Gerechtshof: agent zaak Mitchell Winters vrijuit

04-04-2017 Nieuws Redactie

SCHIEDAM - Het Openbaar Ministerie hoeft de agent die Mitchell Winters vorig jaar mei doodschoot in het Beatrixpark, niet te vervolgen. Dat heeft het Gerechtshof in Den Haag vandaag bepaald.

Het Openbaar Ministerie in Rotterdam had eerder al besloten om niet tot vervolging over te gaan. De familie van Winters startte daarop een zogeheten artikel 12-procedure. Dit artikel biedt aan rechtstreeks belanghebbenden de mogelijkheid om zich te beklagen over een beslissing van de officier van justitie om niet tot vervolging van een strafbaar feit over te gaan.

Justitie besloot de agent niet te vervolgen omdat het OM ervan uit gaat dat Winters zijn dood zelf heeft uitgelokt. De 21-jarige jongeman zocht volgens die reconstructie bewust de confrontatie met de politie. De agent heeft volgens de regels gebruik gemaakt van zijn vuurwapen, zo constateerde daarop de officier van justitie die het onderzoek naar het incident leidde. De Rijksrecherche voerde dat uit. "Gelet op alle feiten en omstandigheden is de inschatting van dreigend gevaar door de agent reëel geweest en kon hij handelen zoals hij gedaan heeft", aldus het OM.

De politieman was de bewuste maandagavond 30 mei naar het park gegaan nadat bij de politie een melding was binnengekomen dat een jongeman was beroofd en beschoten. De melder gaf een signalement van de berover. Toen de politieman, die alleen naar het park was gegaan, een persoon tegenkwam die voldeed aan het signalement, heeft hij geprobeerd hem aan te houden, dan wel onder controle te houden tot zijn collega’s ter plaatse waren. "De agent heeft verklaard dat hij niet gehoord had dat de berover een vuurwapen had, maar hij was er wel van uitgegaan dat de man een wapen zou hebben", laat het OM nu weten. "Hij hield de man onder schot met de sommatie dat hij zijn handen moest laten zien, en zag zich pas genoodzaakt te schieten (uit noodweer) toen de man op hem afrende. De jongeman werd één keer geraakt en overleed ondanks pogingen hem te reanimeren."

Uit het onderzoek kwam vrijwel meteen naar voren dat de neergeschoten jongen zelf de melding had gedaan en zijn eigen signalement als zijnde dat van de berover had doorgegeven. Zijn stem werd herkend door een familielid. Ook de telefoon waarmee de melding was gedaan, werd bij de jongen gevonden.

De politieman heeft verklaard dat de jongeman die hij wilde aanhouden, eerst zijn handen niet wilde laten zien en uiteindelijk met een zwart voorwerp, gericht als een vuurwapen, naar hem toeliep. Daarop schoot de politieman. "Een vuurwapen werd weliswaar niet gevonden, maar de politieman kon in redelijkheid denken dat hij werd aangevallen met een vuurwapen en dat zijn leven in gevaar was", aldus de officier van justitie. "Juridisch gezien komt de agent dan ook een beroep op putatief noodweer toe."

Het vermoeden dat de jongeman door de melding van de overval, het doorgeven van zijn eigen signalement en zijn handelen tegenover de agent, bewust de confrontatie met de politie heeft gezocht, wordt verder ondersteund door enkele uitlatingen van het slachtoffer en mensen uit zijn omgeving die kunnen duiden op een voorgenomen afscheid, aldus de verklaring van het OM.

Gerelateerd