Geschiedenis van Schiedam is vernieuwd

19-06-2015 Nieuws Ted Konings

Van der Feijst-neef Van der Wel ontvang het boek uit handen van Laurens Priester

SCHIEDAM - Na veertig jaar is er een nieuwe 'Van der Feijst'. Vanmiddag werd een vernieuwde uitgave van de klassieker 'Geschiedenis van Schiedam' gepresenteerd. Burgemeester Cor Lamers ontving uit handen van de huidige gemeentearchivaris het eerste exemplaar. Ook de heer Van der Wel, een neef van Van der Feijst, mocht het boek, postuum namens zijn oom die in 2012 overleed, in ontvangst nemen.

Drs. G. van der Feijst, stadsgemeentearchivaris in de jaren 60, 70 en 80, liet zijn geschiedschrijving van de stad het levenslicht zien in het jaar dat Schiedam zevenhonderd jaar bestond. Hij beschreef met een team aan medewerkers het ontstaan van de stad tot aan 1795, de Franse tijd. Sindsdien kende Schiedam 28 burgemeesters, zo debiteerde Cor Lamers, 'die allen historie toevoegen aan de stad'. Hij stelde een 'indirecte bestuursopdracht' uit te vaardigen aan de huidige stadsarchivaris Laurens Priester, om werk te gaan maken van 'de grote Priester', hèt standaardwerk over de Schiedamse geschiedenis van origine tot heden. “En daar niet mee te wachten tot het 750-jarig bestaan van de stad (in 2025 - red.), want dan hebben we er allemaal nog een paar jaar plezier van.”

De presentatie van het nieuwe boek vond plaats in 'de ruïne', het huis van Aleida van Henegouwen, het oudste gebouw van de stad. Van der Feijst schreef in de jaren 60 dat er 'niet veel meer over is van het gebouw'. Het stond op instorten. Nadat de Watergeuzen er in 1573 en 1574 huis hadden gehouden, en het gebouw in 1688 in handen van de stad Schiedam kwam, was er nooit iets aan onderhoud gedaan. Mede met steun van Van der Feijst, een Delftenaar van geboorte, werden de restanten van het kasteel gered. Er werden ook weer muren en delen ervan opgemetseld, zelfs het weer opnemen van luiken en ramen werd overwogen - maar ging niet door. De rijksdienst voor monumenten schreef voor dat er verspringend werd gemetseld, zodat het idee van een ruïne in tact bleek. Van der Feijst schreef dat binnen enkele jaren de nieuwe stenen 'weer even zwart zullen zijn als de oudere resten' en dat de klimop weer weelderig zou groeien, dat de bomen rond de ruïne weer schaduw zouden geven en dat 'de schepping van Aleida weer dat romantische element zou zijn in een wereld vol glas en beton en blik'.

Wat dat betreft is de stad er op vooruit gegaan, want zwart is het kasteel niet. En ook de stadsgeschiedschrijving is er op vooruit gegaan; de nieuwe Van der Feijst is ongetwijfeld te koop in de boekhandel.

 

 



Gerelateerd