Armenschool komt niet op de monumentenlijst

12-09-2019 Nieuws Kor Kegel

Een bekend plaatje van de vroegere situatie

SCHIEDAM – De voormalige armenschool wordt niet aangewezen als gemeentelijk monument. Burgemeester en wethouders hebben besloten om een verzoek daartoe van de bewoners- en belangenvereniging De Plantage en de Historische Vereniging Schiedam af te wijzen.  

De armenschool staat in het Blauwhuiskwartier achter de Lange Nieuwstraat. Aanvankelijk voelde het college van B & W niet voor plaatsing op de monumentenlijst, maar de verzoeken van de twee verenigingen noopten tot nader onderzoek. De Schiedamse erfgoedverordening schrijft voor dat dat onderzoek onafhankelijk plaatsvindt. Het is uitbesteed aan de centrale erfgoedcommissie van Dorp, Stad & Land in Rotterdam.  

De centrale erfgoedcommissie constateert dat de armenschool waardevol is, vanwege de cultuurhistorische waarde en zeldzaamheid van de oorspronkelijke functie als openbare armenschool van Schiedam, maar dat de architectonische waarde, de stedenbouwkundige waarde en de gaafheid zo laag zijn dat er niet voldoende waarden aanwezig zijn om een voordracht tot gemeentelijk monument te rechtvaardigen.

Het college ziet geen reden om af te wijken van het advies van de commissie. Wel neemt het college enkele aanbevelingen over. Dat betreft bijvoorbeeld de bijzondere negentiende- en twintigste-eeuwse graffiti die is aangetroffen op de balken in de kap van het in 1862 gebouwde complex. De ontwikkelaar en beoogd eigenaar van de armenschool heeft aangegeven mee te willen denken over hergebruik en documentatie van deze elementen.  

Ondanks het verschil van inzicht in deze kwestie ziet het college een oprechte betrokkenheid van De Plantage en de Historische Vereniging bij het behoud van het erfgoed. “Dat willen wij koesteren”, schrijft het college. “Het pleidooi om aandacht te hebben voor het aspect van armoede in het verleden van onze stad is betekenisvol. Wij denken dat dit element in het komende erfgoed- en monumentenbeleid een plaats kan krijgen.”

Het college is tevens overtuigd dat de voorgenomen ontwikkeling van het Blauwhuiskwartier voldoende recht doet aan de geschiedenis van de locatie én dat er een kwalitatieve nieuwe fase wordt toegevoegd.  

Eerder al had de gemeentelijke (welstands- en) monumentencommissie geadviseerd over de afgegeven omgevingsvergunning. Door de gemeente was al vroeg in het verkoopproces van het Blauwhuiscomplex opdracht gegeven om een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren. De armenschool was hier nadrukkelijk in meegenomen, juist omdat niet duidelijk was welke mogelijke cultuurhistorische waarde dit gebouw vertegenwoordigde. Het onderzoek leidde niet tot een ambtelijk advies tot aanwijzing als monument. De verzoeken van de twee verenigingen leidden echter tot heroverweging. Dorp, Stad & Land heeft alle argumenten en informatie vanuit de verenigingen verwerkt. “Het onderzoek mag dus uitputtend en volledig worden genoemd”, stelt het college.  

Voor behoud van de armenschool zou een status als monument niet per se doorslaggevend zijn. De gemeente had als verkoper van het complex ook contractueel hergebruik kunnen afdwingen. De centrale erfgoedcommissie merkt op dat bij hergebruik van het pand slechts weinig fragmenten van het oorspronkelijke pand behouden kunnen blijven. Dat vindt het college relevant. De Historische Vereniging vindt, zonder concrete onderbouwing, dat hergebruik heel eenvoudig is, maar dat wordt betwijfeld. “Los van de vraag of het resultaat van hergebruik in dit geval bevredigend wordt, heeft een dergelijke keuze directe financiële consequenties. Wij schatten de kosten hiervan te hoog in ten opzichte van de verwachte baten op het gebied van het beperkte behoud van cultuurhistorie.”