Hoe een 'geintje' uit de hand kan lopen

06-08-2017 112 Redactie

Hoe een 'geintje' uit de hand kan lopen

VLAARDINGEN/SCHIEDAM - Het werk van een politieagent kent pieken en dalen. Hoe zo'n dal eruit ziet, valt te lezen in het verslag van één van de hoofdagenten van Vlaardingen, eenheid Rotterdam. Te indrukwekkend om niet te plaatsen. En met een boodschap. Neem even de tijd om het te lezen.

Het is een gewone doordeweekse nacht ergens aan het eind van de lente. Buiten is het fris, maar niet heel erg koud. Samen met een andere ervaren collega zit ik op de noodhulpwagen van Vlaardingen. Direct na de briefing lopen we naar ons dienstvoertuig. Nadat we gecontroleerd hebben of de wagen compleet is, stappen we in en rijden we rustig de poort uit. Nog voor we aan het einde van de straat zijn, horen we de eerste melding van deze nacht vallen. "11.03 kunt u gaan voor een aanrijding, zonder letsel, naar de A-straat 43 in Vlaardingen? Daar staan twee bestuurders van personenauto's en deze komen er onderling niet uit."

Voor ons niet de meest spannende melding. Door de jaren heen ben ik persoonlijk al bij tientallen aanrijdingen geweest. Verschillend van simpele blikschades tot aan dodelijke aanrijdingen toe. Zodoende rijden wij rustig naar de A-straat om de schade te bekijken. Nog voordat we ter plaatse komen, worden we wederom opgeroepen door de meldkamer. "11.03, ik heb eerst wat anders voor u. Kunt u gaan naar de B-laan in Schiedam. Daar zouden nu twee personen in de straat lopen waarvan er één een vuurwapen bij zich zou hebben. Verdere info volgt nog."

Wij keren direct het dienstvoertuig en haasten ons naar Schiedam. Uiteraard stoppen wij niet voor de rode verkeerslichten, maar ook gebruiken wij niet onze geluidssignalen. Ondanks dat wij beiden ruim ervaren dienders zijn, merk ik toch dat ik wat gespannen ben. Het blijft in deze gevallen altijd onvoorspelbaar. Wat gaan we aantreffen? Heeft hij een echt vuurwapen bij zich? Wat is hij van plan? Gaat hij proberen op ons te schieten? We horen dat de meldkamer aanvullende informatie geeft.

"Het gaat om twee personen, ze staan continu zenuwachtig om zich heen te kijken en hebben veel interesse in een bepaalde auto. Een van hen draagt een groene jas met een witte streep, de ander draagt een fel oranje jas. Diegene met de oranje jas zou het vuurwapen bij zich dragen."

Inmiddels rijden we op de A20 richting Schiedam. Tijdens het rijden pak ik mijn zware tactische vest en trek deze aan. (Dit tactische vest dragen wij over ons standaard steekwerende vest. Waardoor het eveneens kogelwerend moet zijn.) Mijn collega bestuurt het voertuig en zal later zijn vest nog aan moeten trekken. Ik hoorde over het portokanaal dat er zich inmiddels meerdere eenheden aanmelden om mee te gaan. De noodhulp eenheden van Schiedam zijn helaas niet beschikbaar omdat deze bezig zijn met andere 'hoge prioriteitmeldingen'. Op het moment dat we Schiedam inrijden, zoeken we snel een plaats op waar we kunnen stoppen, zodat mijn collega ook zijn tactische vest aan kan trekken. Op het moment dat we daar staan zien we een tweede eenheid eveneens achter ons stoppen. Ook die bestuurder stopt om zijn tactische vest aan te trekken.

Kort spreken we de tactiek door die we ter plaatse zullen toepassen, indien we de jongens aantreffen. Het wordt een *BTGV, besluiten we met z'n allen. (*BTGV = Benaderings Techniek Gevaarlijke Verdachten) Nadat iedereen zijn tactische vest heeft aangetrokken rijden we snel door naar de B-laan. Wij rijden voorop, de andere eenheid direct achter ons. Op het moment dat we de straat inrijden, zien we aan het eind van de straat twee jongens staan die aan het signalement voldoen. Snel rijden we naar ze toe, tot we een veilige afstand hebben maar wel goed zicht op de jongens. Ik voel dat mijn hart sneller gaat slaan. Mijn handen voelen wat klam aan. We weten beiden zeker, dit zijn de jongens die bedoeld worden in de melding. Ze voldoen voor honderd procent aan het opgegeven signalement.

Mijn collega stopt het voertuig. Beiden trekken we ons vuurwapen en richten deze op de jongens: "Politie! Handen omhoog! Jullie zijn aangehouden! Bij elke verdachte beweging zal worden geschoten!" We zien dat beide jongens elkaar aankijken. Twijfelend doen ze hun armen omhoog. Wij houden onze vuurwapens gericht op de jongens en roepen ze nogmaals aan: "Jullie zijn aangehouden! Handen blijven omhoog! Jullie gaan nu op jullie knieën zitten."

Op dat moment zien we nog een keer dat de jongens elkaar aankijken. We zien dat de jongen met de oranje jas aan, die dus het vuurwapen in zijn bezit zou hebben, zijn rechter hand laat zakken en naar de rits van zijn jas toegaat. We roepen nog een keer: "Handen omhoog! Nu je handen omhoog!" Ik voel mijn hartslag enorm omhoog gaan. Gelijk denk ik dat wanneer hij ook maar één onverwachte beweging maakt, ik zonder aarzeling zal schieten. Ik heb namelijk een hele belangrijke regel voor mezelf gemaakt, zodra ik de dienst begin: ik breng mijn eigen schoenen thuis! Er is namelijk een zeer grote kans dat hij een vuurwapen bij zich heeft dat hij mogelijk tegen mij zal gebruiken. Hij zal er niet voor zorgen dat mijn regel gebroken wordt.

Gelukkig besluit de jongen toch zijn beide handen weer omhoog te doen en verder mee te werken aan zijn aanhouding. Nadat beide jongens geboeid worden afgevoerd naar onze dienstwagens, passen wij bij beiden een fouillering toe. Hierbij wordt geen vuurwapen aangetroffen. Tevens laten we door de meldkamer beide personen volledig nakijken in de landelijke politiesystemen. Daaruit komen ook totaal geen bijzonderheden. Nadat ik de telefoonverbinding met de meldkamer verbreek, we zijn inmiddels een kleine vijf minuten verder, loop ik naar mijn dienstwagen toe. Achterin zit één van de twee verdachten. Hij zit voorover gebukt, met zijn handen op zijn rug geboeid. Zijn gezicht kan ik niet zien, maar aan de schokkende bewegingen van zijn schouders, zie ik dat hij aan het huilen is. Ik trek de schuifdeur open en neem plaats naast de jongen. Hij kijkt mij aan, ik zie dat zijn ogen dik en rood betraand zijn. Over beide wangen zie ik dikke tranen rollen. Met een haperende ademhaling hoor ik hem zeggen: "Meneer, ik heb echt niks gedaan! Ik ben met mijn studie bezig en verder werk ik gewoon als vakkenvuller en werk hard voor mijn geld, ik heb nog nooit iets met de politie te maken gehad."

Ik leg de jongen uit wat voor melding we hebben gehad en waarom we hebben gehandeld zoals we deden. Ik zie de jongen vol begrip knikken. "Ik snap het meneer, maar ik ben echt een nette jongen. Ik werk hard als vakkenvuller en ben alleen maar druk met mijn studie, ik weet echt niet waar dit om gaat."

Mijn gevoel gaat steeds meer spreken dat we mogelijk jongens hebben aangehouden voor iets dat ze daadwerkelijk niet hebben gedaan. Maar ik blijf voorzichtig, ik weet dat ik bij de politie werk en helaas wordt er vrijwel dagelijks recht in mijn gezicht gelogen. (Ik heb niks gedaan, mijn achterlicht is nét stuk gegaan, ik heb maar twee glazen bier op, enz.) Andere eenheden stellen een onderzoek in op de plaats waar de jongens zijn aangehouden. Maar ook daar wordt geen vuurwapen aangetroffen. Bij terugbellen kunnen wij de melder ook niet meer te pakken krijgen om van hem eventueel meer informatie te krijgen. Het lijkt er zeer sterk op dat deze jongens slachtoffer zijn geworden van een misplaatste grap. Na overleg met de hulpofficier van justitie wordt besloten om de jongens direct, dus nog voordat ze zijn ingesloten, weer heen te zenden.

Op dit moment loopt er nog een onderzoek naar de melder. Enkele dagen later hebben wij telefonisch contact opgenomen met beide jongens. Ze verklaarden behoorlijk geschrokken te zijn, maar waren inmiddels wel van de schrik bekomen en konden nu lachen om de situatie. Beide jongens hadden, ondanks de indrukwekkende ervaring, begrip voor ons optreden. Later heb ik nog veel teruggedacht aan deze melding. Het op iemand richten met mijn (doorgeladen) vuurwapen, jeetje! Stel dat ik ook daadwerkelijk had moeten afdrukken! Dan had ik automatisch in de malle molen terecht gekomen. Hierbij valt o.a. te denken aan:
- De officiële melding maken bij je chef van het toepassen van deze geweldsvorm.
- Mijn vuurwapen zal voor sporen inbeslaggenomen worden.
- Ter plaatse zal een plaats-delict gevormd moeten worden.
- De papierwinkel die moet worden ingevuld.
- Het spreken met een advocaat én als verdachte te worden gehoord door de rijksrecherche.

Maar wat waarschijnlijk nog veel, enorm veel zwaarder weegt: ik zou mogelijk écht op een onschuldig iemand hebben geschoten. Hoe zou ik hem geraakt hebben? Zou hij het überhaupt overleefd hebben? Want zelfs al zou ik hem alleen "maar" in zijn benen zou raken, kan ik hem dodelijk verwonden. Gelukkig, en dat meen ik met volle overtuiging, gelukkig hebben de jongens geluisterd naar ons en hebben mijn collega's en ik niet hoeven schieten. Als laatste wil ik nog benadrukken, denk na over wat voor "geintjes" je maakt. Het maken van soortgelijke grappen kan verstrekkende gevolgen hebben voor meerdere mensen.

Gerelateerd
Reacties