Schiedams gebeier: storm in een glas water

26-07-2016 Gezond Redactie

SCHIEDAM - Een storm in een glas water. Zo typeert Bram van den Hengel, voorzitter van het bestuur van de Stichting Sint-Janskerk, de drukte die gisteren en vandaag ontstond rond het rumoer dat de klokken van de Grote of Sint-Janskerk maken.

Vanmorgen liepen verschillende journalisten in de omgeving van de kerk rond op zoek naar mensen met een mening over het luiden van de klokken en het spelen van het carillon.

Gisteren berichtte RTV Rijnmond over het grote verdriet van koster Gerard van den Bosch van het godshuis, omdat na honderden jaren de kerk niet meer luidde zoals te doen gebruikelijk. Maar beide blijken niet geïnformeerd.

Hoe het wel zit? Van den Hengel legt uit: "Toen dat noodweer Schiedam teisterde en de A20 onder water stond, is de bliksem in de toren geslagen." Een printplaat van het automatische speelapparaat dat zorgt voor het slaan van het uurwerk en de klokken en ook het luiden van de klokken, was kapot. "Dat is snel gerepareerd, maar toen bleek de klok van slag en niet op alle momenten te luiden. Als het goed is, is dat ook hersteld." Het fijne van de huidige stand van zaken weet Van den Hengel niet, omdat hij bivakkeert op vakantie in Ouddorp. Alhoewel er vandaag, druk aan de telefoon, van vakantievieren niet zo veel terechtkomt.

Het lijkt er vandaag op dat de klokken en het uurwerk zonder mankementen functioneren. Dat betekent slaan op het hele uur, samen met een kort klokkenspel, dat ook op de kwartieren en halve uren van zich laat horen. In de toren, met de haan op 54 meter hoogte, hangen drie luidklokken en een carillon van 38 klokken.

Maar, zo stelt Van den Hengel, de protestante gemeente noch de beheerstichting gaan over de toren en het uurwerk. "Sinds de scheiding van kerk en staat is de toren eigendom van de gemeente." De toren was belangrijk, als sociaal middelpunt van de stad en ook uit militair oogpunt. Die status is sindsdien veranderd, maar de eigendomssituatie niet. De gemeente gaat over het slaan van het uurwerk, betaalt bijvoorbeeld de beiaardier en gaf ook opdracht voor de reparaties na de blikseminslag. "Het enige dat wij als kerk doen is het gebruik van een kleine klok van het carillon als op zondag het Onze Vader wordt gebeden tijdens de dienst." En het luiden bij een uitvaart. En om helemaal compleet te zijn: "Bij de diplomauitreiking van het Stedelijk Gymnasium dat dit jaar voor het eerst in de kerk plaatsvond, leek het onze koster leuk om te luiden op het moment dat de jongeren gezamenlijk hun entree maakten."

Van den Hengel weet van de klachten die een buurtbewoner onlangs deponeerde bij de gemeente Schiedam. "We hebben met de gemeente afgesproken dat we binnenkort overleggen hoe we daarop gaan reageren."

Maar een gepaste reactie nu lijkt Van den Hengel het gedicht dat Ida Gerhardt in 1941 schreef, met de titel 'Het carillon':

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, -
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius: - een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luistr’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

Gerelateerd