Burgemeester handelde juist bij sluiting illegaal bordeel

20-08-2021 Nieuws Redactie


SCHIEDAM - De burgemeester heeft juist gehandeld toen hij zijn een illegale seksinrichting in Schiedam sloot en de bewoner van dat pand buiten zette. Het beroep van de bewoner van de woning werd door de rechtbank niet gegrond verklaard. De uitspraak is vandaag gepubliceerd.

De burgemeester sloot op 13 maart vorig jaar een woning aan de Hogenbanweg, waar tegen betaling seksuele diensten werden aangeboden zonder vergunning. Dat werd geconstateerd door een politie-ambtenaar van de ‘Afdeling vreemdelingenpolitie en identificatie mensenhandel’ (Avim) en twee toezichthouders van Toezicht en Handhaving van de gemeente, naar aanleiding van een advertentie op internet. In eerste instantie was de sluiting voor twee weken in een zogenaamde ‘spoedsluiting’, twee weken later werd dat omgezet in een algehele sluiting voor negen maanden, later teruggedraaid tot zes maanden.

De 52-jarige bewoner van de woning van Woonplus maakte bezwaar tegen die gang van zaken; dat gebeurde tegen de burgemeester. Die verklaarde het bezwaar in juli vorig jaar ongegrond. Het beroep van de bewoner bij de rechtbank diende op een zitting op 22 juli dit jaar.

De bewoner voerde daarbij aan dat ‘van een seksinrichting geen sprake is’, omdat het gaat om een woning en niet een voor iedereen toegankelijke bedrijfsruimte. Een enkele advertentie op internet zonder verdere tekst en uitleg is volgens de man onvoldoende om van een seksinrichting te spreken.

Hij stelde daarbij dat het binnentreden van zijn woning onrechtmatig was omdat een machtiging ontbrak en er ook geen sprake was van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen. Verder voerde de man aan dat van ‘informed consent’ geen sprake was ‘omdat de persoon die toegang tot de woning had verleend geen Nederlands en beperkt Engels spreekt en pas na het binnentreden is vastgesteld dat zij Spaanstalig is’. Toen dat duidelijk werd is een tolk ingeschakeld.

De bewoner, eiser in deze zaak, ontkent dat hij zijn telefoon spontaan heeft afgegeven aan de politieambtenaar voor inzage/onderzoek. Een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen waaruit dit zou blijken, ontbreekt, aldus de man. De politieambtenaar was volgens hem ook niet bevoegd om de telefoon in te zien omdat deze ‘geen toezichthouder’ is. De inhoud van de telefoon van eiser zou verder vertaald zijn via Google Translate in plaats van door een tolk.

Maar het belangrijkste bezwaar van de man tegen de gang van zaken betrof het feit dat uit de beschikbare informatie, ook die uit de telefoon van de prostituee, niets blijkt over de betrokkenheid van de man bij een seksinrichting. De man stelde zijn woning uitsluitend voor een aantal dagen beschikbaar aan een kennis; hij betwist dat hij wist wat er in de woning gebeurde en dat hij geld ontvangen zou hebben voor het beschikbaar stellen van zijn huis.

Verder nam de man het hoog op dat het onderzoeksrapport vermeldt dat de rapporteur op basis van de artikelen 5:17 en 5:18 van de Awb de telefoon van de prostituee heeft gevorderd, maar dat van enige handeling tot vorderen en een reactie van de prostituee niet blijkt uit de rapportage. “De politieambtenaar is geen toezichthouder en de prostituee was geen verdachte, zodat een wettelijke grondslag voor het pakken en onderzoeken van de telefoon van de prostituee door de politieambtenaar ontbrak.”

Eiser betwist verder dat hij zou hebben verklaard dat hij al dertig dagen ‘niet in zijn woning zou komen’. Hij stelt dat hij wel heeft verklaard dat hij de maand voor de controle voor een goede vriend van hem gezorgd heeft, maar in de periode toch steevast thuis te hebben geslapen. Zijn buren zouden dat kunnen bevestigen.

Verder vond de man dat zijn persoonlijke omstandigheden zwaarder zouden moeten wegen dan het handhavingsbelang van de burgemeester. De eiser lijdt aan diabetes mellitus type 2 en slikt zware medicijnen. Zijn huisarts gaf aan dat hij een geregelde levensstijl nodig heeft. “Momenteel zwerft hij buiten en is hij bij niemand welkom. Nu hij door verweerder in deze Coronatijd op straat is gezet, is de woningsluiting onevenredig”, zo vatte de rechtbank de situatie van de eiser samen.

De rechter ging in geen van deze punten van de bewoner van het pand aan de Hogenbanweg mee. Een illegale seksinrichting kan ook in een woning zijn gevestigd. “Uit de rapportage blijkt dat klanten voor prostitutie via sms-berichten naar het juiste adres werden geleid alwaar hen de toegang tot de woning werd verleend”, aldus de rechtbank. “Dat er eerst aangebeld moest worden om toegang tot de woning te krijgen doet er niet aan af, dat de woning in de hier bedoelde zin ‘toegankelijk’ was.”

“Niet is in geschil dat de toezichthouders en de politieambtenaar na het bellen van het telefoonnummer van de prostituee, dat stond vermeld in een advertentie voor seksuele handelingen tegen betaling op de website, via opeenvolgende sms-berichten (uiteindelijk) bij de woning zijn terechtgekomen, waarin zij een schaars geklede vrouw aantroffen. Volgens de rapportage heeft deze vrouw (de prostituee) onder meer verklaard dat zij nieuw is in het werk in de prostitutie; dat zij soms wordt gebeld dat er een klant komt; dat ze dit werk doet via andere mensen; dat zij de helft van haar opbrengsten aan deze andere mensen moet afstaan; dat anderen haar telefoon beantwoorden en de advertenties op websites beheren. Verder is gebleken dat de prostituee niet stond ingeschreven op het adres van de woning en niet beschikte over een huurovereenkomst. Uit de rapportage blijkt ook dat er veel aanloop was op de woning, op verschillende tijdstippen”, aldus de rechtbank in de uitspraak.

Die constateert verder dat er geen bewijs dat het binnentreden van de controleurs onrechtmatig was. “De rapportage is op ambtsbelofte opgemaakt, zodat verweerder in beginsel mag afgaan op de juistheid van de daarin opgenomen bevindingen en het aan eiser is om tegenbewijs te leveren waaruit blijkt dat de inhoud van de rapportage niet juist is. De rapportage vermeldt op de eerste bladzijde onder meer het volgende:

“Wij, rapporteurs legitimeerden ons aan de deur als toezichthouders in dienst van de gemeente Schiedam en deelden de vrouw het doel van de controle mede. De vrouw was de Nederlandse taal niet machtig en sprak vrijwel geen Engels. Wij werden het pand binnen gelaten.” En verder:
“Ik, rapporteur vroeg de sekswerker in het Engels welke taal zij sprak en of zij mij verstond. Hierop gaf de sekswerker aan dat zij de Engelse taal onvoldoende machtig was. Hierop heb ik rapporteur gevraagd welke taal zij sprak. Hierop gaf ze aan dat dit de Spaanse taal was Hierop heb ik, rapporteur door middel van de tolkentelefoon het gesprek gevoerd met de sekswerker. Ik, rapporteur stelde ons voor en deelde het doel van de controle mee. (…)”

De rechtbank maakt daaruit op dat ‘uit de vermelding dat de prostituee vrijwel geen Engels sprak, volgt dat zij de Engelse taal tenminste beperkt machtig was’. “Ook volgt daaruit dat zij, voorafgaand aan het binnentreden, door de toezichthouders (ook) in de Engelse taal is aangesproken. Dat haar beheersing van de Engelse taal zodanig beperkt was dat de toestemming om binnen te treden door haar niet is verleend op basis van volledige en juiste informatie over de reden en het doel van de binnentreding, is niet gebleken. Daarbij is van belang dat uit de rapportage blijkt dat de rapporteur haar in de Engelse taal meerdere vragen heeft gesteld waarop zij steeds adequaat geantwoord heeft. Dat het gesprek met de prostituee na het binnentreden met bijstand van een telefonische tolk in de Spaanse taal is voortgezet, doet hieraan niet af.”

De rechtbank gaat ook niet mee in het idee dat de bewoner zijn telefoon niet heeft afgegeven en daarom informatie niet rechtmatig is verkregen. Zij baseert zich daarbij op de rapportage van de controleurs: “(…) [eiser] verklaarde dat hij niet wist van de illegale seksinrichting in het pand. Hij verklaarde dat hij in Amsterdam had verbleven. Hij zou een vriend in zijn woning hebben laten verblijven en die vriend had een onbekende vrouw binnen gelaten. [eiser] verklaarde dat hij hier onenigheid met die vriend over had gehad omdat hij geen onbekende mensen in zijn woning wilde hebben. Volgens [eiser] kon hij dit aantonen waarop mij zijn telefoon liet zien. Hierop heb ik de telefoon van [eiser] aangepakt. Hierop heb ik in de telefoon gekeken. (…) Omdat er in het pand van [eiser] een Colombiaanse vrouw werd aangetroffen kreeg (sic) ik en de medewerkers van de gemeente Schiedam het vermoedde (sic) dat dit chatgesprek verband hield met de illegale seksinrichting in het pand van [eiser] . Door een medewerker van de gemeente Schiedam werden hierop foto's gemaakt van de chatberichten waar de geldbedragen in voorkwamen. Hierop is de telefoon teruggeven aan [eiser] .” Verweerder heeft de gegevens van de telefoon van eiser dan ook terecht bij de besluitvorming betrokken, zo concludeert de rechtbank. Die stelt verder ook dat ‘de omstandigheid dat de rapportage geen melding maakt van de bewoordingen waarmee de telefoon van de prostituee is gevorderd en de reactie van de prostituee daarop’, niet leidt tot het oordeel dat de inzage van de telefoon van de prostituee onrechtmatig was.

Verder stelt de rechtbank dat de eiser ‘als huurder en hoofdbewoner van de woning verantwoordelijk kan worden gehouden voor wat zich in de woning afspeelt, ook tijdens zijn afwezigheid’. “Dat eiser stelt dat hij de afgelopen maand voor een goede vriend van hem gezorgd heeft, maar elke dag in de woning sliep, ontslaat hem niet van die verantwoordelijkheid, nog daargelaten dat hij die enkele stelling niet heeft onderbouwd en verweerder dus terecht is uitgegaan van de juistheid van de in de (op ambtsbelofte opgestelde) rapportage en de daarin opgenomen verklaring van eiser dat hij al een maand niet in de woning is geweest. Dit betoog slaagt dus niet.”

Ook de gezondheidstoestand van de man is voor de rechter geen reden om de ingrijpende maatregel van de burgemeester als onevenredig te bestempelen is.