Govert Aardsche Janse leerde anderen levensgenieter te zijn

01-10-2020 Nieuws Kor Kegel

Govert Aardsche Janse en zijn goede vriendin Marieke Sprong verstopten deze zomer honderd versierde stenen in het Volkspark

SCHIEDAM – We zouden eens een glaasje ricard drinken, maar er kwam een hartinfarct tussen. Daarna wist Govert Aardsche Janse dat zijn levensverwachting radicaal gekortwiekt was. Zijn hart functioneerde nog maar voor twintig procent. Tot gisteren. Hij kwam op 83-jarige leeftijd te overlijden. En daarmee is Schiedam een zeer beminnelijk mens armer.  

In augustus nog had hij er uitermate veel genoegen in om op een guitige manier afstand te doen van zijn stenenverzameling. Honderd steentjes die hij overal vandaan had, versierde hij met zijn goede vriendin Marieke Sprong en ze verstopten ze op een dinsdagavond in het Volkspark “gewoon, om mensen in deze droeve Coronacrisis iets leuks te doen geven”, zei hij. De steentjes waren genummerd. De dagen erna kreeg Govert telefoontjes van Schiedammers die er enkele gevonden hadden. Nee, winnen konden ze er niets mee. “Het plezier was voldoende cadeautje”, vond hij.  

Een paar weken later kwam dat hartinfarct. Hij werd meteen gemist in de Schiedamse binnenstad waar hij sinds jaar en dag zo zijn rondjes maakte. Hij ging graag met zijn stadgenoten in gesprek. Met zijn bescheiden en sympathieke houding jegens anderen kon Govert Aardsche Janse toch heel overtuigend zijn. Op een Socratische manier stelde hij levensvragen die zijn gesprekspartners tot inzicht brachten.  

Hij woonde aan de Nassaulaan in een benedenwoning. De bovenste twee etages van het pand uit 1904 had hij verkocht en zo kon hij zonder woonlasten leven. Een sfeervolle en kleurrijke ruimte op zeventig vierkante meter, wierook en New Age-muziek. Sinds het overlijden van zijn Noorse vrouw Gunveig woonde hij er alleen. Het gezin met twee zoons en een dochter had eerder op het Hargplein gewoond, maar het Nassaukwartier vond hij gezelliger. 

Hij was een fervent fotograaf en door kunstwerken te fotograferen had hij van de kunstenaars werk gekregen, als een ruilhandel. Zo had hij werk van Karel Appel en Theo Gootjes. De schuur in de achtertuin was zijn doka. Hij werkte als fotograaf in de haven en als er een schip arriveerde, bood hij de bemanning aan om hun fotorolletjes te ontwikkelen. Daar moesten ze normaal een paar weken op wachten, maar Govert deed het in een dag. Zo kon hij goed in zijn levensonderhoud voorzien.  

Hij gaf gastles op basisscholen over zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Toen hij drieënhalf jaar was, zag hij hoe de Duitsers zijn vader wegvoerden. Zelf ging hij naar een gastgezin en pas zes jaar later zag hij zijn vader weer. Tijdens zijn gastlessen vertelde hij over de diepe indruk die de oorlog op hem gemaakt had. Hij schreef er een boek over: ‘Ik, kind in de Tweede Wereldoorlog’.  

Op latere leeftijd ging hij filosofie studeren en begon hij een praktijk als psychagoog. Hij bood mensen hulp bij levensvragen, door gespreksvormen die teruggaan naar de klassieke Griekse filosofen als Plato en Socrates. Zelf was hij een levensgenieter. Maar niet op een zelfzuchtige manier, integendeel. Hij verstond de kunst ook anderen te leren hoe je meer van het leven kunt genieten. 

Govert was nauw verbonden met de Noorse kerk op de Westzeedijk, die hij dankzij zijn vrouw had leren kennen.