Schiedam verliest onvermoeibaar strijdster tegen feitenresistentie

03-12-2020 In memoriam Han van der Horst


IN MEMORIAM - Het zag er naar uit dat ze aan de beterende hand was, maar in de nacht van 2 op 3 december is de Schiedamse filosofe drs. Sietske Altink (1954) toch overleden. Ze werd 66 jaar. Corona was de doodsoorzaak niet. Dat moet je er tegenwoordig bij zetten.

Haar hele werkzame leven zette Sietske Altink zich in voor de emancipatie van de prostituees. Zij streed voor de erkenning van sekswerk als een eerzaam en legitiem vak. Uiteraard ondervond zij daarbij veel tegenkanting. Die kwam van twee kanten: uit streng christelijke hoek, waar men hoererij tot de grote zonden rekent en uit kringen van feministen die het verkopen van seksuele diensten als onderdrukking beschouwen.

Sietske Altink dacht daar anders over. Zij meende dat de overheid prostituées moest beschermen tegen uitbuiting, onderdrukking en seksueel geweld. Het strafbaar stellen van seksuele dienstverlening maakte volgens haar prostituees alleen maar afhankelijker van criminele organisaties. Als men zoals in Zweden of Frankrijk hoerenbezoek verbiedt, sorteert men hetzelfde ongewenste effect.

Altink was dan ook verheugd toen in Nederland op 1 oktober 2000 het bordeelverbod werd opgeheven. Het resultaat viel echter tegen. Ondanks deze legalisering zijn banken niet bereid om zaken te doen met seksbedrijven. Gemeentebesturen grijpen de gelegenheid aan prostituees en seksbedrijven met behulp van strenge verordeningen en bestemmingsplannen het werk zo lastig mogelijk te maken. Zij stellen bijvoorbeeld absurd hoge veiligheidseisen aan ruimtes waarin commerciële seks mag worden bedreven. Het viel Sietske Altink op dat daarbij zelden aan de bescherming van de sekswerkers werd gedacht maar vrijwel steeds aan die van de klanten. Ze nam dan ook met gemengde gevoelens kennis van de triomfantelijke berichten die de gemeente Schiedam pleegt uit te brengen als boa’s weer eens sekswerkers hadden aangetroffen in een buurt waar volgens het bestemmingsplan hun broodwinning niet was toegestaan. Steevast wordt in zulke berichten een verband gesuggereerd met vrouwenhandel. Volgens Altink was dat een gelegenheidsargument. In de praktijk werd er volgens haar door de overheid weinig effectief tegen vrouwenhandel opgetreden. De geringe aangiftebereidheid had daar volgens haar mee te maken.

Tot deze inzichten kwam Altink door wetenschappelijk onderzoek dat zij alleen of in samenwerking met anderen verrichtte. Haar laatste researchproject betrof de effecten van het Nederlandse prostitutiebeleid. Ze voerde dat met anderen uit in opdracht van de Universiteit Leiden.

Sietske Altink heeft dan ook de nodige publicaties en rapporten op haar naam gebracht . Voor het grote publiek schreef zij het boek Huizen van Illusies, Prostitutie en bordelen van de middeleeuwen tot heden. Het is in de tweedehands boekhandel voor een paar euro makkelijk te vinden.

Altink heeft veel gereisd. Ze werd vaak uitgenodigd als spreekster op congressen over prostitutieproblematiek. Tot in Calcutta aan toe. Ze speelde een actieve rol in een wereldwijd netwerk van deskundigen, wetensdchappers en activisten op dit vakgebied.

Tegelijkertijd was ze een tijd lang actief voor de Stichting tegen Vrouwenhandel en later als beleidsmedewerker bij De Rode Draad, een belangenorganisatie van sekswerkers. De laatste jaren was zij erg druk met de website www.sekswerkerfgoed.nl. Ze bracht daarin zoveel mogelijk documentatie over heden en verleden van de commerciële seks bijeen in de breedste zin des woords. Het is te hopen dat iemand haar werk wil voortzetten.

Velen die Sietske Altink gekend hebben, verbazen zich over haar fenomenale werkkracht. Zij was een echt kind van de jaren zestig – iemand die thuishoorde in het alternatieve Schiedamse café de Quibus – nu de Graauwe Hengst. Ze heeft haar Bourgondische levensstijl tot haar ziekenhuisopname voortgezet. Alleen de sigaret – ze rookte shag als een ketter – heeft zij een jaar of wat geleden weten af te zweren. De witte wijn-ijs bleef zij daarentegen trouw. En dan toch zoveel werk uit je handen laten komen.

Altink was een vrouw die deugde tot op het bot. Ze heeft in haar leven niemand belazerd. Ze was altijd recht door zee en wars van intriges of politieke spelletjes. Mensen in nood zou ze nooit in de steek laten, tenzij die haar zelf een kunstje geflikt hadden want daar hield ze niet van. Dan kon ze meedogenloos de deur in je gezicht dichtgooien. Maar anders nooit.

Ze had een bijzonder fijn gevoel voor valse argumenten en hypocrisie. Dat blijkt misschien nog het best uit het woord dat zij aan de Nederlandse taal heeft toegevoegd: feitenresistentie. Daar hadden volgens haar politici als CU-leider Gert-Jan Segers last zijn. Wie zoals hij af blijft gaan op de eigen vooroordelen – ook als de feiten zonneklaar zijn – lijdt aan deze kwaal. Altink was er vast van overtuigd dat feitenresistentie bij bestuurders, volksvertegenwoordigers, predikanten en opiniemakers de sekswerkers in hun onderdrukte positie houdt.

Daarom zweeg zij niet.

Met Sietske Altink is een zeer bijzondere Schiedamse heengegaan. Wie haar nagedachtenis wil eren, hoort bij zichzelf altijd bedacht te zijn op feitenresistentie. Je valt er eerder aan ten offer dan je denkt.

Gerelateerd