File in ABC-garage

04-03-2019 Nieuws Kor Kegel

Auto's konden er vanmiddag even niet uit

SCHIEDAM – Vreemde situatie. Bij terugkomst in de ABC-garage stopt de parkeerder zijn ticket in de betaalautomaat. Deze geeft geen bedrag aan. “Kan kloppen”, denkt de automobilist, want het is ongeveer kwart voor drie en hij zou net binnen het uur terug kunnen zijn en dan is het gebruik van de parkeergarage gratis. Hij loopt dus naar zijn auto, stapt in, start en rijdt de helling af, stopt zijn ticket in de uitrij-automaat – maar de slagboom gaat niet omhoog. De autorijder kijkt naar de automaat en daar staat: ‘Restschuld € 0,50’.  

Hij probeert het opnieuw, met hetzelfde resultaat. Zou er dan net na de zestig minuten gratis parkeren in de eenenzestigste minuut een probleem zijn ontstaan toen hij zijn ticket in de betaalautomaat stopte? 
Hij drukt op het knopje om met garagebeheerder Interparking in contact te komen. “Een ogenblik geduld alstublieft.” Na eventjes wachten vraagt een mannenstem wat er aan de hand is. De autorijder legt de situatie uit. De man van Interparking geeft als oplossing dan naar boven te lopen om de vijftig cent alsnog te voldoen. 
“Maar ik kan niet meer terugrijden, want er staan auto’s achter me. Als ik mijn auto hier laat staan, staat ie ontzettend in de weg.” 
“Geen probleem, meneer, want er zijn twee uitritten. Dat komt wel goed. Maar zet u even uw gevarenlicht aan, zodat de mensen achter u zien dat ze beter langs u heen kunnen rijden.”  

Dat doet hij. Dan stapt hij uit en legt hij de automobiliste achter hem uit wat het probleem is. “Je kunt beter de uitrit hiernaast nemen”, adviseert hij. “Kan gebeuren”, zegt de automobiliste. 
Hij loopt de helling op en steekt de ABC-garage over tot hij weer bij de betaalautomaat is. Nu geeft de betaalautomaat wel aan dat er vijftig eurocent betaald moet worden. Hup, muntje erin en terug naar de auto. Maar: inmiddels is er in de garage een file ontstaan tot halverwege de derde rijstrook die naar de uitgang leidt. “Hoe kan dat in zo’n korte tijd?” vraagt hij zich af. Hij loopt langs wel dertig auto’s, waarvan sommige bestuurders zijn uitgestapt om te kijken wat het oponthoud veroorzaakt.

Beneden aan de helling ziet hij nog steeds de vrouw in haar auto wachten achter de zijne. Hij kijkt haar vragend aan. “De andere uitrit doet het niet”, zegt ze. Dus heeft zijn auto toch flink in de weg gestaan… Hij besluit om maar snel zijn ticket in de uitrij-automaat te stoppen en weg te rijden, er dus van afziend om de man van Interparking te informeren dat de andere uitrit niet functioneert. Want als hij dat zou doen, wordt de file in de garage nog langer.

In de Boterstraat wacht hij voor het verkeerslicht naar de ’s-Gravelandseweg. Met fikse snelheid rijdt ‘de vrouw achter hem’ voorbij naar de Broersvest. “Je zult maar haast hebben”, denkt hij. Hoeveel mensen in de file zullen in tijdnood zijn gekomen? Had de man van Interparking niet beter de slagboom omhoog kunnen doen onder de afspraak dat hij de auto in de Kreupelstraat even aan de kant zet om die twee kwartjes te betalen? Heeft de man van Interparking hem willen behoeden voor fout parkeren? Zou de man van Interparking zo’n afspraak niet mogen maken? Zou Interparking de ervaring hebben dat autorijders smoesjes verzinnen om onder het betalen uit te komen? Het ging nu om slechts vijftig cent, maar als meer mensen het proberen. 
Toch verlaat hij Schiedam met het idee dat de regeltjes het weer eens wonnen van een soepele en elegante oplossing.