Kinderen op de wereld zetten in Coronatijd

18-04-2021 Gezond Ted Konings

Arie-Hans Houdijk, Kirsten Dingemans, Vivian Jansen, Julia Kok en Betty Franke; de vijf verloskundigen van Aleida; foto: Aleida


SCHIEDAM – Corona heeft afgelopen jaar het leven wereldwijd op zijn kop gezet, met consequenties op velerlei vlak, qua gezondheid en waar het gaat om werk en beroepsuitoefening. Een van de beroepen waarin beide kanten samenkomen is dat van de verloskundige. Betty Franke vertelt hoe voor haar en haar collega’s van verloskundepraktijk Aleida het werk is veranderd.

Een van de eerste en blijvende gevolgen van Corona voor de geboortezorg is de noodzaak – zoals ieder dat moet – extra hygiëneregels in acht te nemen, om besmetting te voorkomen, vertelt Franke. “Zeker omdat er sprake is van persoonlijk en langer durend fysieke contact.”

In het begin van de crisis, kort na de uitbraak, was er nog geen mondkapjesplicht, waren er ook onvoldoende kapjes. “Dat duurde twee, drie maanden. Toen de kapjes er wel waren en werden voorgeschreven, was dat geen plezierige zaak. Ik vond het vervelend.”

Natuurlijk vroegen de verloskundigen aan de vrouwen en mannen die ze zagen naar hun gezondheid. “Als mensen positief waren getest, of er een vermoeden van besmetting was, dan gingen we in vol ornaat. In een pak, met een spatbril, sloffen, handschoenen.” Betty Franke zelf heeft dat niet hoeven doen, maar collega’s van Aleida wel. “Dat was raar, maar meer voor ons dan voor de ouders. Zij snapten dat wel.” Prettig werd het door niemand ervaren – ‘je ging er een beetje in zweten’- maar ook hier hielp gewenning op den duur.

Bedenk dat geboortezorg veel meer is dan de feitelijke bevalling. Al lang van tevoren zoekt de verloskundige contact. Er zijn momenten van kennismaking, controle op de gezondheid van het kindje in de buik, ondersteuning tijdens de zwangerschap en voorbereiding op de bevalling. Dat betekent over het algemeen de nodige ontmoetingen en gesprekken, meestal op de praktijk aan de Broersvest/Emmastraat. “Als je de hele middag spreekuur hebt gehad, van een tot vijf, dan ging bijvoorbeeld het mondkapje wel irriteren. Je wisselt natuurlijk tussendoor. Ook mis je veel van de uitdrukking van een gezicht bijvoorbeeld.”

Maar de noodzaak was er, de verantwoordelijkheid die Franke en collega’s ervoeren, was groot. “Je wilt per se besmettingen voorkomen. Zowel omdat je geen cliënten wil besmetten, en je wilt ook zelf niet ziek worden of collega’s besmetten, want onze praktijk moet blijven doordraaien.”

Er zijn Coronabesmettingen opgetreden onder de zwangere vrouwen, aldus Franke. “Die besmettingen kwamen niet via ons, maar via thuis. Maar geen van hen is ernstig ziek geworden. Er is gesnufd en gesnotterd, maar deze vrouwen baarden gezonde kinderen. De besmettingen waren ook zelden rondom de bevalling.” Over de gevolgen van Corona van zwangere vrouwen voor het kind is nog weinig bekend, aldus Franke. “Er loopt een onderzoek naar zwangerschap en Corona. Maar voor zover we nu weten is het virus niet besmettelijk op het kind.”

Er zijn volgens Franke wel gevallen bekend van complicaties van Corona tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld vrouwen die het zeer benauwd hadden. “In Erasmus hebben vrouwen gelegen die beademd werden tijdens hun zwangerschap.”

Contact met Coronabesmette mensen is eigenlijk niet te voorkomen door de verloskundigen. Jaarlijks begeleidt Aleida volgens Franke zo’n 550 tot zeshonderd zwangere vrouwen. In heel Schiedam heeft nu een kleine tien procent van de mensen een positieve Coronatest afgelegd. “Dan zijn vijftig à zestig besmettingen onder de moeders dus wel te verwachten”, aldus Franke. “Het zullen er iets minder zijn geweest, denk ik.”

Betty Franke ervoer veel ondersteuning vanuit de beroepsorganisatie voor verloskundigen en andere instellingen. “Er was veel voorlichting: hoe werk je tijdens Corona? Van de beroepsorganisatie kwamen steeds adviezen, protocollen over hoe te werken en wat te doen. Dat loopt eigenlijk nog steeds zo door.” Alleen al het bijhouden van de consequenties van de maatregelen die door de rijksoverheid werden genomen om het virus te beteugelen, was serieus werk. “Dat werd goed gedaan voor ons, als er iets veranderde kregen we dat overzichtelijk te weten.” Zoals in december, toen er even onduidelijkheid was over het al dan niet openhouden van de praktijk. “Alles moest dicht, we zijn een contactberoep, was even de gedachte. Maar we leveren acute zorg.” De praktijk kon dus openblijven.

Daarbij is het wel regel om zo min mogelijk contacten te hebben. Er mogen bijvoorbeeld geen partners meer mee naar het spreekuur. Dat is volgens Franke nog wel zo’n beetje de maatregel die het meeste schrijnt. Ook kinderen worden geweerd. “Er zijn al maanden geen kinderen meer op de praktijk geweest”, aldus Franke.

Maar al doende nuanceert het beleid ook. “Nu zijn partners wel welkom bij de echo.” Die afspraken worden dan echter ‘klein’ gehouden. “Een korte controle, een paar vragen.” Uitgebreider praten over de bevalling en hoe het gaat komt dan een volgende keer. Overigens waren de vaders tijdens de eerste lockdown ook bij echo’s niet welkom. “We vonden dat dat niet kon. Maar het is wel een hele belangrijke afspraak...” Dat beleid is dus bijgesteld, ook omdat het voor de verloskundigen belangrijk is kennis te maken met de partners van de zwangeren.

Zo wordt alles gewikt en gewogen. “Je krijgt zodoende in Coronatijd minder zicht op hoe een stel reilt en zeilt. Kwetsbare zwangere vrouwen heb je minder in het oog. Je ziet de interactie in het gezin minder.” Dat spijt Franke, want zij ziet dit aspect van haar werk als een belangrijk onderdeel. En let wel: van alle zorgverleners zijn de verloskundigen diegeen die het meeste huisbezoeken afleggen.

Een andere maatregel die erin hakt is het beleid dat er bij de bevalling zelf maar één persoon naast de vrouw aanwezig mag zijn. “Normaliter zijn dat er twee.” Bij een thuisbevalling pakt dat weer anders uit. “Daar ben je als verloskundige toch weer veel meer de gast.” En pas je je dus aan.

Vorig jaar werden veel van de afspraken bij Aleida via videobellen gedaan. Of met een ‘gewoon’ telefoontje. “Maar dat bevalt niet. Nu is het enige dat we telefonisch doen de intake.” Eventuele andere afspraken van enige lengte die vooral tot doel hebben informatie uit te wisselen, gaan nog door de koperdraad of glasvezel. “Maar de rest gaat fysiek.” Met mate. “In de kraamtijd gingen we voorheen drie keer in week langs om te kijken hoe het ging. Nu is dat in ieder geval één keer, afhankelijk van de situatie kijken we of we vaker gaan.” Een kraamverzorgster in het gezin is belangrijk, omdat zij in staat is om problemen die er daar zijn, te signaleren.

Die fysieke afspraken zijn meestal toch op de praktijk. “Als het nodig is dan gaan we bij de mensen thuis. Maar je wilt ook voorkomen dat je te veel mensen op een dag ziet. Als je zeven, acht visites moet doen op een dag en je komt in zeven, acht huizen, dan loop je risico’s.”

Natuurlijk is het ook een kwestie van je gezond verstand gebruiken. Zo zijn er nogal wat vrouwen die geen Nederlands spreken, zodat er vertaald moet worden. “In zo’n geval is het beter om een afspraak te maken in plaats van te bellen met vertaling.”

Een prettig gevolg van de Coronacrisis is volgens Franke wel geweest dat ‘we heel erg met de collega’s de samenwerking hebben gezocht’. “Meteen vorig jaar al.” Tussen de verschillende verloskundepraktijken in de Waterwegregio is er concurrentie. “Maar we hebben heel nauw overlegd. ‘Wat we doen, doen we allemaal, we houden ons aan de regels’, zo was de afspraak.” De praktijken wilden voorkomen dat zwangere vrouwen gingen shoppen tussen de verschillende praktijken, bijvoorbeeld omdat er bij de een wel een partner mee kon komen, waar dat bij de ander niet kon. Of omdat er bij de ene praktijk meer mogelijkheden zouden zijn op echo’s, ook echo’s die wel leuk maar niet per se nodig zijn. “We spraken af die niet meer maken.”

De samenwerking was al gelijk goed, vertelt Franke. Bijvoorbeeld waar het ging om het verzamelen van persoonlijke beschermingsmiddelen, die in het begin slecht geregeld waren. “We zijn alle bouwmarkten langsgeweest. In een weekend is ieder bij hem of haar in Schiedam, Vlaardingen en Maassluis naar een bouwmarkt gegaan om daar mee te nemen wat ze hadden.”

Sowieso is het aanhalen van de banden echt een vrucht van deze tijd geweest, vindt Franke. “Ook de samenwerking in de groep is versterkt, net als die met de ziekenhuizen. In no time is er clubje opgericht waarin de kraamzorg met de ziekenhuizen afspraken maakte over hoe zaken aan te pakken. Als ik bijvoorbeeld een patiënt instuur naar het ziekenhuis die Corona heeft, en daar zeggen ze: ‘die kan hier niet naar binnen’, dat kan natuurlijk niet. Dat soort zaken zijn goed afgestemd.”

Al met al is de crisis binnen de perken gebleven. “Het is goed gegaan, we hebben hier geen Brabantse toestanden gehad.” Ook daarover werden trouwens afspraken gemaakt: wat te doen als de zorg wel zo zeer onder druk komt dat de bevallingen in het gedrang komen. “Want voor bevallingen heb je tot op zekere hoogte ook IC-capaciteit in het ziekenhuis en ambulancecapaciteit nodig. Het draaiboek mocht het zo ver zijn gekomen ligt er, we hebben het gelukkig niet nodig gehad.”

Corona hield mensen intensief bezig, soms ook met een glimlach op het gezicht. Want komt er nou wel of niet een geboortegolf als gevolg van de Corona-uitbraak? “Het AD hangt met regelmaat aan de telefoon: hoe het met geboortegolf zit?” Maar Franke ervaart niets van een hausse die zich zou hebben voorgedaan, pakweg in december, of sindsdien. “Het is ook niet logisch om in tijden van crisis een kind te gaan maken.” Het aantal geboortes in Schiedam en elders gaat in golven en is nauwelijks voorspelbaar. “Er is zo veel dat dat beïnvloedt.”

Betty Franke is een van de oprichtsters van Aleida en heeft altijd een leidende rol in de praktijk gehad, maar het werk is afgelopen jaar ook op dat vlak veranderd. “Er zijn een hoop extra beleidsmatige zaken bij gekomen. Ik rol daar dan namens de club meestal in. Met veel online vergaderen. Mijn onlineskills zijn duidelijk verbeterd. Teamsvergaderingen plannen, met collega’s en in de keten, met gynaecologen bijvoorbeeld.” Een prettige meer-dan-bijkomstigheid, dat het overleg over het algemeen zo gladjes verloopt.

Een ander gevolg van de pandemie was volgens Franke, zeker in het begin, dat meer vrouwen kozen voor een thuisbevalling, ‘wat ik heel erg leuk vind om te doen’. “Thuis was het veilig en vertrouwd.” Nu de pandemie al bijna gewoon is geworden zet die tendens wat minder sterk door.

Die hang naar veiligheid kwam ook door de vele verhalen die rondgingen, aldus Franke. Over ernstige besmettingen waaraan je in het ziekenhuis zou worden blootgesteld. “Een keer vond een stel het heel spannend, zwanger zijn en bevallen met Corona dat rondgaat. We waren heel voorzichtig al die tijd, hadden soms een half uurtje contact, maar je ontkomt er niet aan om dichtbij te komen. Dat is ook een kwestie van vertrouwen.”

Daarbij helpen heldere afspraken en een consistente handelwijze van de verloskundigen. “De ouders hebben je nabijheid hard nodig. Daarom spreekt je af dat je gezond bent als je elkaar treft, dat je geen klachten hebt. Ik als verloskundige, maar ook de moeder. Ik vraag: heb je klachten, ben je verkouden, heb je hoofdpijn? Dat geldt omgekeerd ook.”

“We hebben een zorgplicht.” Dat het levert wel eens ‘goeie gesprekken’ op. “Bijvoorbeeld met virusontkenners. Iemand wil echt niet een mondkapje op. Die discussie begint vaak al bij de balie. Maar we kunnen geen zorg weigeren.” De kunst om te balanceren en handige liefde voor de mensen zijn onmisbaar in deze. Plus natuurlijk een perspex scherm bij de balie en bij het echo-apparaat bijvoorbeeld. “De echoscopist zit lang dicht op de vrouw. Een echo kan twintig minuten tot drie kwartier duren.

De verloskundigen zijn zelf nog niet gevaccineerd. “De acute zorg wel.” Franke kan dat wel begrijpen. Tegelijkertijd: “Het was wel leuk geweest als wij voor de administrateur van Frankeland aan de beurt waren geweest.”

Zonder vaccinatie is het nog meer een kwestie van jezelf in acht nemen. “Ik mijd contact met mensen. Een cursus die gepland stond heb ik bewust niet gedaan, je gaat niet een hele dag met vijftien in een ruimte zitten.” Maar aan de andere kant: morgen heb ik weer spreekuur, dan zie ik weer twintig mensen. Wel allemaal met een kapje en niet zonder steeds de spreekkamer te soppen. Ik heb langzamerhand de vellen aan mijn handen hangen van de handalcohol...”

Zo probeer je je verantwoordelijkheid te nemen, aldus Franke. “Het is iets minder gezellig, het broertje en zusje die niet mee mogen om naar het hartje te luisteren...” Maar het moet.



Gerelateerd