Zo lopen de gootjes

16-08-2020 Gezond Han van der Horst

De 'oude' St. Jan de Doper; Foto: Reliwiki


COLUMN - Dit weekend is in de Sint Jan de Doper-Visitatie op de Mgr. Nolenslaan dankbaar stilgestaan bij de alles wat er in de afgelopen tijden gevierd is, en waarover bedroefd is, het leven van een gemeenschap. Binnenkort wordt voor het laatst een heilig Misoffer opgedragen. Daarna wordt het kerkgebouw aan de eredienst onttrokken. ¨Ontwijd¨, heette dat vroeger. Op die manier verliest het zijn godsdienstig karakter. Je kunt ermee doen wat je wilt.

Daarmee bereikt de teloorgang van het katholicisme in Schiedam een nieuwe mijlpaal. Een halve eeuw geleden telde de gemeente, Kethel incluis, zes parochies en zeker twintig priesters. Nu is er nog maar één superparochie over die zich uitstrekt tot aan de westgrens van Maassluis.

De Sint Jan de Doper is niet eens de eerste kerk op die plaats. Ze is ongeveer twintig jaar oud en moest een veel te groot geworden exemplaar vervangen, dat nog met de zilveren guldens van mijn vader en moeder is gebouwd. Aan die vorige kerk herinnert nog de stalen toren, een kunstwerk van Cor Kraat, die naast heel veel ander werk ook de beroemde nieuwe Delftse Poort van Rotterdam op zijn naam heeft staan. De oorspronkelijke kerk was rond 2000 vanwege het slinkend aantal gelovigen letterlijk niet meer overeind te houden. Ze viel onder de slopershamer.

Toen ik kind was in de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig, was de ‘bouwpastoor’ een bekend fenomeen. Dat was een geestelijke die van de bisschop de opdracht had gekregen een nieuwe kerk uit de grond te stampen en in de meeste gevallen ook een nieuwe parochie. Dat was hard nodig, want de kerken in Nederland puilden uit. Het was bovendien de bedoeling dat de gelovigen direct in hun omgeving een plek vonden voor de eredienst. De nieuwbouwwijk Nieuwland werd groot genoeg bevonden voor twee katholieke kerken. Aan de Mgr. Schaepmansingel had pastoor J.J. Oudshoorn de O.L. Vrouw Visitatie uit de grond laten stampen. Op de fundamenten daarvan staat nu de moskee.

In het oosten van de wijk wilde de dominicaner pater A.C. van den Brekel hetzelfde kunstje flikken. Voorlopig behielpen de katholieken zich met een houten noodkerk ergens ter hoogte van het huidige metrostation Parkweg. Het was vooral een kwestie van geld. Van den Brekel moest zoveel dubbeltjes, kwartjes en guldens bij elkaar bedelen, dat katholieke banken als de Centrale Volksbank en de Boerenleenbank, bereid waren de rest te financieren en dan ook nog tegen een vriendenrente. Dit deden de gelovige directies dan zonder morren, zij het nimmer zonder zekerheid.

Pastoor Van den Brekel bezat in hoge mate de gave des woords, een talent dat – spijt het mij te zeggen – ook in die tijd bij katholieke priesters dun gezaaid was. Ik heb in mijn tijd wat wezenloos geouwehoer uitgezeten! De katholieke mis bestaat voornamelijk uit gebed en ritueel. De preek is er maar een beperkt onderdeel van en moet vooral niet langer dan tien minuten duren. Anders komt een belangrijk verwachtingspatroon van de gelovigen in gevaar: na drie kwartier wil je toch wel weer op straat staan.

In de noodkerk vonden elke zondag zeker drie heilige missen plaats en in alle gevallen was de kerk dan afgeladen. Eens per maand preekte pastoor Van den Brekel zelve. De gelovigen gingen er dan eens goed voor zitten, want het was theater eerste klas. Daarna hield de pastoor persoonlijk de collecte. Niemand durfde dan minder dan een zilveren gulden op de schaal te leggen. Kinderen kregen van hun ouders geen cent zoals gebruikelijk, maar een dubbeltje. Pastoor Van den Brekel wenste geen kopergeld te zien. Tussen het zilver op de schaal lagen papieren tientjes. Ze waren – wist mijn vader – geschonken door farizeeërs die vooral wilden laten zien hoe goed ze in de slappe was zaten.

Na een paar jaar sprongen de banken bij. Aan de Mgr. Nolenslaan verrees onder architectuur van A. Lelieveld een fors bemeten kerkgebouw en daarnaast een toren met één grote klok erin. Het was een modern gebouw in de stijl van de omliggende flats. De katholieke bouwmeesters lieten zich niet langer door middeleeuwse of oud-christelijke kerken inspireren. Ze kozen nadrukkelijk voor de nieuwe tijd. De Sint Jan was doosvormig. Binnen zaten de gelovigen in een halve cirkel om het altaar heen zodat zij de rituelen goed konden volgen. In elke katholieke kerk vond je in die tijd een reeks schilderijen, voorstellende de staties. Dan zijn de onderdelen van Jezus´ lijden, culminerend in de kruisdood. Ik meen mij te herinneren dat die in de kerk aan de Nolenslaan symbolisch werden weergegeven door een rijtje kruisen aan de muur maar daar wil ik afwezen. Naast de kerk stond een grote pastorie.

Van den Brekel had namelijk niet de opdracht gekregen een eigen parochie te stichten. Die parochie was er al. Zijn opdracht was het laten bouwen van een nieuw hoofdkwartier ter vervanging van de Havenkerk in het centrum. Die kreeg nu de status van bijkerk. De paters verlieten de monumentale pastorie op de Hoogstraat om hun intrek te nemen in het van alle moderne gemakken voorziene onderkomen aan de Nolenslaan. De parochie verkocht het oude gebouw aan de gebroeders Coster, die in Rotterdam en omstreken succesvolle modemagazijnen exploiteerden ‘voor vader en zoon’. Ze stripten de oude pastorie zodat er alleen maar een karkas overbleef. Er kwam een nieuwe voorgevel in met grote etalages. Het Schiedamse filiaal kreeg twee verdiepingen. De gebroeders Coster gaven alle bouwvakkers een gratis zonvakantie in Eilat, Israël, omdat ze de verbouwing zo tijdig voltooid hadden. Dat was iets heel bijzonders in die dagen.

Iedereen vond de verramponeerde pastorie een hele verbetering vergeleken met de oude situatie. Tegenwoordig kennen Schiedammers het gebouw als de Schoenenreus. Joke Bakker zit erin met haar galerie, die u echt niet zomaar voorbij mag lopen. Stap eens naar binnen. Het is gratis.

‘Zo lopen de gootjes’, zou mijn moeder zaliger zeggen.



Gerelateerd