Gedachten bij Winterlicht

13-12-2015 Nieuws Han van der Horst


COLUMN -Toen de slagregens van vrijdag eindelijk bedaarden, kwam er toch nog wat volk naar Winterlicht in het Julianapark. De manifestatie was bijna verzopen. Voor de hoofdingang aan de Penninglaan had zich een diepe plas gevormd van zulk een omvang dat die met een plankier moest worden overbrugd. Het water droop van de lichtinstallaties en bij de koek en zopie tegenover de bekende koepel, vreesden de mannen en vrouwen achter Winterlicht dat zij de voedzame soepen, voor een talrijk publiek toebereid, weg zouden moeten gooien.

Tegen half acht echter werd het definitief droeg. Toen begonnen de gezinnen uit de buurt toe te stromen. Het was duidelijk. Veel kinderen mochten opblijven om de lichtjes in het avondlijke Julianapark te zien. Een aantal kunstenaars had installaties opgericht, allemaal gebaseerd op een bizar spel tussen licht en donker. Geluid en filmbeeld accentueerden het geheel. Opvlammende vetpotjes markeerden de paden, zodat de bezoekers niet onwillekeurig het natte gras op zwierven om daar in de modder pijnlijk ten val te komen.

De kinderen genoten. Het park was spookachtig maar niet echt eng. Wie geluk had, kon bij de koepel de optredens bijwonen van een jeugdige vuurspuwster met een vlammende hoelahoep. Het was allemaal Dante´s Inferno light en je wist dat je in de koude winteravond altijd een warme plek in de buurt had om een toevlucht toe te nemen.

Ik verliet het park over het plankier en passeerde mijn geboortehuis, Sint Liduinastraat 100b. Daarna vond ik als zoveel (Schiedam-)westerlingen warmte in café Quekel op de hoek van de Fabristraat. Ik haalde mijn minicomputer te voorschijn om dit stuk te schrijven en bedacht me dat ik me een halve eeuw geleden veel had kunnen voorstellen behalve dan dat ik in deze kroeg (die er toen ook al was, maar heel anders heette) op een soort rekentuig een stuk zou schrijven, dat ik daarna door zou seinen aan de redacteur van een website. Eerder ging je er toen vanuit dat na 2000 vakantie op de maan of Mars normaal zou zijn. Maar internet? Mobiele telefoons? Geen idee.

We geloofden wel in een lichtende toekomst en we kregen daar elk jaar een voorproefje van in het Julianapark. Niet in de winter maar in de zomer. Dan ging heel Schiedam het spel van klank en licht kijken dat Philips er een week lang opvoerde.

Het Julianapark was heel erg aangeharkt. Overal stonden bordjes met 'verboden zich op het gras te bevinden' en geen mens zou het wagen dat gebod te negeren. Overal waren bloemperken. In de vijvers zwommen siereenden en de gemeente had zelfs een koppel zwarte zwanen aangeschaft. Het enige wat je mocht, was wandelen of op een bankje naar al die pracht kijken. Zelfs wie de eendjes voerde, durfde geen stap van het pad af te gaan.

Nu waren de bomen en de bloemperken fantastisch aangelicht. Het was allemaal heel kunstzinnig, maar de lichtartiesten van Philips probeerden het publiek niet te ontregelen. Ze wilden geen spookachtige, maar een feeërieke sfeer scheppen. En daardoor al die harde werkers in de magere wederopbouwjaren een blik gunnen op het licht aan het eind van de tunnel. Er was dan ook in het park geen ruimte voor duisternis. Die was door de technologie van Philips verdreven. Winterlicht is een spel met de nacht. Destijds wilde men laten zien dat de nacht was overwonnen.

Ook toen mochten de kinderen opblijven. Ik liep aan het handje van mijn vader en mijn moeder en zag hoe schijnwerpers bomen en bloemperken in een veelkleurige gloed zetten. In het gras lagen grote schijnwerpers die aan zware kabels vastzaten. Boven, rond de koepel, was een terras ingericht waar de bezoekers iets konden gebruiken. Ik herkende de letters RMI. Dat betekende het perspectief van ijs aan een stokje, als ik heel lief keek en niet zeurde want ik wist: het geld groeide mijn ouders niet op de rug.

Precies op die plek zag ik bijna zestig jaar later, hoe een klein meisje met een mobiele telefoon de vuurspuwster filmde. ¨Ga je dat later ook doen als je groot bent?¨, vroeg ik. Ze griezelde en knikte van nee. Als ze straks op mijn leeftijd is, bedacht ik mij achteraf aan de stamtafel, dan is het 2073 of zo. Zou er dan nog een kroeg zijn op de plek van Quekel? Zouden haar toekomstdromen zijn uitgekomen? Zou haar leven er net zo uitzien als wij ons dat nu voorstellen of is alles dan onvoorstelbaar anders?



Gerelateerd