Plaag van Schiedamse winkeliers in scootmobiel op rooftocht

19-01-2022 Nieuws Cerberus/Niels Dekker


SCHIEDAM – Hij is volgens het Openbaar Ministerie ‘een plaag’ voor winkeliers in Schiedam: Mustafa I. (52). Rondrijdend in zijn scootmobiel pleegt de beenloze Schiedammer keer op keer diefstallen. Ondanks talloze veroordelingen ging hij afgelopen jaar weer op strooptocht, waarbij hij ook een mes trok in supermarkt Dirk van den Broek. Woensdag moest I. voor de rechter verschijnen voor negen nieuwe winkeldiefstallen. “Ze zijn hem spuug- en spuugzat.”

Al twee maal werd Mustafa I. vanwege jatwerk naar een inrichting voor stelselmatige daders gestuurd. Die behandelingen richtten niets uit, zo werd halverwege vorig jaar duidelijk. De 52-jarige Schiedammer pikte op drie verschillende momenten in mei en juni espressoapparaten bij de Albert Heijn in winkelcentrum Hof van Spaland. Verder nam hij een stofzuiger en wasverzachter mee uit de supermarkt zonder die af te rekenen.

Bij slijterij DirkIII was het drie keer raak. Telkens probeerde I. ervandoor te gaan met een hele tray Coca Cola, Fanta of Lipton. Daarbij kreeg hij van zijn vrouw de frisdrank aangereikt en zette hij dat tussen zijn benen in de scootmobiel.

In supermarkt Dirk van den Broek sloeg I. twee maal toe en gebruikte daarbij ook geweld. Op 13 juli werd hij in het filiaal in het winkelcentrum aan de Laan van Bol'es betrapt op het pikken van een bitset en sloeg daarbij een personeelslid in het gezicht. In de vestiging aan de Malmö was er een ‘heterdaadje’ toen I. hoodies en wasmiddel probeerde te pikken. Bij zijn aanhouding dreigde I. met een mes naar een beveiliger.

Na ruim twee maanden voorarrest werd I. voorlopig vrijgelaten. Vandaag moest hij zich verantwoorden in de rechtbank, maar hij bleek in geen velden of wegen te bekennen. Tot teleurstelling van de rechters. “We waren wel benieuwd naar meneer”, zeiden ze.

In aanwezigheid van zijn advocaat ging het proces wel van start. Daar noemde de officier van justitie de notoire dief ‘een plaag voor Schiedamse winkeliers’. Ondanks veroordelingen en drie voorwaardelijke straffen die al boven zijn hoofd hingen, keerde hij telkens terug om te roven.

“Ze zijn hem spuug- en spuugzat. Hoe frustrerend is het voor hen om hem steeds te zien terugkomen om de winkel leeg te roven”, stelde de officier. “Als hij wordt betrapt dan laat hij zich niet tegenhouden. Hij trekt zelfs een mes, wat het nog ernstiger maakt. Sommige winkeliers durven hun personeel niet meer alleen in de zaak te laten staan uit angst voor een confrontatie met I. Hij is bekend en berucht. Als je zijn naam noemt gaan de haren bij winkeliers omhoog staan.”

De officier noemde I. ‘onverbeterlijk’. “En hij ontkent, zwijgt of wijst naar een vriend en zijn bloedeigen zoon voor misdrijven die hij pleegt.”

Voor het OM lijdt het in alle negen zaken echter geen twijfel dat I. de dader was. Zo was hij duidelijk herkenbaar op veel camerabeelden of was er een overduidelijk signalement. “Dat is nogal opvallend. Het kenteken van de scootmobiel met een berijder zonder benen zul je in Schiedam niet vaak tegenkomen.”

Aanvankelijk wilde de officier vijftien maanden cel eisen. ”Dan weten we zeker dat hij geen winkeldiefstallen meer pleegt.” Na een advies van de Reclassering wilde hij I. echter nog een kans geven, ook omdat de Schiedammer onlangs de sleutel voor een aangepaste (rolstoel)woning kreeg. “We moeten ook realistisch zijn. De keerzijde van een kale cel, zonder hulp en zonder reclasseringscontact is dat I. daarna op straat terechtkomt. De kans is dan levensgroot dat hij weer vervalt in dit gedrag. Alleen gaat hij het niet redden.”

Daarom eiste de aanklager een jaar cel, waarvan 297 dagen voorwaardelijk. Met zijn voorarrest hoeft I. dan niet terug naar de gevangenis. Wel vroeg de aanklager om 150 uur werkstraf.

Door de afwezigheid van de verdachte zagen de rechters kans om na een klein half uur overleg gelijk uitspraak te doen. “Deze misdrijven zijn vervelend. Hinderlijk voor winkelcentra en winkeliers”, oordeelden zij uiteindelijk. “Een lange celstraf is op zich op zijn plaats, maar de vraag is of I. daarmee geholpen is.” Nee, vonden de rechters. Zij veroordeelden I. tot nog eens zes maanden voorwaardelijke celstraf bovenop zijn eerdere voorarrest en een werkstraf van 150 uur. De proeftijd van eerdere voorwaardelijke straffen van een week, twee weken en twee dagen cel werden verlengd.



Gerelateerd