Bijzonder afscheid van de traumaheli

31-07-2021 112 Redactie

Foto's: Flashphoto (portretten van Traumacentrum Zuidwest-Nederland)


ROTTERDAM - De luchthavenbrandweer van het Rotterdamse vliegveld heeft gisteren met de zogenaamde 'crashtenders' - een bijzonder type brandweervoertuigen - de traumahelikopter onthaald. Dit om eer te betuigen aan Albert Visser, die afscheid neemt van de Lifeliner 2.

Visser werkte 24 jaar in het Mobiel Medisch Team, dat de traumahelikopter gebruikt voor medische bijstand in noodsituaties. In het voorjaar van 1997 werd hij als verpleegkundige gevraagd deel te gaan uitmaken van dat Mobiel Medisch Team (MMT), dat toen net bij wijze van proef was opgericht. Hij was een van de vijf.

Op de website Traumacentrum Zuidwest-Nederland vertelt Visser hoe hij werd opgeleid op vliegveld Teuge. "Zaten we daar ineens als verpleegkundigen samen in een klasje met Fokker 50-piloten. Zo werden we vlieg-minded gemaakt. Daar kregen we les over meteo, luchtvaartcommunicatie en alle instrumenten.”

Toen hij had bewezen alle informatie te hadden verworven, deed hij stage - hij kon immers niet op zijn eerste inzet direct al verantwoordelijk zijn voor het vliegen van de helikipter. "Ik zou stagelopen in Duitsland. Ik heb er drie nachten en drie dagen gezeten, maar niet één inzet gehad. Uitzonderlijk was dat, want degene na mij had er vijftien. Ter compensatie mocht ik twee dagen meelopen in Amsterdam. Eerste dag? Geen inzet. Tweede dag? Eentje. Ik had welgeteld één inzet gehad voordat ik geacht werd om de helikopter naar zijn bestemming te navigeren”, vertelt hij. 

Destijds was vliegen low tech, vertelt hij. Dat maakte het extra moeilijk. “Het was toen echt nog pionieren met een tweedehands helikopter. De navigatie ging op fietskaarten van de ANWB. We trokken een streep op de kaart van waar we waren naar waar we heen moesten. Die maten we op met een gradenboog en dan vertelden we de piloot dat hij bijvoorbeeld 55 graden moest vliegen, ongeveer 30 kilometer. Tijdens de vlucht volgde je die lijn met je vingers om te kijken of je nog in de goede lijn vloog. En dan moesten we ook nog de exacte locatie bepalen en rekening houden met de bebouwing. Op basis daarvan bepaalden we een landingsplek. Lastig, want je moet altijd rekening houden met de windrichting en obstakels bij in- en uitvliegen. Maar als je dat vaak doet, gaat het steeds makkelijker.”

En de techniek ontwikkelde zij razendsnel: "We vliegen nu met een supermoderne helikopter met alles erop en eraan. Om het ons makkelijker te maken. Zo hebben we nu 24-uurs-dekking vanaf 2011, met nachtkijkers. Pure winst.”

In al die jaren maakte Albert heel wat mee. "Een aantal missies zullen me altijd bijblijven, zoals de crash van Turkish Airlines. Na drie kwartier waren wij ter plaatse en zagen we een groot vliegtuig in de wei liggen. Wij zijn toen naar binnen getild door de brandweer. De passagiers waren allemaal op eigen kracht het vliegtuig uitgeklommen via de vleugel. Alleen in de businessclass en cockpit waren nog mensen. De mensen die nog in leven waren, hebben we eruit gehaald. Degene die levend uit het vliegtuig kwamen, hebben het allemaal overleefd. Zeer uitzonderlijk. Iedereen kon snel bij dichtstbijzijnde ziekenhuizen terecht. Een andere mijlpaal was een keizersnede na een ongeluk op de snelweg. Dat was de eerste keer dat dat prehospitaal werd gedaan in Nederland. Dat zijn inzetten die je nooit vergeet.”

Ook al stopt hij bij het MMT, Visser hoopt dat alle ontwikkelingen voor complexe ingrepen bij het MMT blijven doorgaan, zo zegt hij op de site. “Het MMT is dé plek waar innovaties getest worden, een soort innovatielab. Zo is het gebruik van botnaalden prehospitaal begonnen. Dat is een alternatief voor het infuus, waarmee we vloeistoffen of medicijnen kunnen toedienen via het bot. Nu is het gemeengoed geworden op de ambulance. Het gebruik van prehospitale echografie voor het snel stellen van diagnoses is ook zo'n voorbeeld. Ik hoop dat die innovaties in de toekomst blijven komen vanuit het MMT."

Een andere grote ontwikkeling is het gebruik van de prehospitale ECMO, een hart-longmachine. “We gaan jonge mensen met een hartstilstand op straat al aansluiten aan een hart-longmachine. Een hele complexe handeling waarbij we twee enorme canules in de patiënt brengen, eentje in een grote ader en eentje in de aorta. Daarmee kunnen we de hele ademhaling overnemen, tot de oorzaak duidelijk is en het behandeld kan worden. Dat is heel bijzonder. Ik ga dat dus niet meer meemaken bij het MMT, maar het is dé ontwikkeling in ons vakgebied.”

Visser stopt nu op de traumaheli en stapt over naar het werk op een 'normale' ambulance. “Door mijn ervaring met ernstig gewonden op dagelijkse basis kan ik goed inschatten of er iets ernstigs aan de hand is", noemt hij als een belangrijke pré die hij daar meebrengt. "Aan kleine dingen kan ik veel aflezen.”

Met de waterkanonnen van de crashtenders werd gisteren op het vliegveld een ereboog gemaakt bij de laatste binnenkomst van de helikopter met Visser aan boord. 

Bekijk de foto's



Gerelateerd