Herinneringen aan Hans de Boer, steunpilaar van de polder

22-01-2021 Nieuws Redactie

Hans de Boer in het midden, met mensen van de sociale werkvoorzieningen op de nieuwjaarsbijeenkomst van VNO-NCW


IN MEMORIAM  – Afgelopen maandag overleed Hans de Boer, oud-voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW en nog een handvol organisaties in het centrum van de Nederlandse samenleving. Een hersenbloeding werd hem, een dag na het vieren van zijn 66ste verjaardag, fataal. Desiree Curfs, tot voor kort directeur van Stroomopwaarts, kende de markante Fries goed.

“We leerden elkaar kennen in 2009, in de Taskforce Jeugdwerkloosheid”, vertelt Curfs, terugkijkend op het leven van een markante man. Ook na de taskforce bleef het contact. Met kerst stuurde hij nog een stralende foto van hem en zijn vrouw.

Al schertsend maakten ze plannen, nu Curfs per 1 januari aan het werk is gegaan bij een bouwbedrijf; plannen voor de bouw van een hotel op Curacao, het stukje van het koninkrijk waar zijn hart naar uitging.

“Hoeveel mensen hij ook tegenkwam, hij herkende je een volgende keer en wist hij nog waar je mee bezig was. Knap als je je realiseert hoeveel mensen hij in zijn leven ontmoette. Hij was oprecht in zijn interesse.” En je kon hem er goed bij hebben, als er een feestje moest worden gebrouwen. “Makkelijk benaderbaar en geïnteresseerd, was hij. Met veel humor.”

Op recepties was hij heel toegankelijk. Toen Curfs hem vroeg als eregast bij een bijeenkomst van het Sociaal Economisch Netwerk in de regio, was hij van de partij. “Als het belangrijk is, kom ik”, had hij gezegd. “En dan was hij er ook niet half, in gedachten bij zijn vorige of volgende afspraak, maar dan was hij er ook echt, met een oor voor iedereen.”

Maar Hans de Boer had ook een ongepolijste kant, bevestigt Curfs. Wars van conventies, met een onorthodoxe stijl ging hij zijn eigen weg en had een broertje dood aan politieke correctheid. “Ongeduldig was hij ook.” Zo kon het gebeuren dat De Boer zijn beruchte uitspraak over het ‘labbekakken’ van mensen in de bijstand, die er beter aan deden hun handen uit de mouwen te steken, deed een dag voor Curfs hem een rapport overhandigde dat zij met Aart van der Gaag schreef over het creëren van honderdduizend reguliere banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Het zorgde in ieder geval voor een grote toeloop van journalisten, herinnert Curfs zich met een knipoog.

Des te opmerkelijker dat zo’n man, eentje van onversneden uitspraken, de laatste jaren ongeveer het symbool van de Nederlandse polder was. “Hij was echt een voorvechter voor de ondernemers en was er volledig van overtuigd dat zonder ondernemingen er in de samenleving weinig van de grond zou komen.” Maar hij zag ook in dat er van ondernemingen weinig terecht zou komen als deze niet omkeken naar mensen. “De Boer was een fervent voorvechter van de sociale werkvoorzieningen. Hij vond dit zowel voor de medewerkers een prachtige werkomgeving, maar ook zeer nuttig voor het bedrijfsleven die hier werk konden uitbesteden.” Daar vonden De Boer en Curfs elkaar in.

“Hans was ook een man van de grote gebaren, een gevoelsmens. Hij wilde beweging om zich heen. Kon het niet hebben als zaken niet vlotten, zoals bij de realisatie van de banen voor mensen uit de sociale werkvoorziening of voor jongeren. Dat was voor hem echt een grote ergernis.”

De Boer kon ook om zichzelf lachen. “Op een verfrissende manier relativeren, ook zijn eigen rol.”

Sinds vier maanden was De Boer afgezwaaid in die functie. Hij werd bij zijn afscheid koninklijk onderscheiden, tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. “Dat raakte hem. De lovende woorden die hem toen ten deel vielen. ‘Ik word er verlegen van, voor het eerst’, zei hij. En dat meende hij.” Zijn humor redde hem. “Het ware beter geweest als jullie die woorden niet voor het laatst hadden bewaard, maar in al die zes jaar gedoseerd hadden gebracht.”


Gerelateerd