Drugshandel levert veel meer op dan Schiedams autobedrijf

11-01-2022 Nieuws Redactie


ROTTERDAM - De Rotterdamse rechtbank acht overtuigend bewezen dat Achmad S. zijn geld niet zozeer verdiende met zijn Schiedamse garage, maar veeleer met drugshandel. 

S., geboren in Irak in 1971, werd in september 2019 aangehouden, terwijl hij een bedrag van € 13.280,- en een zogenaamde gebruikershoeveelheid cocaïne bij zich had. In de Land Rover waarin hij reed lag de sleutel van een Volkswagenbus. In die Volkswagen Transporter werd later in verborgen ruimtes een bedrag van € 264.850,- (plus 910 Zwitserse Frank) aangetroffen, samen met 25 gram wit poeder. Dit witte poeder werd later getest als cocaïne, zo stelt de rechtbank in zijn uitspraak, die gisteren werd gepubliceerd.

Uit onderzoek van het NFI blijkt volgens de rechters dat de gebruikershoeveelheid cocaïne, die de verdachte in een zogenaamd ponypack bij zich had, naar alle waarschijnlijkheid van dezelfde ‘productiepartij’ afkomstig is als de 25 gram cocaïne die in de Volkswagenbus werd aangetroffen. 

Bij de doorzoeking van de garage van S. in Schiedam zijn gripzakjes, een weegschaal, een geldtelmachine en een persmal, geschikt om cocaïne in te persen, aangetroffen. 

Bovendien bleek uit getapte telefoongesprekken van S. dat hij overleg voerde over drugs. “Met dezelfde telefoonnummers worden gesprekken gevoerd die volgens de politie zien op verborgen ruimtes in auto’s en het op tijd, voor aankomst, uit die ruimtes halen van spullen.” 

Het dossier waarover de meervoudige kamer van de rechtbank oordeelde bevat ook een analyse van de financiën van de garage van S. "Hieruit volgt dat de verdachte in die periode kon beschikken over een onverklaarbaar vermogen van (opgeteld) € 228.161,16."

De rechtbank acht bewezen dat - ook al was S. niet de enige gebruiker van de Volkswagenbus - de ‘feitelijke beschikkingsmacht’ over het voertuig bij hem lag, samen met zijn zoon. Uit de telefoontap blijkt ook dat ‘de verdachte wetenschap had van de verborgen ruimtes in de bus’. 

“Deze vaststellingen brengen de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte zowel de in de bus aangetroffen geldbedragen als de in de bus aangetroffen 25 gram cocaïne voorhanden dan wel aanwezig heeft gehad.” Verder is het de rechtbank duidelijk dat het S. was die de telefoongesprekken over de drugs voerde. “Deze gesprekken zien naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar op de handel in verdovende middelen. Zoals hiervoor aangehaald, gaat het in de gesprekken over bedragen en hoeveelheden en worden de soorten verdovende middelen vaak zelfs woordelijk benoemd. De rechtbank stelt op grond van zowel deze gesprekken als de aanwezigheid van cocaïne en geld in de Volkswagenbus vast dat de verdachte aan die handel actief deelnam.”

De vaststelling dat de verdachte zich bezighield met de handel in de verdovende middelen, ondersteund door de eerder geschetste omstandigheden waaronder het geld in de Volkswagenbus werd aangetroffen, leidt volgens de rechters tot het vermoeden dat het geld in de Volkswagenbus afkomstig is van een misdrijf. “Tegen diezelfde achtergrond geldt hetzelfde voor het onverklaarbare vermogen van de verdachte zoals dat blijkt uit de financiële analyse, waarbij het gaat om contante geldbedragen die de verdachte in de ten laste gelegde periode tot zijn beschikking heeft gehad en die hij (deels) heeft omgezet met de aanschaf van de Land Rover.”

“Nu er sprake is van een vermoeden van witwassen, is het aan de verdachte om dit vermoeden te ontzenuwen. Van verdachte mag een verklaring worden verlangd die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.” S. voerde in de rechtszaak aan dat het contante geld waarover hij beschikte (samen met het aanschafbedrag van de Land Rover), afkomstig waren uit een aan hem verstrekte lening van € 125.000,-. “De verdachte heeft op 14 februari 2020 een aantal documenten overgelegd die zien op deze geldlening en ter zitting verklaard dat dit bedrag in het voorjaar van 2019 in delen door verschillende mensen uit Irak naar Nederland is gebracht”, zo vat de rechtbank de gang van zaken samen. Maar geloven doen de rechters het niet. “Wat hier ook van zij, gelet op de omvang van de bedragen waar de verdachte geen legale herkomst voor heeft kunnen aangeven in relatie tot de omvang van de gestelde lening, oordeelt de rechtbank dat reeds als gevolg van vermenging van de verschillende bedragen bewezen kan worden dat de verdachte over geld heeft beschikt dat op zijn minst genomen ten dele afkomstig is uit enig misdrijf.” Volgens de rechtbank gaat het in totaal om een bedrag van ruim 425 duizend euro, plus de waarde van de Land Rover.

De rechtbank achtte tevens bewezen dat S. in juli 2019 7,8 kilo hashish bewaarde in een tuinhuisje aan de Tjalklaan, net over de grens met Schiedam in Rotterdam.

S. werd in 2011 in Groot-Brittannië veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf voor drugshandel en deelname aan een criminele organisatie. Hij zat het laatste deel van die straf in Nederland uit en werd in november 2018 vrijgelaten, op voorwaarde dat hij zich gedurende een proeftijd van 2825 dagen niet schuldig zou maken aan een strafbaar feit.

Al met al legt de rechtbank S. nu een straf op van zes jaar met aftrek van voorarrest voor drugshandel, witwassen en het in bezit hebben van een wapen. Dat werd in juli 2019 gevonden in het tuinhuisje aan de Tjalklaan. “Het bezit van een wapen is een eerste stap naar het gebruik ervan”, aldus de rechtbank.



Gerelateerd