd: A. Ouwens. Zo staat ze ook nog in het telefoonboek. Uit innige genegenheid en liefde. Haar mailadres begon met a.ouwens1@. Toen André overleed, had ze nog geen e-mail…  

In 2002 werd ze benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau. Ze stond aan de wieg van de Dag van de Dialoog in Schiedam, een jaarlijkse campagne om Schiedammers van verschillende culturen bijeen te brengen en wederzijds begrip te doen ontstaan. “Ik strijd tegen de toenemende oppervlakkigheid in de samenleving. Mensen kijken wel, maar ze zien niet. Ze trekken een conclusie en dan is het klaar. Ze hebben een mening, boem, klaar uit. Maar er is zo veel te ontdekken. In onze eigen stad is er zo veel te leren.”  

Lid van de PvdA was ze niet meer; ze ergerde zich aan de afgenomen partijdemocratie en had haar bedenkingen tegen Wouter Bos. Maar ze stemde wel nog altijd PvdA. “Na al die jaren… wat moet ik anders?”

Als ze de gemeenteraad van tegenwoordig vergeleek met die van toen, toen ze er zelf in zat, zag ze een groot verschil. Er zijn nauwelijks nog principiële conflicten. Ondanks dat ze zelf leed onder de ruzies, vond ze dat een gemis. “Ze hebben geen ruzie, maar ze weten ook niks. Kom je de gemeenteraadsleden wel eens tegen? Wij rolden weliswaar ruziënd over straat, maar de mensen kenden je wel en wisten waar je voor stond.”
“De wethouders zijn amper bekend”, merkte ze eens tijdens een nieuwjaarsreceptie van de gemeente. Men stond in de rij voor de burgemeester, maar de wethouders zwierven door de foyer. “Ik hoorde mensen vragen: wie zijn de wethouders?”
“Het komt ook door dat vreselijke stelsel, het dualisme. Dat heeft de lokale politiek geen goed gedaan. De raadsleden zijn nog gedweeër geworden, want de wethouders hebben een enorme voorsprong gekregen. En de pest is: je leest niets meer over de plaatselijke politiek in de krant. Vroeger: kolommen vol. Nu gaathet over koetjes en kalfjes. Ik heb vrees dat de oppervlakkigheid zo toeneemt dat ondertussen en onopgemerkt bepaalde krachten in de samenleving onbeheersbaar worden. Daar moeten wij ons allen voor waken! Laten we alsjeblieft meer omzien naar elkaar.”  

Dat zei Jo Ouwens-Muller in februari 2009. We hielden contact. Toen ze negentig werd, lag haar tafel in de woonkamer bezaaid met de potloden die ze gebruikte bij het mandalatekenen waarin ze vroeger ook lesgegeven had. Ze was in De Meerpaal snel ingeburgerd geraakt. “Ik kan nu eenmaal mijn klep niet houden,” zei ze. Dan maak je makkelijk contact.  

“Een actief leven is vandaag voltooid,” staat op de overlijdenskaart van zondag 30 augustus. Afgelopen vrijdag was de uitvaartplechtigheid in zeer beperkte kring, maar zodra de coronamaatregelen het toelaten komt er een herdenkingsbijeenkomst, melden de familie en huisvriend Chris Zijdeveld.
Jo Ouwens-Muller is 92 jaar geworden. Tot vorig jaar kon ze nog zeer schrander uit de hoek komen, ze had haar koppiekoppie nog, maar merkte wel dat ze dingen begon te vergeten. Gaandeweg zagen haar kinderen dat hun bijzondere, sterke en onafhankelijke moeder ‘uitdoofde’.