Oranjetipje in opmars in Zuid-Holland

05-06-2018 Nieuws Redactie

Foto's: Kees Mostert


DEN HAAG - Het oranjetipje komt steeds meer voor in de Randstad. Met name in de recreatiegebieden groeit de aanwezigheid van de vlinder gestaag.

De afgelopen weken zijn veel waarnemingen gedaan. Lange tijd was deze vlindersoort verdwenen in een groot deel van Zuid-Holland en werden alleen af en toe zwervers gezien vanuit de duinen van Voorne en Kennemerland, duingebieden waar nog wel populaties waren overgebleven.

Maar de laatste jaren stijgt het aantal populaties van het oranjetipje in de Randstad gestaag, zo blijkt uit tellingen. Dat komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van recent aangelegde recreatiegebieden, die behalve doorgaans relatief jonge bossen en waterpartijen, ook steeds meer bloemrijke graslanden en velden met ruigtekruiden herbergen. Deze gebieden worden vaak ecologisch beheerd. De waardplanten look-zonder-look en pinksterbloem, evenals veel nectarplanten, profiteerden hiervan, aldus de provincie Zuid-Holland.

Ook vlindersoorten als gehakkelde aurelia, landkaartje en bont zandoogje werden en worden meer en meer gezien in de jonge bosgebieden. Dergelijke graslanden kunnen bij een goed beheer ook een belangrijkere rol gaan spelen voor bijen en andere bestuivers.

Oranjetipjes zijn te herkennen aan hun oranje vleugelpunt (de mannetjes). De vrouwtjes hebben een witte vleugelpunt. De onderzijde van de vleugels van het oranjetipje is gemarmerd van tekening.

Sinds een jaar of tien jaar komt het oranjetipje voor in de Biesbos, langs de Oude Maas, in enkele bossen in de Krimpenerwaard en Alblasserwaard. Sindsdien is de trek van de vlinders naar de jonge bossen van de Randstad in gang gezet. Mede door het mooie weer werden afgelopen weken volop oranjetipjes waargenomen in veel gebieden waar de soort enige jaren geleden nog maar sporadisch werd gemeld. Dit geldt onder meer voor het Bieslandse Bos tussen Delft en Zoetermeer, vrijwel alle recreatiegebieden in Midden-Delfland, zowel bij Delft als bij Rotterdam en Schiedam, recreatiegebieden bij Gouda, Waddinxveen en Zoetermeer en ook bij Spijkenisse.

Eerder bleken dergelijke gebieden ook al belangrijk voor de argusvlinder, een soort die landelijk sterk achteruit gaat maar zich op de klei- en veengebieden nog redelijk lijkt te handhaven. Vreemd genoeg lijken het veel oudere bosrijke binnenduingebied en de meeste duingebieden vooralsnog niet van deze ontwikkeling te profiteren, aldus onderzoeker Kees Mostert van de provincie.

Gerelateerd
Reacties