Molenstichting tegen hoogbouw bij historische binnenstad

10-02-2022 Nieuws Advertorial


SCHIEDAM - Het bestuur van Stichting De Schiedamse Molens spreekt zijn verbolgenheid uit over de wijze waarop het college van B&W is omgegaan met het initiatief van Vink Bouw en KAW-architecten onder de naam 'The Miller', om op de hoek van de Burgemeester Van Haarenlaan en de
’s-Gravelandseweg (waar ooit een ABN-Amrovestiging stond) een 72 meter hoog wooncomplex te realiseren. Dit gebeurt binnen de molenbeschermingszones van molens De Noord, De Palmboom en De Kameel.

Dit initiatief is in strijd met de 'Beleidsnota Molenbeleid Schiedam' uit 2003, waarin door de gemeenteraad strenge afstands- en hoogtenormen worden geformuleerd ter bescherming van de historische brandersmolens die Schiedam nog rijk is. De stichting is van mening dat een breuk met dit door de gemeenteraad vastgestelde beleid en een keuze voor hoogbouw in en om de binnenstad, is voorbehouden aan de gemeenteraad en dat daaromtrent eerst een brede discussie moet worden gevoerd met de burgerij.

In plaats daarvan heeft het gemeentebestuur op 23 november 2021 (portefeuille wethouder Laan, VVD) er echter voor gekozen de discussie over de wenselijkheid van hoogbouw in en om de binnenstad niet eerst breed te voeren, maar daarover afspraken te maken met een initiatiefnemer en te bepalen dat deze afspraken en de ruimtelijke afwegingen geheim blijven onder artikel 55 van de Gemeentewet.

Stichting De Schiedamse Molens keurt deze handelwijze af en haar bestuur heeft dat met bijgaande brief ter kennis gebracht aan het college.



Geacht College,

Het bestuur van de Stichting nam recent kennis van het initiatief van Vink Bouw en K?W architecten om op de hoek van de Burg. Van Haarenlaan en de's-Gravenlandseweg (de voormalige ABN-Amro vestiging) een 70 meter hoog wooncomplex te realiseren binnen de molenbeschermingszones van molen "De Noord" , "De Palmboom" en "De Kameel".

lnmiddels namen wij ook kennis van de brief van 14 december ZOZL, waarmee uw College de Gemeenteraad van Schiedam informeert over het sluiten van een zogenaamde grondreserveringsovereenkomst met de initiatiefnemers. Blijkbaar is deze overeenkomst de vrucht van een reeds twee jaan lopend overleg tussen de initiatiefnemers en de Gemeente. ln deze brief wordt (eufemistisch) gesproken over een gebouw met 24 woonlagen. Niet iedereen zal zich meteen realiseren dat het dan gaat om een gebouw van ten minste 72 meter hoog.

Er staat verder dat de gemeente een zogenaamde *integrole omgevingstoets" heeft uitgevoerd om de haalbaarheid van het plan te beoordelen. ln deze toets, zo vervolgt de brieÍ, "wordt een zo volledig mogelijk en actueel beeld weergegeven von olle aspecten wooraon het plan moet valdoen" . Hierin zal dus ook het feit dat de locatie ligt binnen demolenbeschermingszones aan de orde zijn gekomen, aangezien het plan evident in strijd is met het staande omgevingsbeleid met betrekking tot de rnolens. Het bestuur wenst zo snel moseliik in het bezit te worden eesteld van het sFhrifteliike verslae van deze intesrale omgevingstoets.

De gemeenteraad heeft op 15 september 2003 de nóta "Molenbeleid schiedam" vastgesteld. De nota heeft tot doel de vijf Schiedam kenmerkende stetlingmolens, de hoogste stellingmolens in de wereld, te beschermen tegen ontwikkelingen in de omgeving die de vrije windvang en het uitzicht op de molens kunnen beperken. Deze nota is door de Raad nimmer herroepen. De druk op de biotopen neemt aljaren toe. Het bestuur wijst erop dat de biotoop van de molen meer is dan de bescherming van een recht van vrije wind. De molenbiotoop beschermingszone is ook ingesteld vanwege de belevingswaarde en zichtlijnen naar de molen. Deze beschermingszone van 400 meter rond de molen is al de vrucht van een afweging van de belangen van de molen en zijn (stedelijke) omgeving. Onze historische stadsmolens zijn monumenten die de identiteit van Schiedam kenmerken. Ze staan niet op een willekeurige plaats in onze stad. Voor deze windmolens koos men de randen van de stad waar de wind voldoende voorradig was en dichtbij de vindplaats van de grondstoffen en de afzetmarkt. Onze brandersmolens en hun locatie en omgeving zeggen dus iets over de geschiedenis en identiteit van onze stad en de aanwezigheid van de molens hebben de inrichting van hun omgeving ook altijd beïnvloed. Door de historische wisselwerking tussen molen en (binnen)stad is de molenbiotoop van onze molens van groot cultuurhistorisch belang. De molens zouden in het niet gaan vallen naast hoogbouw endaarmee enorm inboeten aan cultuurhistorische belevingswaarde. Dat lijkt niet verenigbaar met de enorme (financiële) inspanningen die stad, stichting, fondsen, vrijwilligers en de burgerij zich sinds de vroege jaren'70 van de vorige eeuw onafgebroken hebben getroost voor het behoud van dit unieke (wereldlerfgoed.

Het is de mening van het bestuur van de Stichting De Schiedamse Molens dat nu eerst, in alle openheid, een fundamente|e discussie met de burgerij dient te worden gevoerd over de wenselijkheid van hoogbouw in en om de binnenstad en dat dit ondenverp daarna op de agenda van de Raad dient te worden gezet.
Deze discussie dient te worden gevoerd, los van het initiatief ïhe Mille/'.

Tot slot moet het bestuur nu van het hart dat het ronduit verbolgen is over het feit dat door het gemeentebestuur, over een zo grove voorgenomen ingreep in het wel en wee van onze stadsmolens, niet reeds in het vroegste stadium het overleg met het bestuur van de Stichting de Schiedamse Molens is gezocht.

Gerelateerd