Explosie is 'weloverwogen wanhoopsdaad' hopeloze vader

22-12-2021 Nieuws Cerberus/Niels Dekker

Omwonenden moesten door de brandweer uit de woningen boven die van M. worden gehaald; foto: Flashphoto


SCHIEDAM– Hij voelde zich hopeloos en machteloos, omdat hij zijn zoontje niet mocht zien. Daarna nam de 26-jarige Michelangelo M. op 22 april ‘de domste beslissing van zijn leven’. De Schiedammer besprenkelde zijn woning in de portiekflat in de Ridderkerksestraat met benzine, waarna de boel explodeerde. Voor de rechtbank beweerde M. vanmorgen dat een ontploffing nooit echt zijn bedoeling was. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) liegt hij.

Volgens M. liep hij in de dagen voor de explosie ‘op zijn tenen’. “Ik had heel veel last van slaapgebrek en stress. Ik was bang daardoor mijn werk te verliezen en mijn woning”, vertelde M. tijdens zijn rechtszaak. Ook het contact met zijn ex-vriendin over hun zoontje droeg volgens hem bij aan die onrust. Over en weer stuurden ze elkaar boze berichtjes.

Op 22 april werd het M. allemaal teveel. “Ik heb mijn ex gevraagd om mijn zoontje naar me toe te laten komen. Toen ze dat weigerde voelde ik me machteloos en heb ik de domste beslissing van mijn leven gemaakt.”

M. reed met zijn fiets naar een tankstation en keerde met een jerrycan benzine terug in zijn woning in de Ridderkerksestraat. “Ik heb de benzine gesprenkeld en keek daarna de woonkamer in. Ik zag de foto van mijn zoontje. Toen besefte ik: als dit in de fik gaat, dan is alles vernietigd. Wat was ik nou aan het doen?”

Volgens de Schiedammer ging hij daarna ‘even rustig zitten om bij te komen’. “Op het moment dat ik bedacht om dit niet meer te doen, gebeurde het.” M. stak naar eigen zeggen een sigaretje op. “Ik wist niet dat door de dampen van benzine een explosie kon ontstaan. Ik dacht dat je daarvoor echt vuur bij de benzine moest houden.”

Bij de eerste explosie zou de voordeur naar binnen zijn geblazen en M. hebben geraakt. “Ik dacht: als ik hier blijf, sta ik zelf straks in de fik. Ik moest daar weg zien te komen en ben weggerend. Ik hoopte dat het niet uit de hand zou lopen.”

Terwijl M. naar een bushalte rende, klonk achter hem een tweede explosie. Omkeren of 112 bellen deed hij niet. “Ik was in paniek en moest ergens heen.”

Zijn bestemming was een vriendin in Groningen. Nadat zij hem daar ophaalde van het station en een ‘benzinelucht’ rook, besloot M. haar ‘niet in de problemen te brengen’. Daarna reisde hij naar een Amsterdams hotel. In de hoofdstad zou hij op straat iemand hebben gevraagd diens telefoon even te mogen gebruiken. Op internet zou hij toen pas hebben gezien dat het ´helemaal foute boel was´. “Opeens besef je dat je iets superverkeerd gedaan. Daarna heb ik me gemeld bij de politie”, aldus M.

De Schiedammer hield in de rechtszaal vol dat de explosie uiteindelijk ‘een ongeval’ was. “Wel opvallend dat u daarna naar Groningen en Amsterdam gaat en het dagen duurt voor u zich meldt. Had u na de explosie geen hulp in moeten schakelen? Hebt u niet gedacht dat er andere mensen in het gebouw waren”, vroegen de rechters. M: “Ik was in shock en mezelf niet.”

Het Openbaar Ministerie geloofde hem niet. “Iedereen weet toch dat de combinatie van een sigaret en benzine voor moeilijkheden zorgt? In veel films en series ziet je al dat een vonkje de boel kan laten ontploffen. Waarom besprenkel je heel je woning en steek je dan een sigaret op?”, zei de officier van justitie.

Verder ontdekte de politie dat M. voor de explosie in allerlei Whatsappberichten dreigende taal uitsloeg naar zijn ex. ´Zodra je aankomt zie je wat er gebeurt, de bom gaat ontploffen´, schreef M. ´Sorry voor wat ik ga doen, maar ik wil niet meer´, zei hij in een ander bericht en stuurde nog een emoticon met vuur.

Bovendien verklaarde M. bij de Amsterdamse politie dat hij ‘het huis in brand had gestoken’ en sprak hij bij een psycholoog over het maken van ‘een statement’.

De officier vond dat de verdachte bewust de brand opzettelijk had gesticht. “Een weloverwogen plan en wanhoopsdaad. Hij heeft het leven van buren en de ex-vriendin op zijn kop gezet. Door de explosie en hevige brand moesten bewoners en huisdieren worden gered.”

Zeven woningen van de flat werden onbewoonbaar en de schade bedroeg zeker 200.000 euro. “Het is een wonder dat er geen gewonden of doden zijn gevallen”, zei de aanklager. Ze eiste dertig maanden cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

De advocaat van M. wees erop dat zijn cliënt ‘heel veel spijt’ heeft. “Hij hoopt dat de buren hem willen vergeven”, zei hij. De raadsman vond echter dat van bewuste brandstichting absoluut geen sprake was. “Er is geen enkele brandhaard ontdekt. Het is door het ontsteken van een sigaret tot ontploffing gekomen. Hij heeft het zo niet gewild.”

De rechtbank doet 5 januari uitspraak.

Zie ook dit artikel.


Gerelateerd