De winkeldeur in het slot

24-04-2016 Nieuws Han van der Horst


COLUMN - Vrijdagmiddag had ik een afspraak die tegen vijf uur eindigde. Ik wandelde de straat op in de richting van de binnenstad, want ik wilde nog een paar kleine dingetjes kopen. Het was de tijd dat de meeste mensen van hun werk komen. Toen ik de Nieuwe Passage en de Hoogstraat bereikte, kon ik zien hoe het personeel de uitstallingen naar binnen sleepte. Overal vielen de winkeldeuren in het slot. Men zag er zorgvuldig op toe dat geen klant meer binnenkwam. Alleen de grote supermarkten en de uitheemse winkels bleven open. Die wel.

Een belangrijke reden waarom de middenstand het onderspit delft is gelegen in het feit dat winkels open zijn als de mensen geen tijd hebben om boodschappen te doen. Daarom loopt het op zaterdag ook zo storm in de supermarkten. Daarom is de diepvrieskist zo'n zegen. De meeste winkeliers denken wat openingstijden betreft dat zij nog in de jaren vijftig leven. En datzelfde geldt voor de ambtenaren en politici die ze vaststellen.

Als kleuter zag ik elke ochtend mijn vader op zijn gammele fiets naar drukkerij Steens vertrekken met de door mijn moeder gesmeerde boterhammen in een lunchtrommeltje op de bagagedrager. Mijn moeder ging dan nog een uurtje liggen om tegen half tien aan het huishouden te beginnen. Ik moest aan haar hand mee naar de bakker, de melkboer en de kruidenier waar zij aankopen deed in de orde van een halfje wit (nooit bruin, deed aan de oorlog denken) een ons belegen kaas en een fles melk. Geen mens had een ijskast in die dagen. Bederfelijke waar kocht je in kleine hoeveelheden.

Soms ging zij in de middag, meestal samen met oma, naar de stad, waaronder zij verstond het stuk Hoogstraat tussen de Appelmarkt en de Koemarkt, alsmede de Broersvest. In mijn herinnering waren het eindeloze tochten langs vele etalages, want de winkels waren talrijk én klein. Op de Hoogstraat alleen al waren vier speelgoedwinkeltjes. Toch moeten het kleine tripjes geweest zijn, want mijn moeder moest voor vijven naar huis om de aardappels te schillen, het eten op te zetten en de tafel te dekken. De Schiedamse echtgenoot accepteerde het niet als hij na een dag hard werken thuis een óngedekte tafel aantrof. Zelf ging mijn vader nooit naar winkels, behalve naar Waar dat Wiel Draait om kopspijkers en ander mannelijke toebehoren te kopen. Of nee, hij moest er wel elke zaterdagmiddag aan geloven; net als alle andere Schiedamse echtgenoten. Zij verwisselden hun werkkleding voor een behoorlijk pak en stevenden aan de arm van hun vrouw op de Hoogstraat af om daar langzaam in de menigte vooruit te schuifelen.

De openingstijden klopten wel met de maatschappelijke realiteit: vader werkte, moeder deed de boodschappen en zorgde dat alles tip-top in orde was als hij weer thuiskwam.

Nu moeten werken beide partners, enerzijds omdat vrouwen zich niet meer naar het aanrecht laten verbannen, anderzijds omdat het gewoon nodig is. Anders kun je heden ten dage je huur of je hypotheek niet betalen. Vind je het gek dat zulke mensen op het internet gaan kopen als ze maar vaak genoeg voor een dichte winkeldeur hebben gestaan.

Een belangrijke stap voorwaarts zou het zijn als de winkels in de binnenstad allemaal tot een uur of zeven openbleven. En dat volhielden. Dus niet na een maand of twee vaststellen, dat er toch niemand komt. Als je dingen wilt verkopen, moet je er zijn als je klant je nodig heeft. Niet dat het daar weer druk van wordt op de Hoogstraat, natuurlijk niet. Het is een stukje in de enorme puzzel die de vrienden van Schiedam Centrum moeten leggen. Toch verdient deze zaak serieus de aandacht.


Gerelateerd