Aangifte tegen campagnespot PVV

02-05-2018 Nieuws Redactie


SCHIEDAM - De recente campagnespot van de PVV in de Zendtijd voor Politieke Partijen gaat verder dan kritiek op de islam. Het vormt een discriminatoire belediging van moslims en zet aan tot haat tegen en discriminatie van moslims.

Dat stellen antidiscriminatiebureau Radar en de koepelorganisaties CMO (Contactorgaan Moslims en Overheid), SMBZ (Samenwerkende Moskeeën Brabant en Zeeland), SIORH (Samenwerkingsverband Islamitische Organisaties Regio Haaglanden) en Spior (Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond). Radar en de koepelorganisaties hebben gisteren gezamenlijk aangifte gedaan tegen Geert Wilders en de PVV.

De campagnespot, die 15 maart werd uitgezonden in de Zendtijd voor Politieke Partijen, begint met de tekst 'Islam is', waarna woorden volgen als discriminatie, geweld, terreur. Bij de slotzin ‘Islam is dodelijk’ druipt er bloed uit de letters.

De spot leidde tot veel bezorgde reacties in de Nederlandse samenleving, aldus Radar. “Onsmakelijk”, zo haalt het antidiscriminatiebureau minister-president Mark Rutte aan. Marianne Vorthoren, directeur van Spior, herkent die zorg onder haar achterban. “Tegenover deze provocatieve vertoning hebben we desondanks de kalmte en waardigheid bewaard. Maar we vertrouwen op de rechtsstaat en bewandelen die weg om dit aan de kaak te stellen", aldus Vorthoren. "Moslims moeten de ruimte krijgen om zichzelf te zijn, zodat ze volwaardig kunnen meedraaien in de samenleving, net als andere burgers.”

Radar en de andere organisaties hebben bewust gewacht met de aangifte. Zij wilden daarmee niet in verkiezingstijd komen, om de aandacht niet af te leiden van het inhoudelijke politieke debat. Plus: men wilde de aangifte goed voorbereid doen en de tijd is zodoende gebruikt voor juridisch advies. Radard en de koepelorganisaties hebben zich mede laten adviseren door advocatenkantoor Prakken d'Oliveira en hoogleraar mensenrechten prof. dr. Tom Zwart, die als getuige-deskundige in de eerdere rechtszaak tegen Wilders stelde dat de wet geen grondslag bood voor vervolging van Wilders.

De aangifte gaat over: het beledigen van moslims door hun religie, de islam, categorisch gelijk te stellen aan discriminatie, geweld, terreur, etc. (art. 137 c Wetboek van Strafrecht) en het aanzetten tot haat tegen en discriminatie van moslims door de islam categorisch gelijk te stellen aan discriminatie, geweld, terreur, etc. (artikel 137d Wetboek van Strafrecht).
 
Radar en de vier koepelorganisaties stellen dat het mogen hebben van scherpe kritiek op een religie, ook de islam, een groot goed is. Dat wordt met de aangifte niet ter discussie  gesteld, zo stellen zij. "In de betreffende campagnespot is echter geen sprake van zakelijke kritiek op een religie of van een betekenisvolle bijdrage aan een maatschappelijk debat. Het betreft een niet onderbouwde, extreem negatieve karakterisering van de islam." Moslims worden volgens de organisaties door de PVV afgeschilderd als een bevolkingsgroep die zich identificeert met discriminatie, geweld en terreur. "Daarmee zet de PVV aan tot discriminatie van en haat tegen alle moslims in Nederland."

Met uitspraken over het verbieden van de Koran, een verbod op hoofddoeken en het sluiten van islamitische scholen en moskeeën heeft de PVV al eerder laten zien dat de partij zich niet beperkt tot kritiek op een religie, maar maatregelen nastreeft die een specifieke groep gelovigen in de uitoefening van de godsdienstvrijheid beperkt. Vorthoren: “In deze zaak gaat het om moslims, maar we moeten ons goed realiseren dat als de vrijheid voor één groep wordt aangetast, de vrijheid voor iedereen op het spel staat.”

Radar is het bureau voor gelijke behandeling en tegen discriminatie, werkzaam in de regio's Rotterdam-Rijnmond, Zuid-Holland-Zuid, Midden- en West-Brabant, Brabant-Noorden Brabant-Zuidoost. Het zegt te streven naar een samenleving zonder uitsluiting die iedereen gelijke kansen biedt.

Gerelateerd
Reacties
Bedrijven Alle bedrijven »


Vacatures Alle vacatures »
Altijd Up-to-date